Lees ook: 'Het mes, de radio en de gitaar': een voorpublicatie uit de biografie van Ry Cooder.
...

Sinds 1970 leverde Ry Cooder een twintigtal soloplaten en zestien filmsoundtracks af, maar ook als sessiemuzikant was hij vaak op plekken waar muziekgeschiedenis werd geschreven. Zo is zijn slidegitaar te horen op het debuut van Captain Beefheart en verzon Cooder de basisriff voor 'Honky Tonk Women' van The Rolling Stones. Voorts verleende hij hand- en spandiensten aan iedereen van Randy Newman tot Little Feat en van Eric Clapton tot Bill Frisell.Waarom Ry Cooder?WOUTER BULCKAERT: 'Het is allemaal de schuld van Marc Didden. Als tiener kreeg ik zijn bundel Enkele Interviews cadeau en in dat boek stuitte ik op een vreemde vogel die meteen mijn aandacht trok. Dat was Ry Cooder. Uit de mediatheek nam ik zijn lp Chicken Skin Music mee naar huis en zo ontdekte ik halverwege de jaren tachtig dat rock-'n-roll ook op een trekzak gespeeld kon worden. Naarmate ik zijn andere werk uit de seventies ontdekte, raakte ik meer en meer gefascineerd. Ook Paris, Texas sprak mij aan. Het was een plaat die het begrip soundtrack helemaal herdefinieerde. 'Daarna ben ik Cooder een poosje uit het oog verloren. Tot ik in een Londense boekhandel zijn boek Los Angeles Stories aantrof. Dat zette me aan het denken: hoe had deze Californische gitarist en vertolker van rustieke Americana zich getransformeerd in een schrijver van korte verhalen? Wat maakt een vertolker tot een verteller? Die vraag bracht me ertoe een boek over hem te schrijven. 'Toen ik alle puzzelstukjes samen begon te leggen, begreep ik dat Ry Cooders werk altijd al uitgesproken narratief was geweest. Ook wanneer hij geen woorden gebruikte. Maar ik ontdekte nog een tweede rode draad: Cooder mag dan een meesterlijke gitarist zijn, hij stelt zich altijd ten dienste van de muzikanten met wie hij samenspeelt. Als Paul Simon op Graceland samenwerkt met Ladysmith Black Mambazo, blijft híj wel de man die centraal staat. Bij Buena Vista Social Club daarentegen, merk je hoe Cooder bescheiden plaats neemt op de achterste rij, en de Cubanen laat schitteren. Hij is letterlijk een 'Man in de schaduw'.'Bovendien is hij een vat vol paradoxen. Onder zijn eigen naam verkoopt hij nauwelijks platen, maar als er 'produced by Ry Cooder' op de hoes staat, geldt dat plots als een kwaliteitsmerk en slaat de kassa wél aan het rinkelen'.Zelf heb je Cooder nooit ontmoet. Heb je dat tijdens het schrijven als een gemis ervaren?BULCKAERT: 'Eigenlijk niet. Ik wilde kritische afstand bewaren, iets waar het in boeken over rockmuziek wel eens aan ontbreekt. Al te vaak wordt de artiest op een verhoogje geplaatst. Ik noem mezelf geen fanatieke fan, maar heb wel ontzag voor Ry Cooder én een enorme waardering voor zijn muziek. Drie jaar lang heb ik, tijdens mijn dagelijkse treinritten als pendelaar naar Brussel, zowat alles over Cooder gelezen en van hem beluisterd of bekeken wat ik kon vinden. Zo kreeg ik best wel een goed beeld van de man.'Je bent bij momenten behoorlijk kritisch voor zijn werk.BULCKAERT: 'Wel, ik denk niet dat er iemand op een heiligverklaring zat te wachten. Niet al zijn platen zijn even geniaal, hé? Ik ben een enorme rockliefhebber, maar wat me tegenstaat is dat imago en pose vaak tussen de luisteraar en de muziek komen te staan. Bij Ry Cooder stelt dat probleem zich gelukkig niet.Hij is geen vingervlugge gitarist, maar heeft wel een feilloos gevoel voor timing en groove. I like to play, but I don't like to perform, zegt hij. De rol van rockster ligt hem niet. Zijn attitude is veeleer die van een jazzmuzikant.' Veel ophefmakende details over Cooders privéleven geeft je boek niet prijs. Je legt je vooral toe op de muziek.BULCKAERT: 'Zijn leven interesseert me alleen maar in de mate dat het inzicht geeft in zijn werk. In die zin heb ik geen échte biografie geschreven. Veel spectaculairs valt er over Ry Cooder trouwens niet te melden. Hij is al sinds 1970 getrouwd met dezelfde vrouw en zijn enige zoon drumt in zijn band. Cooder is een huismus, die nauwelijks buiten komt. Men noemt hem wel eens een wereldreiziger, maar dat is een misvatting. Zelfs zijn platen met Ali Farka Touré en Vishwa Mohan Bhatt werden in zijn thuisstad Santa Monica opgenomen.' Vaak leid je je hoofdstukken in met korte dialoogjes die de indruk wekken dat je een vlieg op de muur bent geweest. Dat is echter niet zo. Heb je je verbeelding de vrije loop gelaten?BULCKAERT: 'Neen. De dingen zijn wellicht niet woordelijk gezegd zoals ik ze opschrijf, maar de feiten kloppen wél. Of Cooder een bepaalde anekdote nu in 1975 of '95 vertelt, hij doet het telkens op precies dezelfde manier. Of het is de waarheid, of hij is een gepatenteerde leugenaar. (lacht) Ach, het boek is vrij analytisch en die stukjes zorgen ervoor dat het geheel een beetje levendiger en laagdrempeliger wordt. Ook lezers die de artiest amper kennen, hoop ik zo mee het bad in te trekken.'Zoals je aangeeft, bestaan er veel verschillende Ry Cooders: de gitarist, de songwriter, de verteller, de producer, de componist van filmmuziek, de activist, de man die de traditie een eigen draai geeft ... Welk aspect van zijn carrière boeit je het meest?BULCKAERT: 'Het jongste decennium ontpopt hij zich, in de herfst van zijn leven, plots als een maatschappijkritische singer-songwriter, die zich behoorlijk opwindt over het onrecht in de wereld. Hij kiest systematisch partij voor outsiders en underdogs, geeft een stem aan de zwakken en achtergestelden. In die zin heeft hij veel gemeen met Leadbelly en Woody Guthrie, twee artiesten die hem diepgaand hebben beïnvloed. Zijn sociaal engagement bleek overigens ook al uit zijn coverkeuzes in de seventies: 'How Can You Keep Moving (Unless You Migrate Too)?', "The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)': die nummers zijn ook vandaag nog razend actueel.'Ry Cooder wordt zeer gerespecteerd door collega's en critici, maar bij het grote publiek is hij altijd onder de radar gebleven. Heb je daar een verklaring voor?BULCKAERT: 'De man wil wel platen verkopen, alleen vertikt hij het daartoe water in de wijn te doen. Cooder doet geen commerciële toegevingen, al heeft hij het ooit wel geprobeerd. Na het goedverkopende Bop Till You Drop probeerde hij met Borderline een soortgelijke lp te maken, maar dat werd gewoon een verwaterde versie van de vorige. Van de weeromstuit keerde hij zich af van het rockcircuit en concentreerde hij zich op weinig orthodoxe soundtracks, iets wat hij haast twintig jaar volhield. Tja, Ry Cooder gaat zijn eigen weg, mijdt hippe feestjes, zit liever bij zijn vrouw thuis op de bank. Hij is een ambachtsman: het gaat hem meer om de muziek dan om de nevenverschijnselen ervan.'Wat zijn voor jou zijn artistieke hoogtepunten?BULCKAERT: 'Chicken Skin Music en Chavez Ravine zijn schitterende langspelers. Mijn favoriete songs zijn het nog steeds relevante 'Across the Borderline', dat niet toevallig vertolkt werd door zowel Dylan als Springsteen, en 'Get Rhythm'. Opzienbarend toch hoe Cooder die song van Johnny Cash volledig naar zijn hand zet, met die opwindende accordeonpartij van Flaco Jiménez. Zijn soundtracks zijn niet allemaal even onmisbaar, maar de beste -The Long Riders, het klankgedicht Paris, Texas- konden moeiteloos op zichzelf staan. In een malicieuze bui zeg ik wel eens dat de beste plaat van Ry Cooder John Hiatts Bring the Family is. Als gitarist stelt hij zich dienstbaar op, maar zodra hij die slidepartij van 'Lipstick Sunset' inzet, ben je verloren.'Weet je, Cooders carrière steunt niet op bewuste keuzes. De man rolt van het ene project in het andere, zonder strategie. Eigenlijk kan hij ook helemaal niet zingen. Alleen doet hij dat op een onnavolgbare manier. Er zijn technisch veel betere zangers dan hij, maar het is net dat ruwe kantje dat zijn werk karakter geeft'.