'Het zou fijn zijn mochten ze ons eens één keer niet naar de jaren tachtig vragen. Laat gewoon de muziek voor zichzelf spreken', zegt Fenne Kuppens, frontvrouw van Whispering Sons, wanneer we haar bij wijze van uitsmijter polsen naar de beste interviewvraag die ze nog nooit heeft gehad.
...

'Het zou fijn zijn mochten ze ons eens één keer niet naar de jaren tachtig vragen. Laat gewoon de muziek voor zichzelf spreken', zegt Fenne Kuppens, frontvrouw van Whispering Sons, wanneer we haar bij wijze van uitsmijter polsen naar de beste interviewvraag die ze nog nooit heeft gehad. Toch kunnen we niet ontkennen dat Image, de debuutplaat van het Limburgse kwintet vol in galm gedrenkte gitaren, emotieloze mokerdrums en teksten over vervreemding en eenzaamheid, ons goesting geeft om aan nonkel Patrick te vragen of we zijn oude platen van Siouxsie and the Banshees mogen lenen. Daar houden we het bij qua postpunk-referentieporno. Omdat de vergelijkingen vaak te gemakkelijk zijn - nog voor de leden van Whispering Sons deftig naar The Sisters of Mercy hadden geluisterd, werden ze al tientallen keren met de groep vergeleken - en omdat de band stilaan op haar eigen prestaties mag worden aangesproken. In 2016 vloerden ze onder meer Dirk, Portland en Equal Idiots in de finale van Humo's Rock Rally. De internationale tours in het postpunk- en newwavecircuit, maar ook ver daarbuiten, volgden snel. 'Een deel van de scene wil echt wel nieuwe bands horen, maar anderen verwachten dat je klinkt zoals dertig jaar geleden, schmink draagt en voor zwart-witte platenhoezen kiest', zegt gitarist Kobe Lijnen. 'Zulke regels zijn belachelijk.'Ook als u dit leest, is de band weer stevig aan het toeren, met shows in onder meer Frankrijk, Zwitserland, Italië en Duitsland. De band speelde onlangs nog enkele concerten in het voorprogramma van The Soft Moon, de Amerikaanse band waar ze allemaal fan van zijn. 'Deze tournee valt mee', zegt Kuppens. 'De vorige keer waren het 27 shows in 35 dagen.' 'Het meeste last heb ik nog wanneer ik thuiskom, weg van de structuur van busje-show-slapen-busje', vult Lijnen aan. Dan denk ik ineens: 'Shit, wat moet ik nu doen?'FENNE KUPPENS: Ik woonde er eerst, een jaar later is de rest ook verhuisd. Leuven, onze studentenstad, was een beetje te klein geworden. Eigenlijk is het een groot dorp.KOBE LIJNEN: Er is Het Depot uiteraard, maar daar spelen toch vooral de grotere bands. Voor kleine groepen is er geen echt circuit in Leuven, en dus raakten wij, op hier en daar een caféconcert na, in het begin moeilijk aan optredens. Daartegenover stond Brussel, toch dé grote stad van België. Als we nieuwe dingen wilden ontdekken, moesten we daar zijn.KUPPENS: Chaos. En, euh, nog meer chaos.LIJNEN: Je wordt er overrompeld door keuzemogelijkheden. In Leuven kwamen we bovendien nog vaak iemand tegen die we kenden, hier zelden.KUPPENS: Ik vind Brussel een moeilijke stad. De eerste jaren dat ik hier woonde, wist ik niet hoe ik mij er moest gedragen. Ik werd er eenzaam van. Nog steeds heb ik een dubbel gevoel bij de stad. Soms kan ik door de straten lopen en alleen maar denken dat ik hier nooit meer weg wil, om een paar tellen later Brussel weer te haten door iets wat ik heb zien gebeuren op straat. Dat maakt hier wonen vermoeiend, maar ook leuk. Saai is het hier allerminst. KUPPENS: In de teksten alleszins. Als ik zing, roep ik vaak het beeld op van een desolate stad. Dat refereert niet meteen aan Brussel, maar wel aan het gevoel dat de stad in mij opwekt. LIJNEN: Mijn riffs vloeiden ook voort uit frustratie. Over hoe ik mij voelde, en hoe ik mij niet leek te kunnen schikken naar mijn omgeving. KUPPENS: Vooral een onnozelaars-Limburg-gevoel, denk ik. (lacht)LIJNEN: Als in: naar de Metallica-documentaire Some Kind of Monster kijken en dan heel de week praten als James Hetfield. Of een hele tijd inside jokes maken over een kungfufilm die je samen hebt gezien.KUPPENS: Absoluut, we moesten af en toe stoom aflaten, maar het was ook heel leuk om zo geconcentreerd met onze muziek bezig te zijn. Je kon nergens anders naartoe, behalve naar buiten, maar het sneeuwde toen. KUPPENS: Ik sta graag op een podium en vind het niet vreemd als mensen naar mij kijken, maar tegelijk schrik ik soms van hoe ik mezelf kan openstellen tijdens een show. Naast het podium ben ik helemaal niet zo. Heel vaak wil ik de rollen ook een beetje omdraaien. Dan kijk ik het publiek bewust aan en ben ik weer de observator. KUPPENS: Een interessante uitspraak. De wisselwerking tussen mij en het publiek is een van de redenen dat ik mezelf durf losgooien op het podium. Je geeft energie, in de hoop dat je die terugkrijgt. Zo vullen we elkaar aan. Als ik voel dat er niks terugkomt uit de zaal, of enkel negatieve energie, heb ik het daar mentaal moeilijk mee. Dan kom ik na de show de backstage niet uit. KUPPENS: Het omgekeerde, namelijk het beeld dat de wereld van ons heeft en de verwachtingen die de mensen hebben. Dat is mijn favoriete nummer op de plaat, omdat het heel mooi opbouwt naar iets, maar toch niet helemaal wordt afgerond. Er blijft iets openstaan, want wij kunnen nog altijd moeilijk om met wat de buitenwereld van ons vindt.LIJNEN: Zeker met de plaat, nu we veel meer aandacht krijgen dan we gewend zijn, moeten we erover waken dat we ons daar niets van aantrekken. Ons traject is nu eenmaal anders dan dat van vele andere bands, omdat we vanuit een nichegenre zijn vertrokken. ***Fast forward naar de showcase van Whispering Sons in het zaaltje van platenfirma PIAS, een uur of drie na onze laatste vraag. Hippe vogels staan vredig met hun hoofd te knikken naast heren die eruitzien alsof ze The Sisters of Mercy in hun glorieperiode nog live hebben gezien. Een uitzonderlijk gemengd publiek, maar stuk voor stuk kunnen de bezoekers niets anders dan de furie van Fenne Kuppens en haar vierspan ondergaan. In haar lange witte hemd kronkelt de chanteuse zich als bezeten een weg door de nieuwe nummers, elke uithaal van haar peilloos diepe stem verrast ons. Voor het eerst heeft de groep akoestische drums bij in plaats van een wat makke ritmepad, waardoor alles nog dreigender klinkt. De gitaren gieren, de synths huilen en wat verstokte postpunkers hier ook van vinden: in België hebben we dit nog niet vaak gehoord. Het doet ons vermoeden dat het antwoord van Kuppens en Lijnen op onze uitsmijter sneller zou kunnen uitkomen dan ze denken.LIJNEN: Aan het toeren in de VS.KUPPENS: Voor de tweede keer. (grijnst)