Aka Moon kiest ook na 25 jaar voor de vlucht vooruit

Vorig jaar vierde het powertrio Aka Moon zijn vijfentwintigste verjaardag. Een kwarteeuw lang brachten allerlei samenwerkingen met gastmuzikanten hen naar elke uithoek van de wereld. Tijdens hun laatste passage op Jazz Middelheim in 2010 deelden ze het podium met de Malinese multi-instrumentalist Baba Sissoko en Black Machine en in 2001 werden ze nog geflankeerd door drie gitaristen.
...

Vorig jaar vierde het powertrio Aka Moon zijn vijfentwintigste verjaardag. Een kwarteeuw lang brachten allerlei samenwerkingen met gastmuzikanten hen naar elke uithoek van de wereld. Tijdens hun laatste passage op Jazz Middelheim in 2010 deelden ze het podium met de Malinese multi-instrumentalist Baba Sissoko en Black Machine en in 2001 werden ze nog geflankeerd door drie gitaristen. Deze keer keerden altsaxofonist Fabrizio Cassol, bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland terug naar de bron: Aka Moon pur sang. Ze presenteerden bijna exclusief de muziek van NOW, het album dat eind vorig jaar verscheen, en openden tegendraads de set met Spirtitual Exile, het slotstuk van die plaat. Als heimelijke migranten slopen ze binnen metde wankele trance waarop dit triumviraat een patent heeft. Deze band is een hechte eenheid waarin elk instrument ruimschoots plaats krijgt: de coulante altsax van Cassol, die kan klinken als smeltend ijs of als een bezwerende Indische slangenfluit, de vloeiende, Hatzi's repeterende basriffs en het virtuoze en lichtvoetige drumwerk van Galland. De drie genieten ook na al die tijd nog steeds zichtbaar van elkaars gezelschap. Ze hielden mekaar op het Middelheimse podium voortdurend in het oog, er werd geluisterd en op mekaar ingespeeld. Een onweerstaanbare groove was het gevolg en zodra Persevering werd ingezet, deinde zelfs de meest stijve hark in het publiek mee. op de onweerstaanbare groove. Slechts één keer greep Aka Moon terug naar het verleden voor een p'tit flashback: een moddervette, stevige portie funk werd de afsluiter, een staande ovatie de verdiende beloning.In 2017 vierden we niet alleen de honderdste verjaardag van de eerste jazzopname, het was ook een eeuw geleden dat Thelonious Monk werd geboren. In de wake van het groot aantal tributes aan deze unieke jazzpianist, werd ook Robin Verheyen uitgenodigd om muzikanten samen te brengen rond Monks rijke oeuvre. Verheyen koos meteen voor pianist Bram De Looze, die hij, na een eerste aftastende ontmoeting in Gent, beter had leren kennen in New York, Verheyens thuisstad. Het is niet toevallig dat het klikt tussen die twee. Ze hebben veel gemeen: beiden kampen met een overdosis talent én ze zijn harde werkers, die zich met grote ernst en niet aflatende toewijding aan hun vak overgeven. De drummer vond Robin dan weer bij zijn New Yorkse vrienden. Met Joey Baron heeft dit trio meteen een levende legende in de rangen. De goedlachse drummer is evenmin een onbekende op Middelheim. Hij gaf er legendarische concerten met John Zorns Masada in 1999, bijvoorbeeld, of in een onvergetelijk trio met de Nederlandse pianist Misha Mengelberg. Dit eerbetoon aan Monk was natuurlijk in de eerste plaats een goed excuus om nog eens in het rijke en inspirerende repertoire van de pianist te duiken. Maar de interpretaties van Boo Boo's Birthday, Crépuscule With Nellie en het speelse Oska T werden meer dan een rondje standards draaien. Vooral Verheyen, wiens tenorsax meer begint te gelijken op die van Joe Lovano, rijdt vakkundig om de clichés heen. Telkens wanneer je vermoedt te weten welke kant hij uit zal gaan, vindt hij toch weer een andere richting. Het is even bewonderenswaardig als frustrerend. Ook De Looze geeft grif toe dat hij een bleekscheet is die niet de ritmische power heeft van zijn illustere voorganger. Hij schildert vaak aquarellen van onbestemde kleuren en vormen en blijft boeien door koppig een heel eigenzinnig parcours uit te stippelen. Baron is niet meteen het type muzikant dat de lakens naar zich toe trekt. Gedurende het hele concert zou hij zich, nieuwsgierig luisterend, ten dienste plaatsen van zijn jonge collega's. Slechts af en toe lokte hij met een paar welgemikte meppen de twee cerebrale Vlamingen uit hun tent, waarbij Verheyens solo's nog meer peper in de kont kregen en De Looze de piano heel even deed donderen. En toch was het hoogtepunt Barons eigen solo. De Amerikaan is ongetwijfeld een van de meest melodische drummers die de jazz vandaag rijk is. De drie lieten de geest van Monk ook neerdalen in eigen composities, waarin Thelonious toch steeds weer van achter het gordijn kwam piepen. In het najaar speelt het trio nog meer concerten en volgt er ook een cd. Om naar uit te kijken! Het was een hele tijd geleden dat saxofonist Steve Coleman met zijn Five Elements nog eens naar België was afgezakt. De saxofonist is een grondleggers van de M-Base (macro-basic array of structured extemporization) en een van de invloedrijkste muzikanten van zijn generatie. Colemans muziek balanceert tussen gedrilde en funky, ritmisch veelgelaagde composities en vrije improvisatie. Coleman spreekt zelf van 'spontane compositie'. Hij maakt nooit setlists, maar vat zijn concerten op als gesprekken, tussen de muzikanten onderling, maar ook met het publiek. Het is voor de luisteraar een hele brok; alsof je het aperitief, voorgerecht, hoofdgerecht, dessert en de pousse-café tegelijkertijd gepresenteerd krijgt. Het is, met andere woorden, dicht op mekaar gepakte en soms verwarrende muziek, waarvoor je een sterke maag moet hebben om het allemaal tegelijk te kunnen verteren. Maar het is bovenal een opwindende ervaring en een uur lang genieten van het technische meesterschap van The Five Elements. Drummer Sean Rickman laat geen moment rust en volgt elke afslag op de voet. De bas van Anthony Tidd is vaak de enige houvast, maar ook hij laat je steeds weer op het verkeerde been dansen. Daarbovenop delen de blazers, Coleman en trompettist Jonathan Finlayson, in unisono melodische stroomstoten uit of improviseren ze met grote ritmische drijfkracht. Het waren vooral de bijdragen van rapper Kokayi die de meeste indruk nalieten. We kunnen onmogelijk navertellen waarover hij het allemaal heeft gehad, maar zijn rhymes brachten de kunst van het gesproken woord naar nieuwe hoogten. Een stroomstoot waarvan we nog een tijdje zullen moeten bekomen.Het eerbetoon aan Coltrane van Archie Shepp en Randy Brecker bleef niet aan de ribben klevenAfsluiten deed deze editie van Jazz Middelheim, naar goede traditie, met een laatste tribute. De geest van John Coltrane spookt al jaren door de bomen van het Park Den Brandt. Deze legendarische saxofonist is volgens vele liefhebbers de allerbelangrijkste muzikant uit een eeuw jazzgeschiedenis. Dat hij zowel muzikanten als publiek blijft begeesteren en inspireren, werd afgelopen maanden eens te meer bewezen toen verloren gewaande opnames van zijn Classic Quartet uit 1963 prompt de best verkochte jazzplaat in jaren werden. Geen betere ceremoniemeester om de Grote Goeroe te herdenken dan saxofonist Archie Shepp. Shepp was er al bij in de jaren vijftig toen Coltrane in hun hometown Philadelphia samen met Monk speelde. Hij was ook een van de eerste muzikanten die door Coltrane werd aangeraden bij de producers van het jazzlabel Impulse! Shepp zou ook de mysterieuze tweede saxofonist geweest zijn die op het einde van A Love Supreme heel even komt meeblazen. Voor Middelheim bracht de éminence grise, in piekfijn kostuum gehesen, een nieuwe band samen, waarbij trompettist Randy Brecker de meest opvallende special guest was. Brecker is, samen met wijlen zijn broer Michael, iemand die vele watertjes heeft doorzwommen. Hij is als gastmuzikant te horen op talloze jazz-, rock- en r&b-albums en heeft overal wel iets nieuws te vertellen, maar het was de eerste keer dat hij met Shepp het podium deelde. De dag voor het concert werd er nog druk en langdurig gerepeteerd, maar tijdens het concert viel alles goed in de plooi. Het repertoire was niet enkel gebaseerd op het oeuvre van Coltrane, maar ook een aantal van Shepps eigen klassiekers passeerden de revue. De opener, Syeeda's Song Flute, werd uit het album Four for Trane gelicht. Meteen viel het interessante contrast op tussen de krakende en honkende sax van Shepp, die er een heel eigen blaastechniek op nahoudt, en de gladde, virtuoze en trefzekere trompet van Brecker. My One and Only Love herinnerde dan weer aan Coltrane's album met Johnny Hartman. Hier werd de standard gezongen door Marion Rampal, die ook Blasé, een song met een nog steeds confronterende tekst die voor eeuwig met Jeanne Lee zal geassocieerd blijven, voor haar rekening nam. Haar vocalen waren echter een schim van wat haar illustere voorganger aankon. Daarna volgde Cousin Mary, waarin Shepp de aandacht niet kon vasthouden met zijn lange meanderende solo bracht. Meteen viel het ook op dat de saxofonist de onhebbelijke gewoonte heeft om nog even door te blijven blazen wanneer een nieuwe chorus voor de volgende solist start, waardoor die een valse start krijgt. Het zou het hele concert blijven duren. Dat was ook het geval tijdens Naima. Brecker viel echter steeds netjes op zijn pootjes en bracht samen met pianist Carl Henri Morisset misschien wel de knapste solo's van de hele avond. Tijdens Ellingtons Prelude to a Kiss, bewees Shepp eens te meer dat er ook een onweerstaanbare crooner in hem schuilgaat. Afsluiten deden ze met het aanstekelijke Blues for Brother Jackson, waarvoor bassist Reggie Washington de elektrische bas omgorde, een instrument dat hem duidelijk veel beter afgaat dan de akoestische contrabas. Al bij al een mooi eerbetoon, maar niet zo eentje dat voor eeuwig aan de ribben zal blijven kleven.