Het najaar is officieel begonnen wanneer onze inbox vol stroomt met artiesten die hun houdbaarheidsdatum ofwel overschreden hebben, ofwel trachten te verlengen. John Lennon, die binnenkort zijn beste solosongs geremasterd ziet in de box Gimme Some Truth. De Greatest Hits van Guns 'N Roses, vanaf vandaag voor het eerst op vinyl. Alle studioalbums van Dire Straits verzameld. De memoires van Lenny Kravitz.
...

Het najaar is officieel begonnen wanneer onze inbox vol stroomt met artiesten die hun houdbaarheidsdatum ofwel overschreden hebben, ofwel trachten te verlengen. John Lennon, die binnenkort zijn beste solosongs geremasterd ziet in de box Gimme Some Truth. De Greatest Hits van Guns 'N Roses, vanaf vandaag voor het eerst op vinyl. Alle studioalbums van Dire Straits verzameld. De memoires van Lenny Kravitz. Wanneer de zomer begint uit te doven, wekt de muziekindustrie hun verwelkte kamerplanten opnieuw tot leven. Het is een tot natuurwet verworden, commerciële logica, met het oog op de komende geschenk- en feestdagen. Het is dit jaar niet anders, zelfs al is 2020 geen jaar als een ander. In Engeland prijkte vorige week Goats Head Soup van de Rolling Stones bovenaan de lijst best verkochte albums, 47 jaar na z'n originele releasedatum. Niet zomaar: de plaat werd opnieuw uitgebracht, voorzien van een flinke dosis bonusmateriaal. En toch. De elfde langspeler van de Stones is zeker niet hun meest geliefde, en kerst is uiteindelijk nog drie maanden ver.Goats Head Soup werd inmiddels van z'n piekpositie gestoten door The Universal Want, het comebackalbum (hun eerste in elf jaar) van de Britse band Doves. Ook niet de jongste wolven van het pak, dus. Het lijkt alsof de nood aan afgestofte klassiekers en opgewaardeerde muziekmonumenten groter is dan gewoonlijk. Vreemd is dat eigenlijk niet. Onzekere tijden vragen om oude, vertrouwde zekerheden. En met de donkerste dagen van een al somber jaar in het vooruitzicht bewijzen anciens als de Rolling Stones dat niks zo doeltreffend werkt tegen vertwijfeling en melancholie als een flinke portie (al dan niet misplaatste) nostalgie. Een fenomeen dat ze maar al te goed kennen, in het geboorteland van de popmuziek. Tijdens de donkere, door economische malaise geplaagde periode eind jaren '70 revitaliseerde de Britse jeugd en masse de dresscodes en soundtrack van oude subculturen uit de jaren '50 en '60. Terwijl Margret Thatcher haar conservatieve partij door die 'winter of discontent' richting een overwinning loodste, leefde er in de straten en in de clubs een revival van teddyboys, mods, en skinheads op. En was punk uiteindelijk geen terugkeer naar de primitieve begindagen van de rock'n'roll, als reactie op al die 'progressieve' rock van Pink Floyd en consorten? Onzekere tijden vragen om oude, vertrouwde zekerheden. Comfort in de chaos. Nostalgie als medicijn tegen de donkere wolken die samengetroept zijn in de hoofden en boven de maatschappij. Bij Stubru wisten ze goed wat ze deden toen ze deze maand met Duyster opnieuw een oud paradepaardje in hun stal verwelkomden.Nethoofd Jan Van Biesen gaf het eind juni uiteindelijk zelf al (een beetje) toe: 'Niet dat wij de zender zijn van de grote nostalgie, maar de sfeer van Duyster hangt in deze dagen, waarin mensen troost zoeken in muziek, toch ook in de lucht'.Met nieuwe, pas verschenen of aangekondigde platen van 'duystere' namen als Fleet Foxes, Sufjan Stevens, Eels en Jeff Tweedy weet Eppo Janssen alvast wat te programmeren. Ook de vandaag verschenen 25ste jubileumeditie van Elliot Smith's tweede, titelloze album verovert wel een plaatsje, één van de komende zondagavonden. Terwijl die platenlawine van oude, nostalgische krakers in een nieuw jasje zich traag maar zeker op gang trekt, toch één bedenking: herinner u, hoe velen in het begin van deze crisis optimistisch vooruit keken. 'De wake up-call die we nodig hadden', en van die dingen. 'We komen hier beter uit'. Een half jaar verder, en de meesten denken alleen nog maar aan het leven vóór covid-19. Hou die oren dus ook maar richting heden en de toekomst gespitst. Want troost en comfort vinden in het verleden is één ding, hoop op betere tijden weerklinkt toch vooral in wat de jonge generatie muzikanten (ondanks alles) vandaag laat horen. En ze kunnen uw steun verdikke goed gebruiken.Dat gezegd zijnde. U had ons de voorbije week moeten zien wriemelen van plezier, tijdens het beluisteren van What You Gonna Do When The Grid Goes Down?, de nieuwe van hiphoplegendes Public Enemy. Vooral wanneer ze tijdens Public Enemy Number Won er de twee nog levende Beastie Boys én Run DMC bij halen. Echt waar, geen gezicht.