Je moet het Angèle nageven: ze heeft een oog voor een goede platenhoes. In 2018 zette ze een oude familiefoto van haar zevenjarige zelf - minus één tand - op de cover van Brol, een beeld dat even ontwapenend en charmant was als haar debuut zelf. Nu, drie jaar later, is er Nonante-cinq, waarop ze vanuit een rollercoaster richting de lens lacht.
...

Je moet het Angèle nageven: ze heeft een oog voor een goede platenhoes. In 2018 zette ze een oude familiefoto van haar zevenjarige zelf - minus één tand - op de cover van Brol, een beeld dat even ontwapenend en charmant was als haar debuut zelf. Nu, drie jaar later, is er Nonante-cinq, waarop ze vanuit een rollercoaster richting de lens lacht. Op het eerste gezicht ziet de hoes er té perfect uit, als een plat gepolijst, overbelicht portret van een popster. Pas op het tweede gezicht zie je dat haar glimlach net iets te gewrongen is. Het is de glimlach van iemand die zich afvraagt wat er precies aan het gebeuren is, maar blijft grijnzen omdat de camera's lopen. 'Ik dacht eerder aan die van een opgezette otter', lacht Angèle. 'Of de idiote grijns waarmee ieder kind op de klasfoto staat. Maar inderdaad: het is een geforceerde glimlach.' Naar de symboliek is het niet ver zoeken. Het wás een extreme rit, het succesverhaal van Angèle. Bijna live was te volgen hoe alles ontplofte. Toen ze op haar twintigste La loi de Murphy uitbracht, haar eerste single, had ze 35.000 volgers. Toen haar debuutplaat verscheen, waren het er een half miljoen. (Ondertussen zit ze aan drie miljoen volgers.) Toen ze aan haar tour begon, speelde ze op plekken als de Gentse Vooruit. Een jaar later gaf ze haar laatste concerten in een drie keer uitverkochte Accor Arena in Parijs. 376.211 mensen kwamen naar haar shows kijken en haar plaat ging vijf keer platina in België en twee keer diamant in Frankrijk, het equivalent van 1,1 miljoen verkochte exemplaren. Dat is niet meer op mensenmaat. Dat beeld schetst ook Angèle, de Netflix-documentaire die vorige maand verscheen in aanloop naar haar tweede plaat. Het was niet de promofilm die je misschien verwachtte. Angèle gaat de lastige onderwerpen niet uit de weg. Ze praat over hoe ze buiten haar wil op de Franse televisie geout werd als biseksuele vrouw. Ze vertelt over hoe Balance ton quoi, haar feministische anthem, door een deel van het publiek tegen haar werd gebruikt toen haar broer, rapper Roméo Elvis, in opspraak kwam voor ongewenste intimiteiten. Maar Angèle is vooral een introspectief portret van een 26-jarige zangeres die probeert te reconstrueren wat er precies gebeurd is. 'Je ne sais plus qui je suis', zegt ze in het begin van de docu. Ze heeft het over de enorme druk van media, sociale media en fans, over het razende tempo waaraan de roem haar leven overnam en vooral: over het gevoel dat ze de controle kwijt is. Voor wie zich afvraagt wat je je daarbij moet voorstellen: er zit een heel goed shot in de docu van een verbouwereerde Angèle die in een geblindeerde auto langs een schier eindeloze rij wachtende fans rijdt. Dat klinkt misschien als een klaagzang, maar zo hoef je het niet te zien. Je kan het ook beschouwen als een eerlijke blik op wat 21e-eeuwse roem met een jonge artiest doet. Niet zo veel verschillend van het beeld dat Billie Eilish liet zien in haar documentaire The World's a Little Blurry of Charli XCX in Alone Together. De fame game van vandaag is er eentje waarin je heel makkelijk verloren loopt. 'De metafoor ligt er nogal dik op, hè', zegt Angèle. 'Het is een beeld dat ik al langer in mijn hoofd had, de rollercoaster en de rails. Het zit ook een beetje in de videoclip van Bruxelles je t'aime, dat zich op een Thalys van Parijs naar Brussel afspeelt. "Je moet gewoon op de trein springen en de dingen op je laten afkomen", heb ik vaak te horen gekregen. Alleen bleek het voor mij dus eerder een TGV.' De rit kwam bruusk tot stilstand. Op 20 februari speelde je je laatste concert in Parijs, enkele weken later ging de wereld in lockdown. Angèle: Ik heb enorm veel geluk gehad. Ik had geen concerten op de planning die moesten worden uitgesteld. Er stond geen nieuw album klaar dat drie of vier keer opgeschoven moest worden. Dat soort stress heb ik niet gehad. Maar dat betekende ook dat er voor het eerst in vier jaar volstrekt niks in mijn agenda stond. Ik had plots tijd om na te denken. Heel veel tijd. (lacht) De lockdown was een confronterende periode voor mij, zoals je ziet in de documentaire. Het heeft me op een aantal vragen en angsten gewezen waar ik al langer mee zat. Toen ik de balans opmaakte van wat er allemaal gebeurd was sinds La loi de Murphy, mijn eerste single, dacht ik: wow. In Angèle, de docu, laat je zien hoe absurd de grootte-orde van een succesverhaal als het jouwe is. Je vertelt over een moeder die na een concert, teleurgesteld dat je niet genoeg tijd maakte voor je fans, 'Grijp haar haren!' riep naar haar kinderen. Angèle: Waarna ze dat daadwerkelijk ook probeerden. (lacht) Een heel raar moment. Maar dat is niet zozeer waar ik het over heb. Dat zijn anekdotes die bijblijven, maar ze bepalen mijn leven niet. Ik kan gelukkig nog altijd een betrekkelijk normaal leven leiden. Ik zat met andere twijfels. Ik vroeg me af waarom ik had gekozen voor een leven als zangeres, waarom ik nummers schreef en op tournee ging. Waarom wilde ik die dingen doen? En vooral: hoe kon ik dit blijven doen zonder dat de bekendheid mijn leven ging overnemen? Hoe kreeg ik terug controle over mijn leven? Had je het gevoel dat je de controle kwijt was? Angèle: Dat was me al snel duidelijk. Alles waar ik me op had ingesteld, werd in geen tijd ingehaald door de realiteit. Ik had nooit gedacht dat ik zo bekend zou worden. Ik was niet klaar om achtervolgd te worden door fotografen. Ik wist niet hoe ik met de druk en de verantwoordelijkheid van een tournee van die omvang moest omgaan. Wat er gebeurde, was fantastisch, maar ook stresserend. Ik had geen idee waar het naartoe ging. Pas op: ik wil niet klagen. Ik denk dat iedereen op een bepaalde leeftijd worstelt met hoe het leven met je aan de haal gaat. Alleen is dat in mijn geval, hoe moet ik het zeggen, iets specifieker , simpelweg omdat mijn leven iets specifieker is. Nochtans leek alles van buitenaf volgens plan te verlopen. Je verscheen op het toneel met het perfecte Instagramkanaal, opvallende videoclips en radiovriendelijke popsongs. Bij momenten leek het bijna té doordacht. Angèle: Dat was het dus niet. Mensen denken dat die eerste clips en singles tot in de puntjes uitgedacht waren, maar er zat geen strategie achter. We deden gewoon maar wat. Zelfs vandaag is alles veel minder beredeneerd dan mensen van buitenaf lijken te denken. Het is misschien moeilijk om te geloven, maar ik herinner me een moment, helemaal aan het begin, dat ik tegen mijn manager heb gezegd dat ik niet op de radio wilde komen. Dat kon me niet schelen. Ik was jong, ik kwam van de jazzschool in Antwerpen en ik wou enkel jazz maken. Ik was bijna tegen pop. Om maar te zeggen: ik ben hier extreem onwetend in gestapt. Pas na een tijdje had ik door dat de nummers die ik geschreven had misschien eerder pop waren dan jazz. En dat ik misschien wel op de radio wilde komen, want dat kon ook deuren openen. Maar nog voor ik me dat kon realiseren, was de trein al lang vertrokken. Dat is misschien wat me het meest verrast heeft: de snelheid. Het gaat zo, zo snel in de muziekwereld vandaag. Je hebt geen tijd om plannen te maken of na te denken over wat er gebeurt. Het overkomt je gewoon en je moet erin mee stappen. Het duurde even voor ik zicht kreeg op wat er gebeurde. In het najaar van 2020 nam je Fever op, een duet met Dua Lipa. Was dat het keerpunt? Angèle:Fever kwam op het juiste moment. Mijn leven stond al maanden op pauze toen het voorstel kwam. Het was een goede gelegenheid om mijn benen nog eens te strekken. Plus: ik mocht werken met een artiest die op een héél ander level speelde, een artiest die ik ook nog eens enorm bewonderde. Zonder druk: het was háár project. Ik moest me alleen maar concentreren op mijn bijdrage. Ik mocht opnieuw muziek maken, puur voor het plezier. In oktober vorig jaar reisde ik naar Londen om de videoclip en de livestream op te nemen. Dat was de eerste keer dat ik haar in het echt ontmoette. Ik wist op voorhand niet goed wat ik moest verwachten, maar we bleken veel gemeenschappelijk te hebben. We schelen maar enkele maanden, doen hetzelfde beroep, hebben in dezelfde periode naam gemaakt en zitten beiden op sociale media. De schaal is heel anders uiteraard, maar ze bleek dezelfde dingen mee te maken en met dezelfde zorgen te worstelen. Soms is succes niet gemakkelijk. Soms is het vermoeiend en moet je aandacht hebben voor alles. Maar: we krijgen de kans om te doen wat we graag doen. Op menselijk vlak vond ik haar heel inspirerend. Ze herinnerde me eraan waarom ik dit doe. Hoe komt zo'n duet eigenlijk tot stand? Angèle: Ze was me beginnen volgen op Instagram. Tijdens de eerste lockdown kreeg mijn management een mail van haar management met de vraag om samen te werken. Très basic, quoi. Maar dat vond ik er ook cool aan: er zaten geen grote labels achter die na een commerciële analyse beslist hadden dat we moesten samenwerken om onze markten te verbinden. We waren gewoon twee mensen die van elkaars muziek houden en wilden samenwerken. Was het ook een blik in de toekomst voor jou? Angèle: Ik droom absoluut niet van succes van die schaal, als je dat bedoelt. Maar het was wel indrukwekkend om te zien dat een artiest van haar kaliber niet alle contact met de realiteit verloren was. Je kan wereldberoemd zijn en toch nog menselijk blijven, snap je? Voor mij was dat heel geruststellend: ik kan blijven doen wat ik doe en toch nog mezelf blijven. Het kán . Ik had niets om me zorgen over te maken. Dat is ook wat ik het voorbije anderhalf jaar heb geleerd. Als ik niet aan het touren ben of geen interviews moet geven, kan ik nog altijd een relatief normaal leven leiden. Ik woon in Brussel, niet in Parijs. Ik kan mijn vrienden zien. Ik kan in het weekend nog altijd gaan wandelen in het Ter Kamerenbos. Ik heb minder vrijheid dan vroeger, maar dat zijn dingen die je moet accepteren als je dit leven wilt leiden. De balans zit nog altijd juist. *** De deur gaat krakend open. Door de kier stormt Pepette, Angèles hondje, binnen en springt op haar schoot. Ik herken de petit brabançon - uiteráárd heeft Angèle een Brussels ras - van haar Instagram, waar ze het jongste jaar tot een mascotte is uitgegroeid, en van haar opvallende bijrol in de docu. (Als je na de aftiteling blijft kijken, zie je Pepette haar gevoeg doen naast haar diamanten album.) 'Heeft hij geen eigen Instagramkanaal?' 'Nee. Of liever: nóg niet', zegt ze. 'Zeker? Volgens mij volg ik Pepette Van Laeken op Instagram.' 'Dat ben ik niet.' 'Staat vol met foto's van jou en de hond.' 'Zal waarschijnlijk een fanaccount zijn.' 'Is dat niet... raar?' 'Valt mee. Instagram staat vol met fanaccounts. Heel soms zit er eentje tussen die een beetje griezelig is. Maar meestal is het schattig. Het is een soort community van jonge meisjes die elkaar allemaal kennen.' Ze lijkt er rust in te hebben gevonden, in de druk en de bekendheid. Angèle oogt meer op haar gemak dan in de documentaire. Anderhalf jaar pauze heeft, samen met het werken aan Angèle, geholpen om de dingen opnieuw op een rijtje te krijgen. Ze is klaar voor level twee. Want dat is Nonante-cinq, haar tweede album, wel degelijk: een nieuwe rit. Eén blik op haar tourschema zegt genoeg. Behalve vier keer Vorst Nationaal en 'un petit Sportpaleis' doet ze tijdens haar nieuwe tournee uitsluitend Franse arena's aan, van Marseille tot Rijsel. Voor haar laatste concert staat zelfs een stadion geboekt: La Défense Arena in Parijs, met een capaciteit van 40.000. (Voor ze eraan begint, verzorgt ze ook nog eens twee keer het voorprogramma van Dua Lipa in Londen, haar eerste stappen op de Engelstalige podia.) Nonante-cinq mag dan een persoonlijker album zijn, zoals ze overal benadrukt, het is wel de plaat die definitief een Franse popster van haar moet maken. Eentje van het kaliber van Stromae. In de docu zien we je aan het werk aan je songs, alleen in je appartement achter de laptop. Is dat echt hoe Nonante-cinq gemaakt is? Angèle: Volledig. De lyrics en de composities zijn, op enkele nummers na, thuis geschreven. Daarna ben ik met Tristan Salvati, die ook Brol geproducet heeft, de studio in gegaan. Eerst in Parijs, dan in de ICP Studios in Brussel. Gewoon met ons tweeën. Ik dacht dat bij een plaat als deze, waar toch enige commerciële verwachtingen rond hangen, een batterij coschrijvers, coproducers en topliners betrokken zouden zijn. Angèle: Nee dus. Er is wel gevraagd of ik niet naar Los Angeles wilde gaan om met producers te werken, maar dat zag ik niet zitten. De structuur waarin ik werk, vanuit mijn eigen label, maakt ook dat dat kan: er is niemand die me zegt wat ik móét doen. Twee mensen in de studio is al veel, vind ik. Tristan en ik hebben allebei nogal veel energie. Ik vertrouw hem volledig. Hij is de eerste die mijn teksten te horen krijgt. Ik weet exact welke blik hij heeft als hij een zin minder goed vindt. Dat is me meer waard dan de inbreng van een of andere Amerikaanse hitmaker. Misschien probeer ik het later wel met een andere producer, maar voorlopig is onze samenwerking nog niet op. De plaat heeft een uitgesproken poppy sound, of toch in vergelijking met Brol. Was dat de bedoeling? Angèle: Niet bewust. Ten tijde van Brol was ik misschien wat strikter. Zodra Tristan een gitaar bovenhaalde, zei ik nee. Ik speelde geen gitaar en ik wilde alle instrumenten die op de plaat te horen waren ook live kunnen brengen. Die aanpak is nog altijd grotendeels hetzelfde, maar ik ben er losser in geworden. Op Nonante-cinq is gitaar te horen. Op enkele nummers zijn er zelfs livedrums. Ik had zin om me te amuseren en wat verder te gaan, dus misschien klinkt Nonante-cinq daardoor wat meer geproducet. Is dat trouwens een vleugje Tame Impala op Démons, de tweede single? Angèle: Dat zou kunnen. Dat is de invloed van de lockdown. Als we op tournee zijn, worden er in de bus vooral hiphop en hits van het moment opgezet. Tijdens de lockdown ben ik voor het eerst sinds lang opnieuw naar volledige albums beginnen te luisteren. Tame Impala heb ik zo herontdekt, maar ook veel artiesten waar ik vroeger naar luisterde: No Doubt, Gwen Stefani, Timbaland. Ik denk dat dat op Nonante-cinq te horen is. Démons, waarop Damso meerapt, is de enige featuring op de plaat. Was het lastig om hem te overtuigen om geen vuile woorden te gebruiken? Angèle: Ik heb hem niks gezegd. (lacht) Hij kent me goed genoeg. Hij lacht zelfs een beetje met mijn brave imago in de track. Dat vind ik ook zo cool aan dat nummer. We kennen elkaar al lang. Helemaal in het begin van zijn carrière heb ik zijn voorprogramma mogen spelen, mijn eerste grote kans. We zijn allebei Belgen en ongeveer even oud, maar we zitten in twee heel verschillende muzikale werelden. En toch kunnen we elkaar vinden op één nummer. De samenwerking is er heel spontaan gekomen. In de ICP Studios stonden een hele hoop moogs, mellotrons en piano's, waar we veel mee geëxperimenteerd hebben. Tijdens een van de sessies was Tristan zich aan het amuseren op een orgel. Het klonk een beetje hiphop, dus om te lachen was ik mee aan het rappen. Tot we op een bepaald moment naar elkaar keken en dachten: hier zit iets in. 'Weet je wat dit af zou maken? Een couplet van Damso', zei Tristan. En wie stapt er diezelfde avond de studio in? Damso. Hij moest voor een of andere livestream in de ICP Studios zijn. 'L'angoisse me fait la guerre et part en fumée', zing je op Démons. Er zit een zekere donkerte en sérieux in Nonante-cinq. De lichtvoetige ironie van Brol lijkt verdwenen. Angèle: Dat sluit aan bij hoe ik de voorbije maanden heb beleefd. De lockdown was een onzekere periode. Ik zat met een aantal twijfels en angsten. En ik ben ook gewoon ouder dan vijf jaar geleden. Ik ben zessentwintig nu: dan begin je toch iets meer na te denken over de toekomst. Allez, niet de verre toekomst. Wanneer ik dertig ben, of zo. (lacht) Er staan sombere nummers op Nonante-cinq, maar het is geen sombere plaat. Het zijn niet allemaal introspectieve songs of nummers met een maatschappelijk statement. Een nummer als Bruxelles je t'aime is simpelweg een oprechte ode aan de stad waar ik van hou en die ik gemist heb. Niks meer. Voor mij is de sérieux nog in evenwicht. Is Bruxelles je t'aime ook geen politiek statement? Angèle: Grappig dat je dat zegt: zo was het helemaal niet bedoeld. Toen ik de reacties in de pers las, was ik verbaasd dat zoveel mensen er een politiek engagement in zagen. 'Typisch voor jou', zei Tristan. 'Zelfs zonder het te beseffen schrijf je een geëngageerd nummer.' Maar bon, des te beter als het doet nadenken. Voor mij was Bruxelles je t'aime een naïeve ode aan de stad waar ik vandaan kom. Ik hou van die traditie. Ik vind het om een of andere reden ontroerend als artiesten over hun stad zingen. Zelfs als het over New York gaat, zing ik met volle overtuiging mee. (lacht)Met 'Laat mij het zeggen in het Vlaams/dank u Brussel voor mijn naam', een verwijzing naar je achternaam, zing je ook enkele zinnetjes in het Nederlands. Vinden ze dat niet raar in Frankrijk? Angèle:'Deux phrases en Néerlandais, t'es sûre?', zei de Franse distributeur toen hij het hoorde. 'Oui, oui', zei ik. Ik ga altijd voort op mijn gevoel. En mijn gevoel zei dat de Fransen die zinnetjes alleen maar amusant zouden vinden. Het was ook maar een knipoog. Ik denk niet dat twee zinnetjes Nederlands een groot risico is. De titel van de plaat is Nonante-cinq - en niet Quatre-vingt-quinze. Na jaren waarin Belgische artiesten in Frankrijk probeerden te verstoppen waar ze vandaan kwamen, zetten ze het nu in de verf. Is België echt cool ginder? Angèle: Ik denk het. Ik wil er geen grote uitspraken over doen, maar je voelt wel dat er iets veranderd is. De Fransen lachen niet meer met ons. Ik denk dat Stromae die deur heeft opengezet. Zijn grote doorbraak in Frankrijk in 2014 viel samen met het WK voetbal in Brazilië, waar voor het eerst sinds lang weer Belgische vlaggen te zien waren. Voor mij was dat alleszins de eerste keer dat ik dacht: eigenlijk kan het nog wel cool zijn om Belg te zijn. België hoeft niet synoniem te staan met het wereldrecord regeringsonderhandelingen, tweetaligheid en politieke problemen. Daar kunnen we Stromae niet dankbaar genoeg voor zijn. Je worstelde met de impact van je bekendheid op je privéleven, maar tegelijk toon je je op Nonante-cinq - en ook in de documentaire - persoonlijker dan voorheen. Hoe verzoen je die twee? Angèle: Voor mij is het een kwestie van controle. Ja, ik geef mezelf bloot in Angèle. Mijn dagboeken zitten erin. Mijn oma zit erin. Het gaat over mijn liefdesleven en over mijn broer. Maar dat zijn allemaal dingen die de mensen al wisten. Ze kenden alleen niet mijn mening erover. Idem voor Nonante-cinq: de plaat is persoonlijker, met nummers over mijn angsten, fouten en demonen. Maar zolang het míjn verhaal is, stoort dat me niet. Dat is volgens mij de sleutel. Daarbij: ik denk niet dat mensen mij voor zich zien als ze die nummers horen. Voor mij is dat tenminste zo: als ik naar muziek luister, zelfs de meest persoonlijke nummers van een artiest, heb ik nog altijd het gevoel dat het over mij gaat. (lacht) Dat is de magie van muziek: je denkt altijd dat nummers over jou geschreven zijn. 'Aujourd'hui j'ai bien changé, crois-moi', zing je in Libre. Klinkt wel alsof je eruit bent. Angèle: Dat weet ik niet. Ik denk dat dat een beetje de zoektocht van een heel leven is. Maar het is veel minder een probleem dan twee jaar geleden, dat is zeker. Ouder worden, je ervaringen onder woorden kunnen brengen, je eigen keuzes kunnen maken: dat heeft allemaal geholpen. Ja, er is een deel van mijn vrijheid verdwenen met mijn beroep. Maar ik heb ook een ander leven in de plaats gekregen. Dat houdt elkaar in balans. En dat is voor mij genoeg.