''Moede' is een woord dat wat in onbruik is geraakt, maar De Nooit Moede betekent dus gewoon 'degenen die nooit moe zijn'', legt Victor De Roo uit. Die groepsnaam pikte hij op in Arm Wallonië, het boek van Pascal Verbeken, een soort vervolg op Door arm Vlaanderen van August De Winne uit 1903. 'Destijds, toen Wallonië nog het rijkere landsdeel was, vormden er zich Vlaamse getto's in steden als Luik. De Nooit Moede was daar de naam van een café. Mooi, vond ik. Beetje poëtisch, maar niet erover.'
...

''Moede' is een woord dat wat in onbruik is geraakt, maar De Nooit Moede betekent dus gewoon 'degenen die nooit moe zijn'', legt Victor De Roo uit. Die groepsnaam pikte hij op in Arm Wallonië, het boek van Pascal Verbeken, een soort vervolg op Door arm Vlaanderen van August De Winne uit 1903. 'Destijds, toen Wallonië nog het rijkere landsdeel was, vormden er zich Vlaamse getto's in steden als Luik. De Nooit Moede was daar de naam van een café. Mooi, vond ik. Beetje poëtisch, maar niet erover.' Niet toevallig staat op Bandcamp ook een eerder poëtische omschrijving van de groep: 'En toen werd de hand geschud. De koffie gezet. / Op het moment dat de kamer kleiner werd en de muren te hoog om op te lopen. / Met zoete mazout besloot De Nooit Moede de schijn hoger te houden. / Als een bleek excuus voor rock zonder roll, als de grijns zonder grol. / Want is het aan het eind van de dag niet de dwaas die het groenste graast?' Voor de muzikale taal van zijn project ging Brusselaar De Roo het in de jaren tachtig zoeken. 'De Nooit Moede is sterk geïnspireerd door bijvoorbeeld This Mortal Coil, destijds een studioproject van Ivo Watts-Russell, de oprichter van het Britse 4AD, het label waarop de Pixies doorgebroken zijn. Die hele periode, toen alternatieve rock en experimentele elektronica plots de mainstream binnendrongen, vind ik zeer interessant. Dat, maar dan in een nieuw jasje, willen we samenbrengen met onze liefde voor de Nederlandse taal.' Het was al een tijd geleden maar Nederlandstalige muziek met een hoek af zit opnieuw in de lift. Zo loopt er in Nederland ook een groep rond die scoort met new wave in de eigen taal, De Ambassade. Victor De Roo: Daar ben ik me bewust van, ja. En ik zal zeker niet ontkennen dat De Ambassade het pad effent voor groepen zoals ons. Maar 'scoren'... Voorlopig blijft wat we doen toch behoorlijk obscuur, en blijkbaar iets té alternatief voor het grote publiek. Radio 1 bijvoorbeeld houdt voorlopig de boot af, en we brengen de ep uit op ons eigen labeltje, Kontakt Group, en niet bij pakweg een major. Nu ja, die desinteresse van de grote labels en de grote radiozenders is soms wederzijds, hoor. (lacht)Je zit samen met onder meer schrijver Frederik Willem Daem en Jan Paternoster ook nog in Prutser, een band die eigenlijk niet bestaat. De Roo: Daarvoor moeten we terug naar nóg een ander project, samen met mijn voormalige huisgenoot Felix Poffé: Vanderschrick, waarmee we twee jaar geleden een single hebben uitgebracht. Frederik was op onze releaseparty in een Brusselse café, Le Bateau Ivre, waar hij research deed voor zijn boek Tekens van leven. Hij heeft dat optreden uiteindelijk verwerkt in het boek, weliswaar onder een andere groepsnaam, en zo is het idee ontstaan om samen die fictieve groep, Prutser dus, ook echt in het leven te roepen. Ingewikkeld, maar zeer origineel. Komt er nog een vervolg op de Prutser-single Netels? De Roo: Dat weten we nog niet. Maar Frederik en ik gaan zeker nog dingen doen samen. We zijn intussen goede vrienden geworden. Jullie hebben ook een interessante manager: niemand minder dan Gorik van Oudheusden, alias Zwangere Guy. De Roo: Ja, dat was een beetje als grap bedoeld. (lacht) Al heeft Gorik effectief contacten gelegd en promo gevoerd, hoor. We kennen elkaar al een tijdje, want ik heb nog de beats voor zijn eerste solosingle gemaakt, Jij niet zien. En ik heb nog een studio gedeeld met de mannen van Stikstof. 't Is te zeggen: zij hebben een studio gebouwd in hartje Brussel, en ik heb daar in de badkamer mijn eigen muziekstekje geïmproviseerd. In die badkamerstudio hebben we trouwens de hele ep van De Nooit Moede opgenomen. De singles van zowel Vanderschrick als Prutser zijn verschenen op het Oostendse label Stroom. Ik heb me laten vertellen dat jij daar ooit binnen bent geraakt als stagiair. De Roo: Klopt. (lacht) Toen ik voor mijn studie communicatiemanagement op zoek moest naar een stageplek ben ik als vanzelf bij Stroom uitgekomen, omdat ik fan was van het label en omdat ik me kan identificeren met hun DIY-filosofie en outsiderstatus. Zelf heb ik me ook altijd wat een buitenstaander gevoeld, en labelbaas Ziggy Devriendt (alias dj Nosedrip, nvdr.) moet net als ik niks weten van de hele personencultus in de dj-scene of de commerciële logica van de muziekwereld. Dan liever bewust underground? De Roo: Dat nu ook weer niet, maar een beetje dissidentie kan geen kwaad, hè. Het is geen geheim dat de grote labels volgens een vast stramien een strikt commerciële logica hanteren. Labels als Stroom tonen gewoon aan dat je ook op een andere, minder voor de hand liggende manier muziekliefhebbers kunt bereiken. De Nooit Moede is daar het perfecte voorbeeld van: we hebben geen vaste line-up en geen vaste frontman of -vrouw - elk nummer op de ep is door iemand anders gezongen. Ik zie Kontakt Group ook meer als een soort platform waarop verschillende dingen kunnen gebeuren, in plaats van puur een platenlabel dat zo groot mogelijke successen wil boeken. Met Prutser stond je eind september op Niet om te Zien, een bonte avond in de Vooruit rond nieuwe Nederlandstalige muziek, gecureerd door Willy Organ. Is dat een scene waarin je je thuis voelt? De Roo: Ah tiens, kun je spreken van een scene? Frederik en ik voelden ons er eerlijk gezegd nogal de vreemde eend in de bijt. Kijk, de keuze om in het Nederlands te zingen is sowieso geen gimmick, en evenmin een statement. Dat het levenslied nu ineens hip zou zijn, vind ik trouwens behoorlijk overroepen. Niks tegen een leuk volksfeestsfeertje, echt niet, maar mijn ambities liggen elders. Waar dan precies? De Roo: Een alternatief aanreiken voor de knipoog en de ironie in de Nederlandstalige muziek, zoiets? (lacht) Nee, ik wil vooral mijn eigen ding doen, zo oprecht en genuanceerd mogelijk. Dat is trouwens wél een reden voor dat Nederlands: we zijn klaar met Engelse teksten die eigenlijk niks vertellen. En het voelt gewoon natuurlijker om aan de slag te gaan met de subtiliteiten van je eigen moedertaal. Wat die moedertaal betreft: in de promomail van jullie ep staat 'conducted by' naast jouw naam. Jij bent dus de dirigent? De Roo: Ik geef toe, 'conducted' is een nogal slordige vertaling van wat er zou moeten staan. (lacht) Hoe zeg je dat: manusje-van-alles? Begeleider? De basisideeën komen van mij, ik maak de demo's, en daarna zoek ik samen met gitarist Jente Waerzeggers de juiste mensen - ook non-muzikanten - om het geheel tot leven te brengen. Dat is wat ik goed kan: projecten op poten zetten. Het zal wel de oude jeugdhuiscoördinator in mij zijn. Ik heb ooit in Leefdaal, waar ik opgegroeid ben, als voorzitter het jeugdhuis Twee Hoog nieuw leven ingeblazen, onder meer door er behoorlijk wat elektronica en hiphop te programmeren. Eigenlijk is daar alles begonnen, op de tweede verdieping van de lokale basisschool. Maar maak dáár nu niet de kop boven je artikel van, alsjeblieft!