'Een brandend kruis? Euhm, oké, daar moet ik toch eens over nadenken.'
...

'Een brandend kruis? Euhm, oké, daar moet ik toch eens over nadenken.' Bart Cocquyt, frontman van het Gentse noisepunktrio Pink Room, fronst de wenkbrauwen achter zijn zonnebril. We zijn op bezoek bij Sparks FX, een bedrijfje in Kortrijk gespecialiseerd in pyrotechnische effecten. Explosies, vlammenwerpers, brandende auto's of gebouwen... Het is allemaal een koud kunstje voor deze mannen. Cocquyt is hier om de volgende clip van zijn band te bespreken. 'Iets met zo veel mogelijk vuur' is kort samengevat het concept. Titel van de song in kwestie: Hail Satan. Liefst van al wil de frontman ook zélf in brand staan. Daar kan, rekening houdend met enkele budgettaire veiligheidsbeperkingen, voor gezorgd worden. 'Het moeilijkste is de oren goed beschermen', legt de zaakvoerder uit. 'En wil je echt helemaal in brand staan, dan heb je een stuntman nodig die lang genoeg zijn adem kan inhouden. We zouden niet willen dat je longen beschadigd raken.' Vagevuur nabootsen of instrumenten veilig in de fik steken, dat is geen enkel probleem. En een brandend kruis, daar kan dus ook voor gezorgd worden. Bij dat laatste heeft Cocquyt even later toch zijn bedenkingen: 'Een beetje provoceren vind ik niet erg, integendeel, maar we zijn de fucking Ku Klux Klan niet, hè. (lacht) Het moet vooral geestig blijven, en in deze politiek correcte tijden weet ik niet of we met een brandend kruis in onze videoclip op veel sympathie kunnen rekenen.' En nee, Pink Room is geen bende satanisten. ' Hail Satan gaat eigenlijk over de muziekindustrie, en dan vooral de vriendjespolitiek en het hokjesdenken dat er zo ingebakken zit. Ook in het zogezegd onafhankelijke doe-het-zelfwereldje en de punkscene, ja. Jammer genoeg. Ook in de lokale punk bestaat er een selecte groepje tastemakers, die mee bepalen wat wel en wat niet 'cool' is. Ik weet nu al dat we uit sommige hoeken commentaar gaan krijgen omdat we onze nieuwe plaat in een professionele studio opgenomen hebben. Omdat dat te proper klinkt. Misschien krijgen we zelfs commentaar omdat we in Knack Focus staan. (lacht) Terwijl voor mij de essentie van punk is: je kunt zijn wie je wilt zijn. Punk is de vrijheid om zelf dingen te doen, zelf shows te organiseren, je eigen community te ondersteunen. En alles wat ik kan, kan iemand anders ook, die instelling.' Met zijn druipsnor, fleurig seventieshemd onder een kostuum en cowboyboots uit koeienvacht lijkt Cocquyt inderdaad niet te beantwoorden aan de geijkte stereotypes van de punk. In de donkere kelderzaaltjes en rock-'n-rollcafés van Gent en wijde omstreken heeft Pink Room de voorbije jaren een stevige reputatie als een van de strakste en hardste bands in het undergroundcircuit bij elkaar gespeeld. 'Een pokkegoeie, vuige, vuile, luide rock-'n-rollband', vindt Rodrigo Fuentealba Palavicino, gitarist met een verleden bij onder meer Gabriel Ríos en Novastar en een van de bezielers van Fifty Foot Combo. Hij zat als producer aan de knoppen voor Pink Rooms pas verschenen album Putain Royale, een functie waar hij spontaan voor had gesolliciteerd nadat hij de band live aan het werk had gezien. 'Ze zijn een beetje raar en waarschijnlijk stinken ze ook een beetje, maar zo zouden er meer bands moeten zijn. Ken je dat gevoel nog: je ging als kleine jongen naar Star Wars of Bruce Lee in de cinema kijken en en als je na de film buitenkwam, dan wás je Bruce Lee of Luke Skywalker. Je kon de wereld aan. Je was klaar om je leven te wijden aan kungfu of the Force, klaar om keet te schoppen en misschien op je bakkes te krijgen. Dát gevoel krijg ik bij Pink Room. Een lap in uw gezicht, en een goedgerichte kniestoot richting de Vlaamse muziekscene met al haar navelstaarderige, lieftallige middenklassegroepjes en hun zweverige zielenroerselen. (lacht) Bart is iemand die weet wat goed feesten is, wat goed eten is én wat goed zweten is, en dat hoor je in hun muziek.' *** Een week later passeren we - coronaproof - in de thuishaven van Pink Room: In de Ruimte is een voormalige brandweerkazerne aan de rand van Ledeberg die is omgeturnd tot een vrijplaats voor allerlei kunstenaars. Op de muren van de wc's, tussen dikke lagen stickers, staat toiletproza als ' january february urinuary' en ' free turd sandwiches!' gekribbeld. In de gang ernaartoe is iemand geconcentreerd in de weer met het opschuren van een grote gipsen fallus. Hier heeft Pink Room zijn repetitiehok en clubhuis. Ze spelen vanavond een livestream, georganiseerd door de buren van de zeefdrukkerij, voor een gemondmaskerd publiek van één. In dik twintig minuten razen ze door negen songs. Meteen na afloop verzamelt drummer Jelle Lefebvre zijn spullen en keert hij weer huiswaarts, richting Kortrijk. Gitarist Glenn Janssens focust zich in een hoekje op zijn verzameling effectpedalen. Hij was de eerste om te reageren toen Cocquyt vijf jaar geleden een zoekertje op Facebook zette: 'Bassist in Gent zoekt groep. Invloeden: Pixies, Mclusky, Parquet Courts, Deerhoof...' Het drumstoeltje wisselde enkele keren van eigenaar, tot Lefebvre met zijn conservatoriumopleiding in beeld kwam en hun potige, flexibele punksound een vliegende doorstart nam. Cocquyt legt een p-funkplaat van Parliament op en overloopt de setlist, geschreven op de binnenkant van een pizzadoos: Hail Satan, Cokehead, Wasted, Losing, Stay White... 'Blijf blank'? Serieus? 'Dat is de meest persoonlijke track op de plaat. Over racisme en white privilege, iets waar ik al sinds mijn jeugd regelmatig mee in aanraking kom. Ik ben opgegroeid in Lotenhulle, een piepkleine deelgemeente van Aalter. Maar mijn biologische moeder is een Paraguayaanse die als jonge tiener in Oostende terecht is gekomen. Ze was nog maar vijftien toen ze van mij beviel en heeft me ter adoptie afgestaan. Alleen, dat heb ik lange tijd niet geweten. Dus toen ik als kind fietsend door Aalter eens vanuit een auto 'keer terug naar je eigen land!' naar mijn kop geslingerd kreeg, wist ik totaal niet wat die man bedoelde. Ook op de speelplaats begonnen ze rare vragen te stellen: "Hey Bart, ben jij een Turk of zo?" Daar raakte mijn twaalfjarige zelf behoorlijk van overstuur. "Mama, ik ben toch geen Turk, hè?" vroeg ik thuis. Pas toen hebben ze me over mijn echte moeder en mijn adoptie verteld. Vanaf toen wist ik: oké, die mottige reacties, dat is iets dat zal blijven gebeuren. Vroeger was mijn huid donkerder dan nu - "we zitten met een zwarte", moet een oom ooit gezegd hebben - maar ook vandaag word ik regelmatig nog scheef bekeken. Die "random check-ups in the supermarket" waarover ik zing in Stay White, dat is écht zo, hè. Negen op de tien keer worden mijn winkeltassen gecontroleerd in de supermarkt. En die ene andere keer is bijna altijd wanneer mijn blond lief erbij is.' Stay White heeft op Putain Royale trouwens een zustersong, Stay Black, die onder meer politiegeweld aan de kaak stelt. Maar noem Pink Room geen politieke tafelspringers. 'De klassieke rechts-linkstegenstellingen interesseren me niet. We willen geen grote statements maken, we zijn gewoon wie we zijn. Er zit wel veel kwaadheid en frustratie in de songs, maar die is dan uit het leven gegrepen. Dat is het belangrijkste: het moet oprecht zijn. Zo gaat Losing over de sleur van alledag en je mottig voelen, over de confrontatie met jezelf. "I don't want to wake up in the morning and look at my dick." Herkenbaar, nee? (lacht)' 'Camera loopt! Vuur! Muziek! Actie!' Buiten is het vier graden, maar in het Ledebergse repetitiehok waar Pink Room de clip opneemt, is het een sauna. Er staan minstens vijf grote gasflessen en evenveel brandplusapparaten. Telkens wanneer de vlammen uit hun metalen cilinders een meter de lucht in schieten, lijkt het alsof de groep in een gigantische grilloven staat te spelen. Na elke take gaan meteen alle buitendeuren open en vluchten de groepsleden snel de buitenlucht in, happend naar zuurstof. 'Ik voel mijn zonnebril bijna smelten', grinnikt de rood aangelopen frontman tevreden. Het ziet er allemaal nogal metal uit, werp ik op. Low-budget Rammstein. 'Daar kan ik mee leven', grijnst Cocquyt. 'Natuurlijk is dit een beetje de draak steken met metalclichés. En het is niet omdat je punk bent dat je jezelf niet mag verkopen. Een beetje drama, een beetje decadentie, moet kunnen. En vooral: voldoende humor en zelfrelativering. De dag dat ik mijn snor liet staan, is alles in de plooi gevallen. (lacht) En dan word je plots vergeleken met pornoacteur Ron Jeremy of wordt er op straat ' narcos!' geroepen. Je wilt niet weten hoe vaak ik al geposeerd heb voor selfies met mensen die dachten dat ik Pablo Escobar was. Niks mis mee, toch?' Er wordt aan zijn mouw getrokken: 'Steken we nog instrumenten in brand, of gaan we meteen voor de molotovcocktails?' vraagt de regisseur. Wat gaan ze daar in Lotenhulle allemaal van denken? 'Mijn ouders zijn brave christelijke mensen. Mijn moeder, die vroeger verpleegster was, was er het hart van in dat ze wegens corona niet meer elke zondag naar de kerk kon. Mijn eerste instrument was de harp, die ze me op mijn verzoek met veel liefde hebben gekocht toen ik twaalf was. Drie jaar later hoorde ik voor het eerst de basgitaarsolo in No One Knows van Queens of the Stone Age en ging er een wereld open. Dus kreeg ik ook nog een basgitaar toegestopt. Maar nu? Ze zijn in elk geval nog nooit naar een optreden van Pink Room komen kijken. "Moet dat echt zo gemeen?" vroeg mijn moeder toen ik vertelde dat de plaat Putain Royale zou heten. Tja.' Weer die grijns: 'Nog een geluk dat we Hail Satan eind vorig jaar niet als kerstsingle hebben uitgebracht, zoals oorspronkelijk de bedoeling was.'