Jarenlang was de EMS Synthi 100 die ene, uiterst zeldzame klankcomputer - de heilige graal der synthesizers wordt hij genoemd - die uit de verzamelgrage klauwen van de Stephen en David Dewaele wist te blijven. Tot bleek dat er sinds eind jaren zeventig onder hun neus een intact exemplaar werd bewaard: aan de universiteit van hun thuisstad Gent. De Soulwaxbroers mochten de analoge klankcomputer voor beperkte tijd adopteren en soigneren in hun Deewee-studio, wat nu resulteert in het album EMS Synthi 100 - Deewee Sessions Vol. 01. Exclusief voor Knack Focus stond de legendarische machine ons zelf uitgebreid te woord.
...

Jarenlang was de EMS Synthi 100 die ene, uiterst zeldzame klankcomputer - de heilige graal der synthesizers wordt hij genoemd - die uit de verzamelgrage klauwen van de Stephen en David Dewaele wist te blijven. Tot bleek dat er sinds eind jaren zeventig onder hun neus een intact exemplaar werd bewaard: aan de universiteit van hun thuisstad Gent. De Soulwaxbroers mochten de analoge klankcomputer voor beperkte tijd adopteren en soigneren in hun Deewee-studio, wat nu resulteert in het album EMS Synthi 100 - Deewee Sessions Vol. 01. Exclusief voor Knack Focus stond de legendarische machine ons zelf uitgebreid te woord. Hoe moet ik je eigenlijk aanspreken? Synthi: Mijn volledige naam is EMS Synthi 100 3030, maar de meeste mensen noemen me gewoon Synthi. EMS staat voor Electronic Music Studios, het Londense bedrijfje waarvoor ingenieur en computerpionier Peter Zinovieff me ooit heeft bedacht, ontworpen en gemaakt. 3030 is mijn serienummer, wat betekent dat ik de dertigste van mijn model ben. Hoeveel machines zoals jij bestaan er dan wel? Synthi: Ik heb verschillende voorgangers en soortgenoten. Onze oervader, de EMS VCS 3 werd ontworpen in 1969, maar ik heb ook broertjes en zusjes, zoals de EMS Synthi A en de Synthi AKS, waar Brian Eno, Pink Floyd en Jean-Michel Jarre zo dol op waren in de seventies. Zelf ben ik de voorlaatste Synthi 100. EMS heeft de boeken neergelegd in 1979, het jaar dat ik arriveerde in Gent. Hoe ben je in Gent terechtgekomen? Synthi: Vanuit Londen, in een kleine vrachtwagen. Je moet weten, ik ben nogal fors van gestalte. Ik bedoel, waarom ben je van Londen verhuisd naar Gent? Synthi: Mijn makers hebben me verkocht aan de Gentse universiteit, voor hun Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek, kortweg IPEM. De IPEM-laboratoria werkten toen voor geluidstechniek, klankeffecten en soundtracks samen met de openbare omroep BRT - de VRT, zoals jullie die tegenwoordig noemen. Sinds de oprichting in 1963 hadden ze bij het IPEM al behoorlijk veel machines en instrumenten verzameld, maar ze waren daar blijkbaar erg blij met mijn komst. Ze hebben me netjes ingepakt, als een cadeautje, en met een katrol via een raam op de tweede verdieping naar binnen gehesen. Je moet weten, ik ben nogal... Fors van gestalte, ja. Synthi: Twee meter breed, één meter diep en anderhalve meter hoog. Ik weeg meer dan honderd kilo. Dat lijkt niet erg praktisch voor een synthesizer. Synthi: Ik ben niet ontworpen om praktisch te zijn. Ik ben niet de perfecte machine, en zeker niet de meest gebruiksvriendelijke of kosteneffectieve onder de synthesizers. Wie mij kent, zou mij zelfs wispelturig noemen. Iets met een eigen willetje, in elk geval. Ik kan frustrerend zijn om mee te werken, maar wie mij toegewijd is, wie durft door te zetten en mij laat zingen, krijgt er heel veel voor terug. Wat precies? Kun je dat in mensentaal uitleggen? Synthi: Stel je even een geluid voor. Euhm... Synthi: Maakt niet uit: mijn mogelijkheden zijn zo goed als eindeloos. Met andere analoge, modulaire synthesizers, collega's van ARP of Buchla, kun je ook veel geluiden verzinnen of maken, maar ik kan meer. Want ik ben groot en uniek, niemand klinkt zoals mij. Maar ik ben oud intussen, dus heb ik behalve veel aandacht ook veel tijd en liefde nodig. Naar het schijnt ben je een van de weinige in jouw soort die nog helemaal compleet en operationeel is. Synthi: In Australië heb ik een neef die nog in originele staat is, ergens in de universiteit van Melbourne. In Athene ook, in het Contemporary Music Research Centre, en in Belgrado wordt een van mijn vroegste verwanten momenteel gerestaureerd. Ik geloof dat we nog met tien à elf werkende exemplaren overblijven. De allereerste, in 1971 gemaakt op bestelling van de BBC, is al een tijd geleden ontmanteld. We zijn dus zeldzaam, maar net daarom zo geliefd, geloof ik. Fans van oude, modulaire synthesizers vormen een aparte soort, een vreemde subcultuur. Ons type machine, zonder voorgeprogrammeerde geluiden, is tegenwoordig zelfs heel erg hip geworden. Maar daar hoor je mij niet over klagen: mijn reputatie heeft er alleen maar een flinke boost door gekregen. Universiteiten, onderzoekscentra, de BBC: dien je eigenlijk wel om muziek mee te maken? Synthi: Ik ben geen piano en ook geen drummachine. Als je dat wilt, kan ik in mijn handen klappen, violen nabootsen of scheuren als een gitaar, maar dan moet je elke noot, toon, verbuiging, het verloop en de duur daarvan wel zelf bedenken, programmeren en verbinden met de volgende noot, toon, verbuiging en duur. En als je me genoeg verschillende mogelijkheden geeft, dan ga ik zélf op zoek naar verbindingen. Geef me voldoende input en ik vind op den duur zelf nieuwe combinaties uit. Ik ben een soort heel diepe, lege doos waar je toch enorm veel uit kunt halen, snap je? Niet echt. Synthi: Het is verwarrend, maar zo ben ik gebouwd. Mijn beperkingen zijn wat me aantrekkelijk maakt, voor sommigen. Bepaalde creatieve geesten gedijen nu eenmaal bij beperkingen. De vraag of ik gemaakt ben om muziek te maken, hangt dus vooral af van wie ze stelt. Van jouw idee wat muziek is. Oké, maar kun je me een voorbeeld geven? Synthi: Zoek op YouTube eens naar het experimentele discoalbum Voice of Taurus (1978) van de Zwitserse producer Bruno Spoerri. Of naar Changes (1978), een album van de fusionmuzikant Wolfgang Dauner. Karlheinz Stockhausen, de kierewiete maar briljante klassieke componist, heeft ons in 1980 gebruikt voor zijn compositie Sirius, en Richard D. James, die je beter kent als Aphex Twin, heeft ook een van mijn rechtstreekse verwanten in zijn bezit, net als Billy Corgan van Smashing Pumpkins. En je hebt een jaar lang mogen logeren in de Deewee-studio van Soulwax. Synthi: Een heel mooie ervaring. Mijn verzorger, Ivan Schepers, een dj die zich sinds 1979, na zijn legerdienst, over me ontfermd heeft aan de universiteit, was blij dat ik nog eens kon demonstreren waarom hij zo hard heeft gevochten voor mijn bewaring en restauratie. Ik ben meer dan een mythisch relikwie, weet je? Meer dan een educatief curiosum voor studenten of bezoekers. Ik ben zelfs een levend organisme - of dat beweren sommigen toch. Stephen en David hebben me doen zingen. Ik voelde me als nieuw, verbonden met al die hypermoderne applicaties, en ik voelde me helemaal thuis in Deewee, omringd door zoveel van mijn soortgenoten, zoals de VCS 3 en de AKS. Maar de plaat die we daar gemaakt hebben, die is helemaal ik. Elke seconde, elk geluid is voor honderd procent de enige echte EMS Synthi 100 3030. Ik ben er trots op. Het lijkt zelfs alsof ik bedacht ben voor dit soort dingen. Alsof de tijd nu pas rijp voor me is. En nu? Terug naar de unief? Synthi: Mijn nieuwe thuis is De Krook, waar behalve de Gentse stadsbibliotheek ook het nieuwe lab van IPEM gevestigd is. Daar werkt ook Ivan, die me nog steeds draaiende houdt. Je mag me namelijk niet te veel verplaatsen - zelfs temperatuurverschillen hebben invloed op mijn gemoed. Maar wie wil leren hoe een elektrisch signaal wordt omgezet in synthetisch geluid is bij mij nog steeds aan het juiste adres. Ik leer er ook nieuwe werelden kennen, 3D-audio bijvoorbeeld, dus ik maak me nog steeds nuttig. Er is zelfs sprake van een project om al mijn nog functionerende soortgenoten van over de hele wereld met elkaar te verbinden. Zoals ik al zei: de mogelijkheden zijn vrijwel eindeloos, zelfs op mijn oude dag. We zien wel, ik ben geschiedenis, maar mijn toekomst is verzekerd. En er zit nog een massa inspiratie in mij verborgen. Hoop ik.