De Hansa Studios lagen op een steenworp van de Berlijnse Muur. Nu was het in die buurt natuurlijk ten strengste verboden om met stenen te werpen, maar je kon vanuit het raam wel de prikkeldraad en wachters aan de andere kant zien. Tijdens de opnames van David Bowies Low (1977) draaide geluidstechnicus Eduard Meyer op een gegeven moment een spot in de richting van Oost-Berlijn en stak zijn tong uit. Bowie en zijn producer Tony Visconti, die erbij waren, deden het in hun broek en doken onder de mengtafel.
...

De Hansa Studios lagen op een steenworp van de Berlijnse Muur. Nu was het in die buurt natuurlijk ten strengste verboden om met stenen te werpen, maar je kon vanuit het raam wel de prikkeldraad en wachters aan de andere kant zien. Tijdens de opnames van David Bowies Low (1977) draaide geluidstechnicus Eduard Meyer op een gegeven moment een spot in de richting van Oost-Berlijn en stak zijn tong uit. Bowie en zijn producer Tony Visconti, die erbij waren, deden het in hun broek en doken onder de mengtafel. In Hansa Studios: By the Wall 1976-90 is Meyer, die door zijn Britse en Amerikaanse vrienden Edu werd genoemd, een ouder wordende man die met smaak die en andere anekdotes oprakelt en schalks vermeldt dat hijzelf natuurlijk nooit drugs gebruikt heeft - 'al werd ik weleens stoned van het passief roken'. Edu en hoofdtechnicus Tom Müller spelen een grote rol in deze docu, samen met enkele buitenlandse producers die er legendarische platen opnamen: Flood, Gareth Jones en Visconti. Want als de studio een instrument is, zoals hier ergens gezegd wordt, dan waren zij de muzikanten. Hansa Studios laat zich dan ook bekijken als een compilatie van de Britse Classic Albums-reeks, waarin technici, producers en muzikanten vertellen hoe ze tot dit of dat geluid, deze lyric en dat oorlogsverhaal gekomen zijn. Alleen krijg je uitsluitend de allerbeste stukken te zien, en gaat het bijna constant over heel goeie platen. Het geluid van de drums in Iggy Pops Lust for Life of de metalige klanken in People Are People van Depeche Mode? Zij maken deze op zich klassieke documentaire tot een van de betere in haar soort. Bowie en Iggy kwamen uit een diep dal toen ze in 1976 in West-Berlijn aankwamen, maar voor de Hansa-Tonstudios, zoals je eigenlijk hoort te zeggen, waren ze een geschenk uit de hemel. De studio's waren in die tijd de thuisbasis van Hansa Records, een label van de broers Peter en Thomas Meisel dat zich specialiseerde in Duitse schlagers. De Thin White Duke en zijn nar schreven niet alleen zelf rockgeschiedenis in de Meistersaal, ook bekend als Studio 2, ze zetten Hansa ook op de kaart. Na hen vond een pak buiten- en binnenlands topvolk zijn weg naar de Muur, wat de aan de studio verbonden technici, die echt wel hun vak verstonden, een doel in het leven gaf: weg met Roland Kaiser! Bowie en Pop maakten gebruik van Hansa ten tijde van Low en The Idiot, beide verschenen in 1977, en namen er in dat jaar ook elk één volledige plaat op: Heroes en Lust for Life. Dat is op zich al ruimschoots voldoende voor een plaatsje in de geschiedenisboeken, maar het geluid en het succes van die platen trok ook de bandeloze jeugd uit de buurt aan. West-Berlijn werd in die tijd door drie soorten mensen bevolkt: gepensioneerden, studenten en jonge mannen die niet naar het leger wilden. Van de gepensioneerden zijn we niet zeker, maar die andere twee groepen vormden bands als Die Haut, Malaria! en Einstürzende Neubauten. Ze vonden hun weg naar Hansa ook omdat de studio in de wijk Kreuzberg lag, een extra arme, desolate en dus betaalbare buurt. Hansa Studios was het enige gebouw dat in de buurt van de Muur rechtop stond, omgeven door braakland. 'Je had er altijd plaats om te parkeren', zegt een van de technici. En producer Flood vertelt dat hij drie uur naar de studio moest zoeken toen hij in 2008 terugkwam, omdat er plots allemaal andere gebouwen omheen stonden. Toen ook Nina Hagens eerste twee platen succesvol waren en de Neubauten, die van Edu geen pneumatische hamer mochten gebruiken in Studio 2, een internationaal platencontract in de wacht sleepten, ging het snel. In de jaren tachtig kwamen Depeche Mode, Fad Gadget, Diamanda Galás, Wire en Killing Joke allemaal naar Berlijn. The Birthday Party viel in de Hansa Studios uit elkaar, en Nick Cave wekte uit de assen zijn Bad Seeds op. De stukken die inzoomen op de geschiedenis van Cave, Blixa Bargeld, Barry Adamson ('Er zit hier een bijzondere donkerte in het stof') en de immer nuchtere Mick Harvey vormen, na de drums van Lust for Life, een tweede hoogtepunt van deze docu. Maar nog wonderlijker is het verhaal van het ambitieuze synthpopgroepje Depeche Mode, dat aan het handje van technicus/producer Gareth Jones (heerlijke kerel) in Berlijn komt opnemen, het geluid van de Kreuzberg-nozems in popsongs giet en vervolgens een wereldwijde hit scoort met People Are People. Alexander Hacke van de Neubauten heeft daar een term voor bedacht: transatlantic feedback. 'I think that's just fantastic', voegt hij eraan toe, en het klinkt als een lijn uit Terminator 2. 'Voor twaalf uur moest je niet op café gaan, want dan zat je alleen aan de toog.' Er was geen industrie en geen economie in West-Berlijn, maar wel een nachtleven: een in neonlicht badende afspiegeling van de decadente clubs en buurttheaters uit de Weimarrrepubliek, waar punks, artiesten en ander nuttelozen van de nacht zo veel jaar na Bertolt Brecht en Kurt Weill inspiratie kwamen opdoen. Bowie genoot met volle teugen van zijn anonimiteit in de club van de legendarische Romy Haag. Martin Gore van Depeche Mode dook recht vanuit de studio de nacht in, gehuld in vrouwenkleren en make-up. In november 1989 viel de Muur en kwam er een einde aan de charme van West-Berlijn als 'buitenpost van de westerse beschaving', zoals Flood het zo treffend omschrijft. Automatisch verminderde ook de aantrekkingskracht van Hansa. 'Die Muur was voor ons een fantastisch pr-vehikel', zegt Tom Müller. 'Toen hij weg was, werd alles hier normaal.' Kort nadat U2 er in 1990 met Achtung Baby nog een laatste mijlpaal kwam opnemen, werd Studio 2 opnieuw de Meistersaal en het complex een bedevaartsoord. Sinds 2008 worden er opnieuw rockplaten ingeblikt, onder andere van Snow Patrol, Supergrass en Manic Street Preachers. R.E.M. heeft er op het einde van de opnames van hun laatste studioplaat Collapse into Now in 2010 een intiem afscheidsconcert voor 35 genodigden gegeven. Ook dat zijn mooie beelden, maar toch zijn het de drums van Lust for Life die in onze oren blijven weergalmen. Nog dit: op de avond dat de Muur viel, zaten Flood en Gareth Jones in de Hansa Studios The Good Son van Nick Cave te mixen. Toen iemand hen kwam vertellen wat er buiten aan het gebeuren was, stonden ze niet recht om te gaan kijken. 'We hadden geen tijd, we waren aan het werken', zegt een van hen daarover. Klopt: ze waren geschiedenis aan het schrijven.