Piano, bas en saxofoon, het blijft een merkwaardige bezetting. We kennen zelf eigenlijk enkel de trio's met Paul en Carla Bley: Paul in tandem met Jimmy Giuffre en Steve Swallow; en daarna Carla met Andy Sheppard en Swallow.
...

Piano, bas en saxofoon, het blijft een merkwaardige bezetting. We kennen zelf eigenlijk enkel de trio's met Paul en Carla Bley: Paul in tandem met Jimmy Giuffre en Steve Swallow; en daarna Carla met Andy Sheppard en Swallow. In diezelfde even uitzonderlijke als intrigerende line-up speelde pianiste Nathalie Loriers (grande dame van de Belgische jazz en vaste waarde in het instituut dat het Brussels Jazz Orchestra is) een vijftal jaar geleden een memorabel concert op het Gaume Jazz Festival, samen met de Nederlandse saxofoniste Tineke Postma en contrabassist Philippe Aerts. De opname ervan werd prompt op het WERF platenlabel uitgebracht. Ondertussen is dit trio, na Nicolas Thys, met Sam Gerstmans aan hun derde bassist toe. Gisteren bewezen ze echter dat op de formule nog geen sleet staat. Integendeel, de onderlinge synergie is gegroeid. Terwijl een zachte zomerbries de nog grotendeels lege concerttent een aangename schuilplaats maakte voor de schroeiende middagzon, en het publiek zich mondjesmaat een plaatsje uitkoos, werden we genereus omarmd door die brede, romantische akkoorden waar Loriers een patent op heeft. Opener Luiza, een weinig bekende compositie van Antonio Carlos Jobim, zette meteen de toon. Dit werd onthaasten op een zomermiddag in een set vol prikkelende tributes aan muzikale helden en melancholische memento's voor verloren vrienden en familieleden. Dinner With Ornette & Thelonious was een aanstekelijk stop-and-go-thema waarvan de ietwat tegendraadse melodie Monk niet helemaal onwaardig zou zijn. Het lieflijke Canzoncina was dan weer een knipoog naar de Italiaanse pianist Enrico Pieranunzi. Op het boppige Everything We Need schakelde Postma in ademloze frasen een paar versnellingen hoger. Het is een constante in de verstandhouding tussen beide vrouwen: waar Postma vaak de snelweg neemt, verkiest Loriers kronkelige binnenwegen. Afsluiten deed het trio met het titelnummer van hun tweede cd, We Will Really Meet Again. Deze beklijvende ballade is niet alleen een eerbetoon aan Bill Evans, maar ook een hommage aan Nathalie's broer Thierry. Loriers droeg het op aan Sal La Rocca, de potige bassist die kortelings zijn moeder heeft verloren.La Rocca maakte zijn opwachting op het zijpodium om er met zijn kwartet drie sets vol vitalistische, spirituele jazz van hoog niveau te presenteren. Het was Sals manier om met zijn verlies in het reine te komen en het meteen in stijl weg te spoelen. Jazz washes away the dust of everyday life, zo vatte drummer Art Blakey dat samen. Sal genoot zichtbaar van het gezelschap dat hij had meegebracht. Pianist Erik Vermeulen viel daarbij in voor de aangekondigde Pascal Mohy; een meesterzet, want niet alleen is Vermeulen nog steeds een van de allerbeste muzikanten die ons land rijk is, de verstandhouding die hij heeft met saxofonist Jeroen Van Herzeele is evenmin onmiskenbaar. Pianist Brad Mehldau was niet aan zijn proefstuk toe op Gent Jazz. In 2014 stapelde hij nog elektronica op de drum-'n-bass-beats van Mark Giuliana. Dit jaar was hij terug met zijn klassieke akoestische trio met bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Ballard. Samen vormen ze een van de beste (en meest productieve) pianotrio's van de jazz. In de wereld van Mehldau gaan drakentattoos en krijtstrepen kostuumbroeken samen en gaat de muziek van Paul McCartney hand in hand met die van Johann Sebastian Bach. Met Ode schoot het trio meteen gretig uit de startblokken. Bij veel jazzpianisten is de linkerhand een voetnoot, maar de manier waarop die van Mehldau de dominante rechterhand uitdaagt, in vraag stelt en aanvult is van een zelden gehoorde vindingrijkheid en virtuositeit.Bovendien is de grote vanzelfsprekendheid waarmee deze drie heren melodieën en ritmes deconstrueren, en terug in elkaar puzzelen ronduit verbazingwekkend. Ze grepen het publiek bij het nekvel om het pas een goed uur later weer los te laten. Er valt ook altijd wel iets te horen dat de moeite loont in dit trio, waar je ook je aandacht op richt. Niks is gratuit. Het repertoire werd gelicht uit hun rijke back catalogue. Spiral komt uit hun laatste cd, Seymour Reads the Constitution, Secret Beach zigzagde tussen een raadselachtig mineur en bevestigend majeur. Maar helemaal onaantastbaar wordt dit trio als het in de grote Amerikaanse standards duikt. Long Ago And Far Away bungelde aan een zijden draadje en werd zo speels heen weer gejongleerd tussen hun drieën. En met I Fall in Love Too Easily bedankte Mehldau het publiek in vlekkeloos Nederlands voor de goede energie. De tent werd muisstil voor het bisnummer, een meesterlijke lezing van Tenderly. Het publiek repliceerde met een staande ovatie, tot tweemaal toe. Deze drie muzikanten bedreef de kunst van het pianotrio op het allerhoogste niveau. Chico Freeman, de man die de jazz in zijn binnenzak heeft, kwam op Gent Jazz zijn Plus+tet voorstellen, zijn Amerikaanse kwartet dat voor de gelegenheid werd aangevuld met de Britse vibrafonist Anthony Kerr. Opener Black Inside kondigde een set vol bombast aan, met de gretige drummer Rudy Royston die het hele zootje meteen dicht mepte. Dit kon wel eens een stevige zit worden, vreesden we. Ook in Elvin, een tribute aan Coltrane-drummer Elvin Jones, ging de titanische Royston zo hard tekeer dat de iPads van de pupiters donderden. Tussendoor kon je het overbekende thema van Coltranes A Love Supreme horen. Daarna daalde de energie enigszins en kon de band optimaal hun compacte opstelling op het podium uitbuiten met intense dialogen. To Give A Teardrop in the Rain was een R&B-achtige hymne die Freeman opende met een lange saxintro waarin hij zijn instrument liet schreeuwen en toeteren als een stoomboot. Er volgde een zweterige ballade die droop van de soul, waarna het licht uitviel. Letterlijk, dan. Door een stroompanne op het podium werd het volgende nummer in volledige duisternis ingezet. Ook de muziek werd zwarter. Blueslike, een funky hardbopthema, deed de hele zaal schuddebollen. De sfeer zat zo goed dat er ook bij Chico Freeman, die tot dan toe als een imposante man in black over het podium had gestruind, een danspasje afkon. Het enthousiaste publiek klapte gretig mee op het ritme. Jazz kan ook gewoon leuk zijn. Een goeie drummer danst zittend en niemand haalt zijn moves zo soepel en aanstekelijk uit zijn stokken als Jack DeJohnette. Zelfs op 75-jarige leeftijd heeft de man weinig concurrentie. Hij opende met een paar welgemikte roffels de set voor Hudson, een all-star supergroep van muzikanten die niet alleen een gelijkaardig muzikaal parcours, maar ook dezelfde woonplaats in de Hudsonvallei ten noorden van New York delen. Het repertoire van de band bestaat uit covers en eigen composities, waarin het muzikale verleden van het gebied centraal staat, en strekt zich uit van Indiaanse chants tot de folkrock van de sixtiesgeneratie.DeJohnette, gitarist John Scofield, toetsenist John Medeski en (toen nog) bassist Larry Grenadier speelden hun eerste concert samen op het Woodstockfestival in 2014. Voor hun eerste Europese tournee wordt Grenadier vervangen door de rotsvaste Scott Colley. Opener Wait until Tomorrow van Jimi Hendrix kondigde zich aan als een broeierig wah-wah-feest. Een beetje chaotisch, maar wel vol speelplezier en zin voor avontuur. In Hudson duelleerde de snijdende gitaar van Scofield met het stomend Hammondorgel van Medeski. In nog een Hendrixcover, Castles Made of Sand, was Jack DeJohnettes zangpartij even verrassend, aandoenlijk als wankel. Daarna kondigde Scofield Bob Dylans A Hard Rain's Gonna Fall aan als 'a song that is very appropriate today'. Het viertal rukte de klassieker meedogenloos uiteen in een apocalyptisch klanktapijt dat uitmondde in de buitenaardse klanken van Medeski's horrororgel. Is dit de muzikale pendant van het hedendaagse politieke klimaat in de VS? We kregen het er even koud van. Maar tegen die tijd had het grootste deel van de festivalgangers het jammer genoeg voor bekeken gehouden. Niet onterecht, want niet de hele set was even sterk. Het moet de muzikanten ook niet ontgaan zijn hoe het publiek stelselmatig de tent verliet. 'Thanks for sticking with us', excuseerde Scofield zich net voor het bisnummer. 'It's been a long day full of great music'. Nu, daar waren we het wel met hem over eens. Eindigen deden ze met het theme song van de babyboomers, Joni Mitchells Woodstock. (...)Tussen de bedrijven door werden de laureaten van de SABAM jazz awards bekend gemaakt. Saxofonist Robin Verheyen kreeg de prijs voor 'gevestigde waarde' uit handen van minister van cultuur Sven Gatz. De 34-jarige Verheyen heeft al vele jaren zijn thuisstad Turnhout ingeruild voor New York, waar hij vandaag een volwaardig deel van de scène is. In de eigen contreien is hij vooral bekend van TaxiWars, zijn band met Tom Barman. Euphoniumspeler Niels Van Heertum werd gelauwerd als jong talent. Niels is een tomeloze zoeker die zijn ongebruikelijke instrument inzet in zijn immer intrigerende muzikale avonturen.