Als u al eens een voormiddag op een vlooienmarkt hebt gesleten, kent u ze: de eindeloze dozen vol vinylsingletjes, met hits en grote namen, maar vooral met veel vreemde namen, dito titels en afbeeldingen, onbekend maar ooit door minstens één iemand bemind. Van de jaren vijftig, toen ze de jukeboxen vulden, tot diep in jaren tachtig, toen ze de hitparades bepaalden, waren singles het muzikale consumptiemiddel bij uitstek. Fast food op 45 toeren, net geen 18 centimeter breed, met een A-kant en een B-kant. Simpel en goedkoop, zowel om massaal te fabriceren, als om te nuttigen. Ook in dit streamingtijdperk worden ze nog steeds gemaakt - Jack White is bijvoorbeeld een liefhebber - maar de hedendaagse oplages verzinken in het niets bij de enorme aantallen die veroordeeld zijn tot rommelmarkten en tweedehandswinkels.
...

Als u al eens een voormiddag op een vlooienmarkt hebt gesleten, kent u ze: de eindeloze dozen vol vinylsingletjes, met hits en grote namen, maar vooral met veel vreemde namen, dito titels en afbeeldingen, onbekend maar ooit door minstens één iemand bemind. Van de jaren vijftig, toen ze de jukeboxen vulden, tot diep in jaren tachtig, toen ze de hitparades bepaalden, waren singles het muzikale consumptiemiddel bij uitstek. Fast food op 45 toeren, net geen 18 centimeter breed, met een A-kant en een B-kant. Simpel en goedkoop, zowel om massaal te fabriceren, als om te nuttigen. Ook in dit streamingtijdperk worden ze nog steeds gemaakt - Jack White is bijvoorbeeld een liefhebber - maar de hedendaagse oplages verzinken in het niets bij de enorme aantallen die veroordeeld zijn tot rommelmarkten en tweedehandswinkels. Behalve voor de occasionele parels die vinylarcheologen opduiken tussen lokale hits, one-hitwonders en in eigen beheer uitgebrachte ijdelheidsprojecten. 'De onderbodem', noemt Gerd De Wilde het, voorbij de underground. De Wilde is voormalig radiomaker, dj, concertpromotor, manager, voltijds muziekfreak en volbloed verzamelaar. 'Wanneer het er wat apart of goedkoop uitziet, heb ik het mee', vertelt hij lachend van achter het stuur van de huurauto waarmee we naar Henegouwen rijden. 'De outsiders, daar heb ik het vooral voor.' *** Zijn nieuwste geesteskind heet Discophilia Belgica, een compilatie met als intrigerende ondertitel Next-door-disco & Local Spacemusic from Belgium 1975-1987. Het is een ode geworden aan doe-het-zelfproducers, amateuridolen en parttimemuziekavonturiers van eigen bodem. Jan en Marie met de pet, die vijf op de zeven dagen de crisis van de seventies en eighties het hoofd boden maar hun vrije tijd spendeerden aan artisanale disco, cocktailfunk en futuristische synthpop. Ze luisterden naar namen als Kevin Morane, Cora Corona, The Rogers en Dan Davis. Doorbreken deden ze vooral in het diepst van hun gedachten. De Wilde stelde samen met de Nederlandse vinyljunk Rard Laudy, alias dj Loud-E, een shortlist op van vijftig singles, waarna de zoektocht (om toestemming voor een heruitgave te vragen) kon beginnen. Zoals die keer dat ze contact zochten met de producers achter I Am Your Master van Deejay Bert & Eagle, theatrale, lofi new wave uit 1980. 'Op de achterkant van de hoes stond een telefoonnummer afgedrukt, dat nog actief was ook. We kwamen terecht bij een rusthuis in Varsenare. De directeur van dat home, Christoff Bybouw, bleek de man te zijn die we zochten. Waar vroeger zijn apparatuur stond opgesteld, spenderen bejaarden nu hun oude dag.' De speurtocht naar Roland Delys, de man achter de elektronische gospelfunk van Love, leidde naar een frituur in een Waals gehucht. 'Delys woonde er in de buurt in een stacaravan. Elke vrijdag kwam hij zijn portie frieten en stoofvlees halen, en dat was de enige manier om met hem in contact te komen.' De single The Joymaker van ene Patrik bleek een demonstratieplaat te zijn van een lokale handel in elektronische hardware en synthesizers. De band Venus, verantwoordelijk voor de zwoele elektropop van Strange How You Move, was in de jaren tachtig de begeleidingsband van een rondreizende aerobicsgroep. Voor De Wilde, die al compilaties over de Belgische popcornscene samenstelde voor het Britse Jazzman Records, is het in kaart brengen van die muzikale onderbodem niet alleen een uit de hand gelopen hobby, maar ook een kwestie van verantwoordelijkheid. 'Ik heb altijd een academische interesse in muziek gehad (hij heeft een diploma vergelijkende cultuurwetenschappen op zak, nvdr.), van over de hele wereld, maar in pakweg Brazilië of Frankrijk hebben ze zelf mensen om in de geschiedenis te graven. Het is onze eigen plicht om ons patrimonium hier naar waarde te schatten.' *** Eén naam keerde bij De Wildes jarenlange zoektocht door bizarre kitsch, excentrieke liefhebberij en verborgen talent regelmatig terug: Artibano Benedetto, de ongekroonde koning van de Belgische huis-tuin-en-keukendisco. Het is die man die ons op een kille maandagavond met Italiaanse hartelijkheid - hij is een kind van Italiaanse gastarbeiders - ontvangt in zijn rijhuis langs een provincieweg in La Louvière. 'Ah, cher Gerd, bienvenue! Et aussi son ami, bonsoir les mecs!'Zijn zinnen doorspekt Benedetto - goed geconserveerd, met een golvende bos sneeuwwit haar - enthousiast met 'terrible' en 'formidable'. Op tafel staan schaaltjes met worst en kaas, en nog voor onze jas goed en wel op een kapstok rust, ontkurkt hij al een eerste fles rode wijn, uit Puglia. 'Jullie zijn de eersten die hier over de vloer komen', klinkt het, alsof hij decennialang geduldig op wacht stond om journalisten in zijn bescheiden universum te ontvangen. Uitsluitend in het Frans. Het Nederlands is hij niet machtig. 'En mocht ik Engels kunnen praten, dan zat ik al lang in Amerika.' De woonkamer is een museum van jarenlang verzamelde souvenirs en bijouterie. Boven op een kast staat het pronkstuk: de accordeon die hij ooit van zijn vader cadeau heeft gekregen, en waarmee hij zich inschreef aan het conservatorium. Na enkele negatieve ervaringen met de mainstreammuzieksector leent hij op zijn tweeëntwintigste, midden jaren zeventig, geld om zijn eigen labeltje op te richten: Artibano. Daarop verschijnen in eerste instantie de singles van I Dragoni, zijn eigen groepje, samen met zijn broer Pasquale en zijn vriend Vincenzo Tuzze. De hoezen die Benedetto opdiept tonen drie mannen met een weelderige gezichtsbeharing en geföhnde coiffures. Denk de Bee Gees, inclusief blinkende hangertjes, brede hemdskragen en halfblote basten. Senza luce, hun Italiaanse versie van Procol Harums A Whiter Shade of Pale was een van hun grootste hits, net als de italodisco van Tierra straniera. 'Hits' is trouwens relatief. 'Behalve in Italië deden we het vooral goed rond Genk, Hasselt en Bergen', aldus Benedetto, die er in één trotse adem bij vermeldt dat ze ook enkele keren op televisie hebben opgetreden. ' Buona domenica heette een van die programma's. Op RTL geloof ik.' Parallel met I Dragoni ontpopt Benedetto zich als producer van andere artiesten van uiteenlopend allooi. Zo zit hij aan de knoppen bij een elpee van het Ensemble Instrumental du Carnaval de Binche, waarvoor hij in zijn studio de bekende Gilles over de vloer krijgt - 'en pinten dat die mannen zopen!' Hij zet een microfoon voor de neus van Alfredo Naveiras, een bokser van Spaanse origine met ambities als charmezanger. Hij blikt bluesy garagerock in met Ablaze, en waagt zich aan jazz met Jack Gondry en Big Jim's Ragtime Band. 'Ik zal het je meteen zeggen: het trekt op niet veel', reageert Benedetto wanneer hij me nieuwsgierig een singletje van Les Fugitifs ziet monsteren. 'Deux face A pour le prix d'1', prijkt op de hoes. 'Maar wel veel exemplaren van verkocht, hoor. Ze speelden elk weekend in een balzaal hier niet ver vandaan, La Viole. Daar kon zeker duizend man binnen. Als die allemaal een singletje kopen aan honderd Belgische frank: reken zelf maar uit. Daarvan ging veertig procent naar de artiest, en zestig naar mij.' De zaken gaan in die tijd goed, ook al omdat hij een leemte vult. 'Op de vergaderingen die Sabam vroeger voor alle platenlabels van het land organiseerde, zat ik jarenlang als enige uit Wallonië. Les Wallons, c'était moi!' lacht hij luid. *** Op Discophilia Belgica heeft Benedetto de hand in vier tracks: Star, discorock uit een melkweg hier ver vandaan van The Diskery; All' A Bi Bi, Arabische spacefunk van ene Raymond Joniaux; Feel So Glad, discosoul van de uit Mauritanië aangespoelde zanger Dan Davis, en Funky Meteor, schizofrene lounge met achterstevoren afgespeelde drums van Rayon Laser - op de vinylcommunity Discogs.com wisselde al een exemplaar van eigenaar voor de mooie som van 180 euro. 'Elke dag was opendeurdag, in mijn studio', aldus de producer. 'Soms zag ik tot vijf artiesten per week. De beste mochten terugkomen, en dan amuseerden we ons.' Aan contracten deed Benedetto niet. Een handdruk en goede trouw volstonden. Het startbudget kwam uit eigen zak, en alle muzikanten deelden in de winst. Zijn goede reputatie lokte via mond-aan-mondreclame veel volk naar het vlak naast La Louvière gelegen Manage, waar de studio zich bevond. Op een dag in 1978 wordt er aangeklopt door Philippe Depireux, het lief van een piepjonge zangeres: Jo Lemaire, uit Gembloux. En zo verschijnen de eerste twee singles van Jo Lemaire + Flouze op Artibano, voor de groep overstapt naar het internationale Vertigo, waar ze drie jaar later een dikke hit scoort met haar versie van Serge Gainsbourgs Je suis venue te dire que je m'en vais. Ook Sic, een postpunkband uit Charleroi, komt er onder auspiciën van Benedetto zijn eerste singletje, Voltage Control, opnemen. Het is wat Benedetto vandaag nog steeds met trots vervult: de veelzijdigheid van zijn discografie. 'Én tango, én pop, én jazz, én disco, én punk.' Dat hij altijd aan de verlokkingen van drank en drugs heeft kunnen weerstaan, zo verklaart hij zijn energie. En dat hij nooit geheuld heeft met het establishment van de grote labels, daarom zingt hij het al zo lang uit. En wat betreft plannen voor de toekomst: voor 2019 staat een remixalbum van zijn beste hits op het programma. 'Gemixt voor vinyl, want de cd is dood. En ik zou graag nog eens werken met een goede zanger of zangeres uit Vlaanderen, want daar beweegt het meer dan hier.' Of we hem geen tips kunnen geven, vraagt hij. We laten hem via onze telefoon Housewife van Daan horen, maar na anderhalve minuut schudt hij van neen. 'Zo zijn er al genoeg dingen gemaakt. Ik ben meer voor melodie. En een goede, sterke stem.' Vreemd toch, voor de ongekroonde koning van de vaderlandse, next-door-disco. 'Je faisait ça pour le commercial', kaatst hij terug. 'Voor de mama's die zingen en dansen in de keuken.' De muzikale helden van Artibano Benedetto zijn dan ook geen collega-producers en tijdgenoten als Giorgio Moroder of Cerrone. 'Geef mij maar Queen, Deep Purple en Uriah Heep. Of The Scorpions, die heb ik minstens drie keer live gezien!' En wacht, hij zal ons een paar recente nummers van hemzelf laten horen. Het eerste heet Je suis marginal. *** Wat later staan we opnieuw in de gure Waalse wind, op de stoep aan de steenweg, onze handen gevuld met singles, flyers en twee flessen vino rosso. Overmorgen gaan De Wilde en Benedetto lunchen in de kantine van de VRT, waar hij op Studio Brussel zijn zegje mag doen over Discophilia Belgica. De innemende Italo-Belg heeft er zin in. 'En als jullie eens terug willen komen, dan gaan we naar de studio en maken we een plaatje, oké? Laat maar iets weten, ik zit er elke donderdag!'