Hoe begin je aan de discografie van een enigmatische songsmid die de voorbije drie decennia - van 1990 tot z'n recentste album in 2020 - zoveel verschillende vakjes afvinkte? Van obscure, in dissonante ruis en feedback badende lofi-releases, naar slowcore, naar bedrukte kamerfolk, naar indierock, naar alt-country, naar grandioze americana, tot simpelweg alles daar tussenin.
...

Hoe begin je aan de discografie van een enigmatische songsmid die de voorbije drie decennia - van 1990 tot z'n recentste album in 2020 - zoveel verschillende vakjes afvinkte? Van obscure, in dissonante ruis en feedback badende lofi-releases, naar slowcore, naar bedrukte kamerfolk, naar indierock, naar alt-country, naar grandioze americana, tot simpelweg alles daar tussenin. Achttien langspelers telt z'n oeuvre, als we er de rariteiten en vroege cassettereleases niet bij tellen. Daar een handvol verplichte langspelers uit distilleren, vijf ankerpunten aanduiden in dat eigengereide, poëtische, uitgestrekte universum, betekent taaie noten kraken, vervelende knopen doorhaken, en vooral offers brengen. Maar onder het motto 'je moet ergens beginnen'...Tot en met 2005 hanteerde Bill Callahan op z'n platen het alias Smog. Red Apple Falls was het zesde Smog-album, en luidt het moment in waarop hij ontbolsterde van zich in cassetteruis, ontstemde gitaren, en achtergrondgemompel hullende dwarsligger tot een gearticuleerde, structuur, warmte en rust omhelzende songsmid. Anders gezegd: op Red Apple Falls ziet de Bill Callahan zoals we hem vandaag kennen het licht, dus vormt de plaat een geschikt vertrekpunt. Hij werkte ook voor het eerst samen met een producer: Jim O'Rourke, ook al zo'n muzikale en creatieve duizendpoot. Zijn bijdrage aan de knoppen, maar ook op piano, bas, Hammondorgel, en drums, zorgen er mee voor dat Callahans in droefenis en sarcasme gedrenkte songs eens niet constant dreigen te bezwijken onder hun eigen gewicht. 'A warm, woody tone to the general bleakness of proceedings', zoals NME destijds noteerde. Akkoord, in vergelijking met latere releases is Red Apple Falls nog wat ruw en rafelig aan de randjes. Maar het sjabloon is er, zoals ook de blog Loud & Quiet bij de plaat z'n twintigste verjaardag schreef: 'It set the template (...) by which Callahan would become best recognised, and upon which all of his subsequent lurches seem based'. En laten we teksten niet vergeten. Die worden door O'Rourke meer naar de voorgrond geduwd, en onthullen een tot dan toe vaak onbelichte kant van Callahan: de redenaar met sardonische humor. In het met jankende lapsteel als countrydeun vermomde I Was A Stranger, bijvoorbeeld: 'And why do you, women in this town/ Let me look at you so bold/ You should've seen what I was/ In the last town/ I was worse than a stranger/ I was, I was well-known'. In 2005 sloot Bill Callahan het Smog-hoofdstuk af met A River Ain't Too Much Too Love, een met sobere folk en blues ingeklede plaat, en een nieuw sleutelmoment. Althans volgens de man zelf, in Billboard: 'Dit is de eerste plaat waar ik naar luister en kan zeggen, 'Yeah, that's me'. In 2007 verschijnt onder eigen naam Woke On A Whaleheart, en twee jaar later volgt met Sometimes I Wish We Were An Eagle z'n eerste instantklassieker. Of dat is toch de stempel die het Britse muziekblad Mojo eraan geeft, in hun vijfsterrenreview. 'A record of grand hopes and epic imagery, and powerful, uplifting music', klinkt het in april 2009. 'Hij is gearriveerd bij een ronduit prachtige sound, hier en daar rijkelijk georkestreerd met strijkers, blazers, the works'. Zonder er doekjes om te winden: dit is Bill Callahans meest uitnodigende plaat. Of toch voor wie houdt van intieme zielenroerselen verpakt in weidse, rustieke, meeslepende americana. 'I used to be darker, then I got lighter, then I got dark again', bromt de man uit Texas niet zonder ironie, aan het begin van 48 minuten bespiegelingen over liefde, geloof, en de natuur. Maar de duisternis is een schemering geworden, zo rijkgeschakeerd als een wildernis, als het keren van de seizoenen, die zowel intern als extern al het leven bepalen. 'I knew I wanted the record to be a welcoming thing', zei Callahan in Mojo. 'Zoals een geïllustreerd verhaal waarin de arrangementen reflecteren wat er gaande is in het hoofd van de verteller'. Missie geslaagd. Als I Wish We Were An Eagle zijn reputatie als één van de beste songschrijvers van zijn generatie stevig verankerde, dan plukte Bill Callahan daar met Dream River commercieel de vruchten van. In Engeland dringt het album door tot in de top 50, en in Vlaanderen klimt ze zowaar tot plaats 23, geholpen door uitstekende reviews. ''t Is een plaat die kabbelt, vooruit dan, zoals een `Dream River', en voor één keer is dat niet slecht', schreef Humo. 'Koop deze wonderlijke luisterplaat, die een chaotisch leven lang meegaat', stond er in De Morgen. Ook Knack Focus prees het album, op vier in ons eindejaarlijstje, als 'muzikale fictie van de bovenste plank'. En natuurlijk kwam meneer Callahan ook een sessie spelen bij Duyster, een radioprogramma dat hem op het lijf geschreven is. Eén van de songs die de bard met bronzen stemgeluid te berde bracht op StuBru was Spring, zo'n karakteristiek dubbelzijdige, in, wel ja, duistere beeldtaal gewentelde lap Bill Callahan: 'They call it spring, though things are dying/ Connected to the land, like a severed hand', klinkt het over dartele percussie en panfluit. Geen wonder dat Nick Cave een uitgesproken fan is. Diens favoriete Callahan-song is trouwens One Fine Morning, uit de voorganger van Dream River, Apocalypse (2011). Weet u dat ook. Hoeveel watertjes moet een artiest doorzwommen hebben, om van het juk 'wedergeboorte' af te raken? En toch is Shepherd In A Sheepskin Vest op vele manieren uniek in het oeuvre van Bill Callahan. De lengte, bijvoorbeeld: een dubbelaar, twintig songs lang, meer dan op z'n twee voorgaande albums samen. Ook de tussentijd viel op in zijn discografie. Vijf jaar, langer had Callahan nooit gewacht tussen twee albums. En daar was een goede reden voor: Bill Callahan had het geluk gevonden. Vrouw. Kind. Stabiliteit. De eeuwige zwerver, de door smart en wanhoop gedreven landloper kwam thuis, en worstelde daar een tijdlang met zijn ouwe, trouwe muze. Tot zijn wederhelft Hanly Banks hem de sleutel tot een nieuwe inspiratiebron aanreikte: 'Er is niks interessanter dan de waarheid, zei ze me op een dag', liet hij optekenen in Knack Focus. 'Ik probeerde té creatief te zijn, mijn verbeelding ging met me aan de haal. Niemand die me dat eerder had gezegd'.In plaats van panoramische tableaus over donkerblauwe zielenroerselen en onbereikbare bestemmingen krijgen we hier dus huiselijke taferelen en teergevoelige, familiale ontboezemingen voorgeschoteld. En dat in songs die vrolijk walsen doorheen kosmische countryrock en door het ochtendkrieken gekuste wiegeliedjes. Een blije Bill Callahan is geen minder briljante Bill Callahan, zo blijkt.Vooreerst: het mafste curiosum van Bill Callahan is Have Fun With God, een dubversie van Dream River, uit 2014. Dub, jawel. Probeer u een binnenweg van Leonard Cohen naar Lee 'Scratch' Perry in te beelden, en het komt in de buurt van deze vreemde doch geslaagde mengelmoes. Maar ook het voorbije coronajaar heeft Callahan zich kostelijk geamuseerd. Samen met zielsgenoot Bonnie 'Prince' Billy - nog iemand die al z'n hele artiestenleven het etiket 'treurwilg' ondergaat - stortte hij zich op een reeks quarantainecovers. Van John Prine, Steely Dan, Cat Stevens, Hank Williams, Jr., en Lou Reed, bijvoorbeeld. Weinig verassingen daar. Maar Bill Callahan die zich aan Billie Eilish vergrijpt? Die zagen we niet komen. Maar kijk, Callahan's versie van Wish You Were Gay is er één met een pruttelende drumcomputer, de wulpse synthesizer van Sean O'Hagan (The High Lama's), en geleende achtergrondzang van Eilish zelf. Een goede song is een goede song, daarmee basta. Nu, mocht Eilish de handschoen opnemen en zich aan één van 's mans composities wagen, dán wordt het pas echt interessant! Wij nomineren met gekruiste vingers alvast Baby's Breath. Bal in jouw kamp, Billie!