'Hier, neem een stukje lussekatt', zegt Karin Dreijer (42) wanneer ze komt binnengewandeld. In de ene hand draagt ze een meeneemkoffie, in de andere een zak vol van die Zweedse specialiteit, een soort koffiekoek met saffraan. 'Hopelijk ben je daar niet allergisch voor?' vraagt ze vriendelijk.
...

'Hier, neem een stukje lussekatt', zegt Karin Dreijer (42) wanneer ze komt binnengewandeld. In de ene hand draagt ze een meeneemkoffie, in de andere een zak vol van die Zweedse specialiteit, een soort koffiekoek met saffraan. 'Hopelijk ben je daar niet allergisch voor?' vraagt ze vriendelijk. Het valt meteen op: in het echte leven lijkt Dreijer - een nog altijd vrij jeugdig ogende blondine - in niets op de steevast achter velerlei maskers verscholen, mediaschuwe vrouw die ze was ten tijde van The Knife, het elektronische 'antipopduo' dat ze tussen 1999 en 2014 met haar broer Olof vormde. En al evenmin op Fever Ray, de alias waaronder ze, na een radiostilte van acht jaar, haar tweede soloplaat Plunge heeft uitgebracht - vorig najaar al in digitale, vanaf deze week ook in tastbare vorm. Achter de dreunende, vaak clubby beats, de radicaal feministische teksten en de bloederige gezichtsverf schuilt een bedachtzame maar aardige, goedlachse, soms zelfs ietwat verlegen dame. We spreken met Dreijer af in Hotel Rival, een art-decogebouw uit de jaren dertig in het levendige Södermalm, ook weleens 'het hipste eiland van Stockholm' genoemd. Hier, in deze stad, werd ze iets meer dan veertig jaar geleden geboren, als dochter van een bibliothecaresse en een architect die tevens actief was in een communistische partij. Ze bracht haar jeugd in Göteborg door, maar ze woont en werkt al een hele tijd in de Zweedse hoofdstad. Zo ongeveer het volledige nieuwe album van Fever Ray is opgenomen in haar hoogstpersoonlijke studio, op een steenworp hiervandaan. Ze klopt er naar eigen zeggen dagen van negen tot vijf. Nick Cave achterna? 'Tja, net als hij heb ik kinderen', zegt Dreijer. 'Deze stad is hun thuis, dus ik kan hier moeilijk weg. Al zijn de kinderen sinds mijn scheiding, nu vijf jaar geleden, nog maar om de twee weken bij mij. Wanneer hun vader op hen past, probeer ik er zo vaak mogelijk op uit te trekken. Dan ga ik naar mijn broer die in Berlijn woont, of reis ik elders naartoe.' Is het dan niet aangenaam in 'het Venetië van het Noorden'? Karin Dreijer: Stockholm is zeker een degelijke plek om te wonen, maar er doen zich steeds vaker problemen voor. Zweden heeft de afgelopen jaren een ruk naar rechts gemaakt. De engerds die zich vroeger nationalisten noemden en met wie destijds geen enkele andere politieke partij wilde samenwerken, profileren zich tegenwoordig als democraten en zetelen in het parlement. Hun ideeën sijpelen hoe langer hoe meer door in de programma's van de andere partijen. En het ergste is: de mensen zijn dat hier normaal beginnen te vinden. Het een en ander heeft tot gevolg dat de sociaaldemocratie waar Zweden al zo lang prat op gaat, en het socialezekerheidssysteem dat zogezegd zorg biedt aan iedereen, niet meer zo goed werkt als weleer. Ik denk dat de segregatie, de kloof tussen arm en rijk, ook nergens ter wereld in zo'n ijltempo vergroot als in Zweden. Dat boezemt me toch wel angst in. Opgroeien deed je niet in Stockholm maar vierhonderd kilometer verderop, in Göteborg. Voor je muzikale doorbraak werkte je er als grafisch designer en computerprogrammeur. Hoe kijk je terug op die tijd? Dreijer: Ik mis zo'n normale job niet, als je dat bedoelt. Ik heb namelijk altijd een probleem gehad met autoriteit, dat was al zo toen ik nog op de schoolbanken zat. Dus nee, ik ben er niet rouwig om dat ik mijn dagen niet meer in een kantoor hoef te slijten, waar ik toch maar zou moeten luisteren naar mannen in maatpakken die altijd weer op zoek gaan naar de eeuwige consensus, en zo de echt goede ideeën de nek omwringen. In zo'n omgeving zou ik me niet vrij voelen. Voelde je je wél vrij toen je in 1994 met de rockband Honey Is Cool begon? Dreijer: Goh. (denkt lang na) Ik was in die tijd een van de weinige vrouwen in de rock, en in de muziekindustrie tout court. Dat was een patriarchaat. Die mensen wilden ons kort houden, keep us nice and quiet. Feminisme was hier toen nog niet echt een thema. Vrouwen die het voor elkaar opnamen, had je hier niet. Ik had het gevoel dat ik de hele tijd moest knokken, ook al besefte ik op dat moment niet goed waarom en tegen wie. Om te beginnen waren alle a&r-managers (de mensen die binnen een platenfirma op zoek gaan naar nieuw talent, nvdr.) mannen, dus het verbaasde me dat Honey Is Cool überhaupt een platencontract kreeg. Vooral omdat we steevast een girlband genoemd werden, hoewel ik het enige vrouwelijke lid was. Recensenten vonden dan weer dat ik me als vrouw op een verkeerde manier gedroeg. Ze schreven dat ik te zot was, of te vulgair. Het madonna-hoercomplex, weet je wel. Ik ben blij dat ik dat heb kunnen doorbreken. En dan ging je met The Knife tegendraadse elektronische muziek maken. Dat lag toen al helemaal niet voor de hand. Dreijer: Nee. Electronica werd in Göteborg, dat erg rockgeörienteerd en machistisch was, ook op het vlak van werkcultuur, gezien als a gay thing, iets dat 'wij hier niet doen'. En dat is nog steeds zo, naar mijn gevoel. Nog altijd zwaaien de rock guys met hun gitaren er de plak. Door naar Stockholm te verhuizen, hebben we dat achter ons gelaten. Daar richtten Olof en ik ook ons eigen label Rabid Records op, zodat we niet meer hoefden te werken met mensen die ons wilden doen stoppen. (lacht)Is er vandaag iets veranderd? Dreijer: De muziekwereld blijft een machocultuur. Ook vandaag nog: als ik op tour ben en een concertzaal binnenkom, gaan vele mannen ervan uit dat ik wel 'de vriendin van' zal zijn. En kijk naar de vele, heel belangrijke verhalen die in de nasleep van #MeToo door vrouwen aan het licht gebracht werden, ook uit de Zweedse muziekindustrie. Walgelijk. Of ik zelf een #MeToo-verhaal heb? Waar moet ik begínnen? (lacht)Tegelijkertijd zijn er nu een groot aantal alternatieve organisaties. Female Pressure, bijvoorbeeld, een internationaal netwerk dat de visibiliteit van vrouwen maar ook transgenders en andere niet-binaire muzikanten en kunstenaars wil vergroten. In Parijs bestaat er een soortgelijk initiatief, Barbieturix. En hier in Zweden heb je Popkollo, een zomerkamp waar meisjes instrumenten leren spelen. Ik heb er zelf weleens elektronischemuziekproductie gedoceerd. Met The Knife hadden jullie ooit een crew die louter uit vrouwen samengesteld was. Een statement? Dreijer: Jazeker. Fever Ray vertrekt binnenkort trouwens op tournee met een volledig vrouwelijke band, en ook de crew zal voor de helft uit vrouwen bestaan. Ik vind dat we zelf mogen bepalen met wie we al dan niet werken. Misogyne mensen zul je in onze nabijheid niet zien, laat dat duidelijk zijn. Vorig jaar verschenen een livealbum en bijbehorende film van The Knife die werden opgenomen tijdens de Shaking the Habitual-tour. Toen schudden jullie het concept 'popconcert' inderdaad flink door elkaar. Toch hield de band er in 2014 mee op. Waarom precies? Dreijer: Er borrelden heel nostalgische gevoelens in me op toen we die liveplaat aan het samenstellen waren. Met name op onze laatste tournee hebben we ons geweldig geamuseerd. We reisden met vijfentwintig mensen de wereld rond, als één grote familie. Eenzame momenten zijn er niet geweest, dat kan ik je verzekeren. (stilte) Maar The Knife was altijd weer een beetje een gevecht, een clash. Je moet weten: Olof en ik hebben een heel verschillende muzikale achtergrond. Hij komt uit de jazz, ik uit de punkrock. Hij zou het liefst een miljoen verschillende klanken in één song verwerken, ik hou van heel monotone muziek - dat merk je ook tijdens de dj-sets die ik samen met de Iraanse Maryam Nikandish doe onder de noemer Karim & Karam. Stoppen met The Knife voelde dus wel als een bevrijding. Al was het maar omdat we eindelijk die oude setdecors uit 2006 eens van de hand konden doen. (lacht)'Bevrijding', het woord is andermaal gevallen. Het lijkt wel het sleutelbegrip in de wereld van Karin Dreijer. En wie haar vrijheid aantast, krijgt de wind van voren. Zo stelde ze op haar eerste soloplaat Fever Ray, die in 2009 verscheen, kort na de bevalling van haar tweede kind, het 'isolerende verwachtingspatroon' dat bij het moederschap hoort aan de kaak. 'Het is... niet normaal hoe de maatschappij je als jonge moeder behandelt', aldus Dreijer. 'Voor ik moeder werd, had ik een heel duidelijk idee van wie ik was: een feministe, een vrijgevochten vrouw. Maar toen ik weer eens een kind had gebaard, kwamen plots al die verwachtingen, die geijkte structuren, waarbij ze je een jaar lang zwangerschapsverlof betalen, en na dat jaar ook nog eens de kinderopvang vergoeden. Alsof ze wilden zeggen: "Je hoeft als moeder en als vrouw helemaal niet meer te gaan werken." Ik voelde me heel erg gevangen in die cultuur, die bourgeoisattitude.' Ook haar huwelijk leek voor Karin Dreijer niet vrij genoeg, want vijf jaar geleden zetten zij en haar man er een punt achter. En dan begon ze aan een ontdekkingsreis naar zichzelf, haar lichaam, haar seksuele geaardheid. Ja, u mag Plunge gerust als haar coming-out beschouwen. De teasers en videoclips zitten tjokvol verwijzingen naar lgbt en bdsm, de respectievelijke afkortingen voor 'lesbian, gay, bisexual, transgender' en 'bondage and discipline, dominance and submission, sadism and masochism'. En de albumteksten zijn al even weinig verhullend. 'Wanna do it? If we do it, it's my way', klinkt het in Wanna Sip. En To the Moon and Back eindigt met de woorden: 'I want to run my fingers up your pussy'. In tegenstelling tot op haar debuut zingt ze hier zonder effecten op haar stem. Voluit, dus, als een angry young woman. Nogal expliciet allemaal. Dreijer:(knikt) In de jaren tussen de vorige Fever Ray-plaat en de nieuwe is er heel wat gebeurd. Er is een einde gekomen aan mijn heteroseksuele huwelijk. Plunge gaat niet zozeer over die scheiding - het is echt geen trieste plaat -, maar wel over de fase die erop volgde: die van de herwonnen vrijheid en de energie die daarbij vrijkwam. Sinds de scheiding stel ik me nogal, euh, nieuwsgierig op. De plaat vertrekt in zekere zin vanuit mijn eigen lichaam, en hoe daar opnieuw zélf de controle over te krijgen. Wat windt me op? Wat bedoel ik precies als ik het over seks heb? Wat ís seks eigenlijk? Die dingen wilde ik ontdekken. In een van de videoclips mondt een theekransje uit in een golden shower, in plasseks. Dreijer: (lacht)Ja, maar geen gewelddadige golden shower, eerder een schattige. Je ziet duidelijk dat de personages er plezier in hebben. Binnen bdsm worden heel duidelijke afspraken gemaakt. Je stemt vooraf in met wat er zal gebeuren, en je kunt er desgewenst altijd mee ophouden. Die structuur van wederzijdse toestemming, daar kunnen we veel van leren. Ik vind het belangrijk om dat soort dingen bespreekbaar én fun te maken. Voor mij is over seks praten iets heel politieks. Iedereen heeft het recht om zijn eigen keuzes te maken. 'We're not attractive to this country's standards', zing je ergens. Niet-heteroseksuele seks wordt nog te veel gestigmatiseerd? Dreijer: Absoluut! Er zijn veel vooroordelen over hoe je geacht wordt te genieten van je lichaam. Als kinderen op school over seks leren, gaat het altijd eenzijdig over heteronormativiteit, voortplanting, hoe je een baby moet maken. En als de neoliberalen over gelijke rechten voor holebi's spreken, dan hebben ze het over hun recht om te huwen. Maar er is toch veel meer dan dat? Hoe probeer je dat uit te leggen aan je eigen kinderen, intussen allebei tieners? Of moeten die maar gewoon naar je nieuwe plaat luisteren? Dreijer: Haha, mijn muziek interesseert hen geen fluit. Telkens als ik zeg: 'Hey, we houden een keileuke videoshoot, kom kijken!', dan antwoorden ze: 'Nee, ma, ik heb al met vrienden afgesproken.' (lacht)Om op je vraag te antwoorden: ik probeer zo open mogelijk met hen te praten, en hen af en toe mee te nemen naar mijn vrienden en vriendinnen. Ik bedoel: zij horen te weten wat en wie er allemaal voorhanden is, waaruit en uit wie ze kunnen kiezen, en dat er meer is dan enkel het 'kerngezin'. Mijn jongste vroeg me ooit: 'Mama, hoe bedrijven twee vrouwen de liefde? Is dat dan vagina tegen vagina?' Waarop ik: 'Ja, dat is een mogelijkheid.' Kinderen zijn heus niet dom, hoor. Ze staan in directe verbinding met hun lichaam wanneer ze klein zijn. Het is zaak om hen die connectie niet te doen verliezen door hun de 'verkeerde' dingen te leren. Zelf ben je naar verluidt aan het tinderen geslagen. Dreijer: Dat heb ik een tijdje gedaan, ja. Ik heb veel geprobeerd, maar hoewel zulke datingapps voor sommigen tot iets moois kunnen leiden, ben ik er intussen mee gestopt. Deed je dat dan eigenlijk onder je eigen naam? Dreijer: Nee, mijn identiteit hield ik geheim. En dat is echt niet zo moeilijk voor iemand die al heel haar leven gemaskerd op een podium staat. (lacht)