Toots Thielemans is overleden. Vier jaar geleden, bij zijn negentigste verjaardag, deed Knack een blinddoektest met de man zelf.
...

VOOR Oei, oei. (lacht) Man, je gaat 200 jaar terug. Dat is waarschijnlijk opgenomen bij Polyvox, een platenwinkel dicht bij het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, waar je opnames kon maken op een fonograaf, met acetaatplaten. Wie zat er toen ook weer in die groep? NA (proeft de namen) Al die jongens zijn al gestorven. I'm late, hèhè. Een sessie kon je dit niet echt noemen, het was meer de bedoeling wat te rommelen in de studio. In elk geval: dit is een van de eerste opnames die ik ooit heb gemaakt, but who's counting? In 1947 was ik natuurlijk al met bebop bezig, maar vooral op mijn slaapkamer - in het publiek durfde ik nog niet echt. Mensen keken er vreemd van op: waar kom je nu mee af? Ik leerde beboppen op mijn Djangogitaar, een Selmer-Maccaferri, met één voet op een steuntje - netjes in de houding. (lacht)VOOR Oh, Benny Goodman! (imiteert het profijtige Engels van Goodman, die Toots aankondigt)'He plays a most unusual instrument for swing. Or jaaaaaazz.'(schatert het uit) 'Dzjien Tillman', zo noemde hij me. Dit is opgenomen in Stockholm in 1950. Zet maar af, ik ken het vanbuiten. Tegen die tijd was ik al een echte bebopper. Dit is mijn arrangement van Stardust, mijn akkoorden. En ook vandaag is het nog niet achterhaald, it still holds a little water. Allez, zo beschimmeld is dat nu toch ook niet? VOOR Ah, Billy Joel, Leave a Tender Moment Alone. Hoe is dat eerste contact er weer gekomen? Ik herinner me vooral een avond met Billy en zijn toenmalige vrouw of vriendin - een fotomodel. (lacht) Oh ja, hij had een producer, Phil Ramone, een big shot die met Frank Sinatra, Ray Charles en Elton John had gewerkt. Die heeft toen contact met me opgenomen. Iedereen kent het nummer, maar een grote hit? Ik heb daar een centje voor gekregen, maar niet om te zeggen dat je er een huis mee kon kopen. (lacht) We hebben niet echt getoerd, maar we hebben wel een paar grote concerten gedaan. Ik herinner me de avond in Madison Square Garden nog. Op YouTube staan er beelden van. Een vriendelijke gast, Billy Joel. Een paar jaar geleden hebben we nog samen in de Blue Note in New York gespeeld. VOOR (luistert aandachtig naar de intro) Ah, da's Paul Simon. Hij zat ook bij producer Phil Ramone. Dat is een mooi verhaal. Ik had het al een beetje druk in de jazzwereld, en speelde met Quincy Jones. Nu had die Ramone al als geluidstechnicus met Quincy gewerkt. Hij is degene die Paul heeft ingefluisterd om eens naar mijn muziek te luisteren. Ik werd gevraagd een namiddag overdubs in te spelen voor Pauls plaat, in een studio aan 48th Street. Vandaar moest ik meteen naar de luchthaven om in Monterey te gaan spelen. Nu moet je weten: Paul weet wat hij wil, maar hij geeft weinig prijs. Als er een aardbeving is, gaat zijn wenkbrauw eens omhoog - die stijl. Op het eind van die sessie dacht ik: oh, I laid an egg here, het trok op niets. Enkele uren later kom ik aan in mijn motel in Monterey, en er ligt een boodschap van Ramone: 'Paul LOVES you.' We hebben een fijne tournee gedaan, helaas niet in België. En een leuke band ook, met op altsax de jonge David Sanborn, die later een grote naam zou worden. VOOR (snel) Velas, rond 1981, juist? Quincy had me de tapes naar Brussel gestuurd. In een studio hier heb ik dan veel tracks volgespeeld, de intro gefloten en zo. En dan gingen die tapes terug naar de States. Ik kan je nauwelijks zeggen hoe belangrijk Quincy voor mijn carrière is geweest. Lange tijd was hij zowat mijn persoonlijke kamer van koophandel in Los Angeles. Hij heeft me veel werk bezorgd. En zelfvertrouwen, dat ook. In 2004 kwam ik terug van een tournee, en er stond thuis een bericht op mijn antwoordapparaat. Blijkbaar was Quincy naar Ray Charles gaan luisteren - kort voor Rays dood - en die twee zaten samen backstage. Ray noemde me altijd 'Mister T', naar die zwarte van die tv-serie, met zijn kettingen (The A-Team, nvdr.)'Hey, how are you doing, Mister T?' klonk het op mijn antwoordapparaat. En dan Quincy: 'Hey Toots, I'm here with Ray Charles, and we wanna talk to your black ass!' Black ass! Tegen mij! Besef je wel wat voor een compliment dat is? VOOR (luistert minutenlang, fronst) Het is Summertime natuurlijk, in een soort Cubaanse versie. Oei, oei, oei. Is dat iemand beroemd? Ik toch niet? NA Oh, dat! Goh, ik weet niet of ik dat ooit heb teruggehoord. Tja, zo'n typische festivaljam, hè. In die dagen heb ik in Montreux ook een trioplaat opgenomen met Dizzy en drummer Bernard Purdie. Dizzy hoorde me trouwens liever op gitaar dan op harmonica: 'Hey, you play some weird shit on that harmonica, but on the guitar, man: phew!'Je kon er niet buiten, hè. Hij was de master of jazz, de grote meneer. Hij vond me goed en was in me geïnteresseerd, ja. Maar een nauwe samenwerking is er niet van gekomen. Kort na die opnames in Montreux heb ik een beroerte gekregen en was ik lang buiten strijd, vandaar. VOOR Oh, dat is een opname met Chet Baker in Zweden, met een blinde pianist. NA Ik heb die plaat in mijn iPad zitten. Chet is voor mij nog altijd van tel. Sommige mensen doen een beetje minnetjes over zijn cooljazz, maar hij heeft gewoon zijn stempel gedrukt op die hele periode. Nee, hij was Miles niet, maar hij had zijn eigen stem. Ook letterlijk: ik vond hem ook fantastisch als zanger. Nu, als je hiernaar luistert, hoor je dat ik tegen 1985 de bebop achter me gelaten had. Als je dat vergelijkt met mijn concert op Jazz Middelheim in 1981. Ik speelde er toen met pianist Roland Hanna. Die snelheid, die techniek... Dat kan ik vandaag niet meer. Mensen als (pianist) Kenny Werner stellen me dan gerust: 'Waarom zou je nog zo veel noten spelen?' Daar zit ik wel mee, hoor. Hoe ga je om met het nieuwe, met het hedendaagse? Ik heb een groot stuk van de jazzgeschiedenis meegemaakt, van Louis Armstrong tot nu. Dan is het moeilijk om je positie te bepalen. Ik ben nog niet de rode lantaarn in de koers, ik probeer aan te klampen. VOOR (veert op) Dat is The Brasil Project, Felicia and Bianca. Dat is een fantastische periode van mijn leven, een brok van mijn hart zelfs. Toen de bossanova ontplofte, eind jaren vijftig, had ik een vriend die me platen opstuurde. Later heb ik gehoord dat mijn opnames met George Shearing heel populair waren in Brazilië. De akkoorden daarvan bleken parallel te liggen aan die van mensen als Carlos Jobim, Ivan Lins en Oscar Castro-Neves. In 1972 is de eerste samenwerking tot stand gekomen. Zangeres Elis Regina maakte een special voor de Zweedse televisie, en ik was daar te gast. Datzelfde jaar nog hebben we samen een plaat gemaakt. Toen ik in 1990 met Oscar aan de soundtrack voor de film Funny about Love werkte, lanceerde hij het idee om met 'de Brazilianen' te spelen. Hij kwam aanzetten met de monumenten van de Braziliaanse muziek. 'Denk je dat die met mij willen spelen?' vroeg ik nog. Twee weken later waren alle afspraken gemaakt. Een hoogtepunt in mijn leven, heel zeker. VOOR Dat is de vorige plaat, niet? 'Round Midnight. Nog met Hein van de Geyn op bas. Intussen is hij naar Zuid-Afrika verhuisd. Ik heb niets dan respect voor hem. Een geweldige muzikant, heel warm. En internationaal gerespecteerd, hè. Zijn lesboeken zijn een internationale standaard. Iemand als John Patitucci, zowat de hotste bassist van de scene, die in de band van Wayne Shorter speelt, raakt niet over hem uitgepraat. VOOR (fronst) Een bluesjam. Er gebeurt nogal veel tegelijk. Ik herinner me iets vergelijkbaars op het North Sea Jazz Festival met (toetsenist) Joe Zawinul. Maar dit klinkt veel en veel ouder. NA Die hele bende? Wat een namen, wat een namen. En ik daarbij? Jongens toch. Je hoort me niet, hè, met mijn gitaar. Die gasten blazen alles omver. Nondenonde, t'as fait ton devoir. We waren daar met The Bob Shots, met onder meer (saxofonist) Bobby Jaspar. Een fantastische tijd, daar in Parijs, dat zeker. But I don't know if I smell so good coming out of there. (valt plots helemaal stil) Zet het maar af, jongen. Het is niet altijd makkelijk om op mijn leven terug te kijken. Ik heb misschien wat te veel commerciële dingen gedaan, maar een mens moet leven. En als ik nu zo op een rijtje hoor wat ik vroeger allemaal kon... Pff. Wat denk je? Zullen de mensen mijn naam nog kennen als ik er niet meer ben?