Het zijn hoogdagen voor fans van Wim De Craene. Nadat zijn bekendste single Tim in september voor het eerst op vinyl werd uitgebracht, krijgen nu zijn eerste drie studio-albums een tweede leven bij de platenboer. Wim De Craene (1973), Brussel (1975) en Alles is nog bij het oude (1975) verschijnen telkens in vijfhonderd exemplaren.

Nieuws waar ook Mattias De Craene blij van wordt. Voor de saxofonist van onder meer Nordmann is Wim De Craene niet alleen de broer van zijn vader, maar ook een muzikaal voorbeeld. 'Nonkel Wim stierf toen ik twee was, dus ik heb hem nooit echt gekend', vertelt hij. 'Maar ik ben wel deels met zijn muziek opgegroeid en merk dat wij onbewust toch een muzikale connectie hebben. Met mijn band MDC III heb ik zelfs een nummer van hem gecoverd: Harry, een liedje van een dikke minuut over een wat dommige jongen die rattenhersenen krijgt ingeplant en uiteindelijk kinderen krijgt met rattenkoppen en -staarten.' En zo zijn er nog een heel wat songs, niet noodzakelijk de bekendste, die bij De Craene een gevoelige snaar raken.

Marcellino (1977)

MATTIAS DE CRAENE: De eigenaar van de winkel waar ik als jongen mijn saxofoon liet herstellen, wist na een tijdje wie ik was. "Ik ben een jeugdvriend van uw nonkel", zei hij op een dag tegen mij. Uiteindelijk bleek hij Marc te heten en de Marcellino uit dit nummer te zijn.

Portret van gisteren (1975)

DE CRAENE: Aan de hand van een familieportret en wat spullen op zijn kast vertelt hij veel over zijn familie, en dus ook over de mijne. Dat vind ik op zijn minst fascinerend en dus maakt dat wel wat los bij mij.

Ik sterf van de dorst bij de fontein (1973)

DE CRAENE: Dit is echt een meesterwerk. Een autobiografische beschrijving die schetst hoe complex gevoelens kunnen zijn en hoe hopeloos een innerlijke strijd kan aanvoelen : 'Ik ween wijl ik lach / ik werk terwijl ik rusten mag.' Daaraan voel je de mentale strijd die hij constant heeft gevoerd. Hij sluit elke strofe af me: 'Ik ben steeds welkom / maar word door iedereen veracht.' Ik vertaal dat als: hij had misschien wat grote ambities die misschien nogal "arrogant" of grotesk kunnen overkomen, dat hebben Vlamingen niet graag.

Levenslang (1988)

DE CRAENE: Hij legt de controle over zijn leven in de handen van zijn geliefde, omdat hij met zichzelf geen blijf weet. Die romantiek, die wanhoop...die zitten in bijna al zijn muziek. Van dit nummer moet je trouwens de live-versie op YouTube checken.

Mensen van achttien (1977)

DE CRAENE: Ook na al die jaren blijft dit lied over een prille jeugdliefde heel herkenbaar.

Sara (1975)

DE CRAENE: Ik zou wel kunnen checken wie die Sara is tot wie nonkel Wim zich richt, want ik weet dat ze bestaat, maar ik vind het wel ok zo.

Rode heuvel (1973)

DE CRAENE: Ik heb me een tijdje afgevraagd over welke heuvel dit nummer ging. Uiteindelijk bleek het een cover te zijn van de Franse zanger Montéhus. De Nederlandse vertaling is echt geslaagd, het is een snauw naar de mensen die een oorlog beginnen, maar een ander naar het front jagen.

Breek uit jezelf (1987)

DE CRAENE: Ik had pas na een tijdje door dat dit nummer waarschijnlijk gaat over naar de hoeren gaan. 'We hebben vreselijke haast / Ik en kapitein Pik': nog wel best een absurde tekst, eigenlijk. Tegelijk sluit het mooi aan bij de onrust van Ik sterf van de dorst bij fontein.

Aram (1975)

DE CRAENE: Ik zou heel graag het verhaal kennen achter dit staaltje psychedelische rock. Het is bij mijn weten het enige instrumentale nummer dat hij ooit gemaakt heeft en het is wel degelijk een compositie, geen veredelde jamsessie of zo.

Elke (1975)

DE CRAENE: Een liedje over een klein meisje dat voor het eerst naar school gaat, kweniehoeschattig. Wel bewonderenswaardig dat hij van zo'n eenvoudig onderwerp een goed nummer kon maken.

De heruitgaves van Wim De Craene, Brussel en Alles is nog bij het oude zijn uit bij BLP Records.