Doorleefde stem, goede présence, grootse gitaarsound: meer had Raman niet nodig om er op een stralende zomerdag, dag 7 van Gent Jazz, uit te springen. Vier maanden later gingen we een koffie drinken met de 23-jarige frontman. Niet te verwarren met die ándere Simon Raman die aan het Gentse conservatorium studeerde en drumt bij onder meer Steiger en Uma Chine. In tegenstelling tot zijn naamgenoot opteerde Raman overigens niet voor een jazzopleiding, maar voor 'popgitaar'.

Simon Raman: Een relatief nieuwe richting aan het conservatorium, waar je de knepen van elektrische gitaar spelen leert. Rond mijn zevende ben ik op de muziekacademie De Poel begonnen met klassieke gitaar, akoestisch dus, maar op mijn veertiende, toen ik mijn eerste elektrische gitaar kreeg, ben ik overgeschakeld. Ik wist ook meteen: en nu een band, want dit is wat ik wil doen met mijn leven.

Ik ben zo nostalgisch dat onze manager me 'opa Simon' noemt.

Was die eerste elektrische gitaar de mooie, roodachtige Gretsch waarmee ik je op Gent Jazz zag spelen?

Raman: Nee, die heb ik veel later gekocht, omdat Ruben Block van Triggerfinger een dergelijk type heeft. In 2008 kreeg ik voor Sinterklaas hun tweede album What Grabs Ya? cadeau, en dat was een behoorlijke openbaring. Mijn pa had wel platen van Stevie Ray Vaughan en zo, maar die ruige, energieke gitaarsound van Triggerfinger was toch iets anders. Het maakte iets los, dus besloot ik daarop voort te bouwen, met een soortgelijke gitaar.

Ruige bluesrock is niet het hipste genre. Nooit geprikkeld geweest door beats, samplers of software?

Raman: Ik ben opgegroeid in Evergem, een klein, eenvoudig dorp vlak bij Gent. Pas toen ik ging studeren ben ik 'beginnen te leven', zoals dat heet. (lacht) Ik lach er nu wel om, maar eigenlijk vond ik het best oké in mijn dorpse cocon. Een beetje opgesloten, dat wel, maar het gaf me ook veel tijd om te oefenen en te spelen. En ik heb er mijn voorliefde voor eenvoud en puurheid aan te danken, denk ik. Dat gaat vrij ver: wanneer er meer dan twee knoppen op een gitaarpedaal staan hoeft het voor mij niet meer.

Op jullie ep staat een cover van Chris Whitley, de vader van Trixie: Big Sky Country, uit zijn in 1991 verschenen debuut Living with the Law. Ook ontdekt dankzij Sinterklaas?

Raman: Het scheelt niet veel: ik heb het eerste album van Trixie Whitley, Fourth Corner, cadeau gekregen voor mijn verjaardag, van vrienden die vermoedden dat de diepgang en uitgepuurde sound me zouden pakken. Ze hadden gelijk. Er staat niets te veel op die plaat, en toch wordt er veel verteld. En wanneer ik iets nieuws leer kennen, wil ik er álles van gehoord hebben. Elk interview op YouTube, elke liveshow, alle verschillende versies van alle songs, enzovoort. Dus kwam ik snel te weten dat haar vader ook muzikant was. Lap, opnieuw een eyeopener waar ik een tijd zoet mee was. Het ruige van Triggerfinger, het fluweelachtige van Trixie, ik vond het er allebei - en dus ook mezelf - in terug.

Ik gebruik nog steeds een papieren agenda en ben bewust overgeschakeld van een smartphone op een oude Nokia.

Trixie Whitley werd vroeger uit den treure een oude ziel genoemd. In jou zie ik eerder een te laat geboren nostalgicus.

Raman: Wel, onze manager noemt mij 'opa Simon'. (lacht) Omdat ik per se affiches wilde laten drukken voor onze releaseshow in de Minard bijvoorbeeld. Of omdat ik voor de hele band podiumkostuums heb laten maken. Die zijn lekker shiny en zeer old-school. Ik gebruik ook nog steeds een papieren agenda en ben bewust overgeschakeld van een smartphone op een oude Nokia. Dat eindeloze scrollen neemt te veel plaats in in mijn hoofd. Je mist op den duur te veel mooie dingen in het echte leven. 'De tijd gaat almaar sneller', wordt soms gezegd. Dat is niet waar, hè, de tijd gaat nog precies even snel als een miljoen jaar geleden.

Jack White, nog zo iemand met een sterk ontwikkelde neus voor puur en echt, verbiedt tegenwoordig smartphones op zijn concerten.

Raman: Zo ver zo ik nooit gaan, je kunt er toch niet meer omheen. We hebben wél al analoge wegwerpcamera's uitgedeeld aan het publiek. Een creatievere oplossing, misschien. (glimlacht) En met dingen verbieden is het altijd oppassen om niet tegelijk te verzuren.

Een van jullie songs heet Maestoso, naar een Italiaanse muziekterm die zoveel betekent als 'statig'. Net in dat nummer ga je wild tekeer op je gitaar.

Raman: Is het 'statig'? Of is het 'groots', ik weet het niet meer zeker. (grinnikt)

Is dat jouw stoere, welgemeende 'yeah' op het eind?

Raman: Dat is Bert, de drummer. En het kwam van diep, het is zeker niet gefaket. We hebben de hele ep live opgenomen, met z'n drieën samen in de studio, sommige nummers zelfs zonder overdubs. Gewoon de juiste take kiezen, die met de meeste energie en overgave. Intensiteit, dat is de basis van alles, in elk genre.

Wat betekent 'de blues' voor een 23-jarige Evergemmenaar?

Raman: Veel meer dan een genre, in elk geval. Het is een soort filosofie, en heeft voor mij iets te maken met oergevoelens. Met tijd, met wortels, met de ziel.

En er is nog plaats voor een jong, bluesy rocktrio op deze tricolore zakdoek?

Raman: Natuurlijk! Kom, het zijn er al zo veel, dus waarom zou er niet nog eentje bij kunnen? (lacht) En het moet voor mij allemaal niet per se snel gebeuren, het moet vooral júíst gebeuren.

Birth of Joy

Uit in eigen beheer. Releaseshow op 16/11 in de Minard, Gent. Alle info: democrazy.be