'Dat kleine harmonium is een cadeau van de organisator van Dranouter.'
...

'Dat kleine harmonium is een cadeau van de organisator van Dranouter.' 'Met dat type bandrecorder heeft Amy Winehouse Back to Black opgenomen.' 'Die mellotron daar is mijn favoriete instrument. Zijn er ongeveer veertig van gemaakt.' Grotere gear sluts dan David Poltrock hebben wij nog maar zelden ontmoet. Gelegenheden om al dat fraais te gebruiken heeft de West-Vlaming genoeg: hij is al twee decennia een van de meestgevraagde toetsenisten en producers in de Belgische muziekscene. U kent hem allicht het best als pianist van De Mens, maar hij richtte ook Monza mee op en toerde met Triggerfinger en Hooverphonic. Hij produceerde Sadness van Stash, dook even graag met Triggerfinger-drummer Mario Goossens in de studio om de soundtrack van de Safety First-film te schrijven én hij heeft drie keer The Voice van Vlaanderen gewonnen als hulpcoach van Jasper Steverlinck en Bent Van Looy. Maar wie de komende tijd een pianist, producer of muzikale mening nodig heeft, zal iemand anders moeten zoeken: de eeuwige sideman vaart nu onder eigen vlag. Na vijf jaar prutsen met elke toets en knop in zijn studio brengt Poltrock dit jaar dríé platen uit, telkens met de piano in de hoofdrol: Moods, een zwaar ambientalbum, Machines, vol donkere clubtracks, en eerst het minimale Mutes. Daarvoor ging Poltrock de Steinway in zijn living op z'n Nils Frahms te lijf met vilt en duct tape. Zijn platenlabel mikt alvast op een plekje in Spotifyplaylists als Peaceful Piano, goudmijnen voor verstilde pianisten als Frahm, Ólafur Arnalds en Joep Beving. Nochtans gruwt Poltrock van termen als 'neoklassiek'. 'Als genre is dat volledig aan mij voorbijgegaan. Een paar van die artiesten, zoals Frahm en Beving, maken echt mooie dingen, anderen vind ik echt cheapo. Zelfs een Nils Frahm balanceert soms gevaarlijk op de grens tussen genialiteit en koffiebarmuziek.' Hij speelt ter illustratie een repetitieve pianoriedel die zo op een plaat van Ludovico Einaudi zou kunnen: 'Muzak. Zo kan ik vier platen op een dag maken.' Wat is het verschil met jouw muziek? David Poltrock: De meeste minimalpianisten leggen, geïnspireerd door componisten als Steve Reich, de nadruk op herhaling. Op Mutes heerst de melodie. Er zit veel Bach in, muziek die ik leerde kennen bij de nonnen die mij piano leerden spelen in de lagere school. Zelfs toen mijn buurjongen me op mijn twaalfde Iggy Pop, Bauhaus en Cocteau Twins leerde kennen, bleef ik trouw mijn fuga's oefenen. Hoe belandt een Poperingenaar in het adressenboekje van zowat alle Belgische muzikanten? Poltrock: Ik was een jaar of vijfentwintig tijdens de hoogdagen van Flanders Language Valley. Er liepen in onze streek toen meer IT'ers rond dan dat er hotelkamers waren. Veel informatici sliepen bij gastgezinnen, ook bij ons thuis. Een van hen was de broer van de toenmalige technicus van Hooverphonic, waar ze toen net een nieuwe pianist zochten. Sindsdien stuitert je cv alle kanten op, van het avant-gardecollectief Razen tot je medewerking als hulpcoach aan The Voice van Vlaanderen. Poltrock: Dat laatste doe ik écht graag. Hoe kijken je collega's naar The Voice? Poltrock: Verbazend positief. De drummer van The Van Jets en zijn vrouw kwamen me ooit vertellen dat ze 'verschrikkelijk grote fans' waren van het programma en met me op de foto wilden. Geweldig, toch? Je speelt en produceert niet alleen, maar geeft op de PXL-hogeschool in Hasselt ook les aan de nieuwe generatie muzikanten. Weinig mensen dus die beter kunnen zeggen hoe het met de toekomst van de belpop staat. Poltrock: Kort samengevat: de kwaliteit is er, maar we missen de managers. Ze zijn wel goed, hoor, maar ze hebben te weinig draagkracht in het buitenland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Nederlanders, die overal in Europa aan de top van de platenfirma's zitten. Een opvallende conclusie voor iemand die al veel in het buitenland heeft getoerd, met groepen als Triggerfinger en Hooverphonic. Poltrock: Die bands toeren wel veel in onze buurlanden, maar daarom zijn ze daar nog geen grote groepen. Dat ligt niet aan hen of aan hun managers, absoluut niet, maar we hebben nu eenmaal geen traditie in het verkopen van onze eigen cultuur. De belpop heeft een visie nodig, en liefst eentje die niet om de vijf jaar verandert.