'Once promoters saw how many people they could draw into a football stadium, and charge $50 a ticket, rock'n'roll went down fast', zei Paul Kantner, zanger-gitarist van sixtiesband Jefferson Airplane, tien jaar geleden over de erfenis van Woodstock in 1969.

'Despite our tremendous investment of time, effort and commitment, we don't believe the production of the festival can be executed as an event worthy of the Woodstock brand', luidde het begin deze week in het persbericht van mediabedrijf Dentsu Aegis Network over de afgelasting van Woodstock 50, de jubileumeditie van het festival.

Michael Lang, de originele medeorganisator van Woodstock, zag het in januari nog helemaal zitten. Een gouden jubileum van zijn geesteskind, helemaal in de sfeer van de 'peace & love'-idealen van weleer. Geen 'MTV-event', zoals de door geweld geplaagde verjaardageditie van 1999, maar een zogenaamd 'multi-generational' festival met plaats voor sociaal engagement en activisme. Terug naar de hippieroots, maar dan met glamping en propere toiletten.

Het komt niet goed. Eerst bleef de affiche lange tijd uit, daarna raakte de ticketverkoop niet van de grond en werd er mist gespuid omtrent de nodige vergunningen. En begin deze week viel, in een persbericht van partner Dentsu Aegis Network, het verdict: 'Het is een droom voor agentschappen om te werken met iconische merken en om geassocieerd te worden met meaningful movements (...) Maar ondanks onze enorme investering van tijd, inspanningen en engagement geloven we niet dat de productie van het festival uitgevoerd kan worden als een event dat de merknaam Woodstock waardig is.'

Lang wil echter van geen wijken weten en blijft beweren dat het jubileum - gepland van 16 tot 18 augustus - zal plaatsvinden, met nieuwe partners en andere financiers.

Dat uitgerekend Woodstock in zee gaat met een reclamemultinational, is behoorlijk cynisch te noemen

En toch: hopelijk sterft het hele project een stille dood. De oorspronkelijke geest van Woodstock nieuw leven inblazen? Echt? Woodstock '69 was een geluk bij een ongeluk. Een logistieke en financiële ramp, die enkel dankzij een paar legendarische performances en een goed gemonteerde, Oscarwinnende film - de eerste aftermovie! - verder leeft in het collectieve geheugen als het summum van de festivalervaring.

En met activisme of meaningful movements hebben festivals al lang niks meer vandoen. Zelfs muziek lijkt steeds meer een bijrol te spelen. Dat net Woodstock in zee ging met Dentsu Aegis Network is behoorlijk cynisch te noemen. DAN is een internationaal communicatie- en mediabedrijf dat zich toespitst op 'communications strategy through digital creative execution, media planning and buying, sports marketing and content creation, brand tracking and marketing analytics'. In mensentaal: een reclamebureau, gespecialiseerd in sociale media.

Wat zo'n multinational te zoeken heeft in de organisatie van een legendarisch muziekfestival? Simpel: u, uw smartphone, en al uw vrienden met een smartphone.

Grote muziekfestivals zijn het speelterrein van merken geworden. Het publiek en de artiesten fungeren als gewillige deelnemers aan een openbaar marktonderzoek, een vergaarbak van data voor de Nestlé's, Sony's en Axa's van deze wereld. Vergeet Big Brother, Big Data is watching you. Van de aanschaf van uw festivalticket - online, uiteraard - tot de drankjes die u bestelt met de chip in uw polsbandje en de filmpjes die u achteraf via Instagram of Facebook deelt. Die uitbuiting door het bedrijfsleven van de beleveniscultuur is een teken des tijds. 'Iemand moet toch de factuur betalen?' nietwaar? En wat kan het u schelen uit welke zak de gage van Post Malone of Tame Impala precies komt? Zolang het maar niet regent en de optredens goed zijn!

Toch heeft de subsidiëring van festivalpromotoren door bedrijven als Dentsu Aegis Network - die op hun beurt aan de grote merken factureren - wel degelijk griezelige kantjes. Sommige promotoren nemen in de strijd om uw data gewoon ook zelf het voortouw. Live Nation, bijvoorbeeld, de grootste concertpromotor ter wereld, eigenaar van Rock Werchter en Graspop en sinds kort ook uitbater van het Sportpaleis, Vorst Nationaal en de Lotto Arena. De Amerikaanse muziekmonopolist heeft sinds vorig jaar het patent op Fanfluencer, een softwaretool voor bedrijven die ze zelf ontwikkelden.

Met activisme of meaningful movements hebben festivals al lang niks meer vandoen. Zelfs muziek lijkt steeds meer een bijrol te spelen.

Met die tool is Live Nation in staat om tijdens concerten of festivals in real time sociale media-accounts te scannen en de eigenaars ervan - gefilterd op basis van leeftijd, gender, aantal volgers, inhoud van posts - te bestoken met gerichte reclameboodschappen. Of, ietsje vager verwoord: '(...) a key component in outreach at live events, allowing brands to authenticate to Fanfluencer via their own social media accounts and engage with fans that are at live events'.

U begrijpt het goed: ook tijdens concerten is uw privacy niet langer veilig. En wat weerhoudt bedrijven als Dentsu Aegis Network of Live Nation met Fanfluencer ervan hun op festivalweides geoogste informatie ter beschikking te stellen van pakweg politieke partijen? Denk er eens aan wanneer u deze zomer, kiekjes nemend met uw #BFF's, op de wei van Werchter staat. Of denk er gewoon eens aan om uw smartphone uit te schakelen wanneer u van livemuziek wilt genieten, om géén vogelvrij wild voor de datapiraten te worden. Een win-winsituatie, echt! Behalve voor de multinationals dan.

Elke vrijdag linkt Jonas Boel de (politieke) actualiteit aan de muzikale geschiedenis.