Courtney Marie Andrews: Milow werkte in LA met een producer die ik kende, en die mij heeft aangeraden. Nadat ik meegezongen had op zijn plaat Silver Linings (2014), kwam de vraag om met hem te toeren. Ik keek er oprecht naar uit hier vier maanden te verblijven en songs te schrijven in een andere, nieuwe omgeving. Maar letterlijk de dag dat ik hier aankwam, maakte mijn lief - na vijf jaar - een eind aan onze relatie. Dag en nacht heb ik door de straten van Leuven gedwaald om dat te verwerken. Maar ik heb er tenminste een plaat aan overgehouden. (lacht)
...

Courtney Marie Andrews: Milow werkte in LA met een producer die ik kende, en die mij heeft aangeraden. Nadat ik meegezongen had op zijn plaat Silver Linings (2014), kwam de vraag om met hem te toeren. Ik keek er oprecht naar uit hier vier maanden te verblijven en songs te schrijven in een andere, nieuwe omgeving. Maar letterlijk de dag dat ik hier aankwam, maakte mijn lief - na vijf jaar - een eind aan onze relatie. Dag en nacht heb ik door de straten van Leuven gedwaald om dat te verwerken. Maar ik heb er tenminste een plaat aan overgehouden. (lacht)Andrews: Ik ben voor het eerst op tournee getrokken toen ik nog maar net zestien was. Wat data geboekt via MySpace, en weg. Nu zou ik het vreselijk vinden om voor drie man te moeten optreden, maar toen raakte dat mijn koude kleren niet. Ik was al blij als ik, gewoon door ergens te zingen, geld voor benzine verdiende. Ik was jong en erop gebrand dat leven te leiden. Songs schrijven, zingen, reizen, een vrije geest zijn. Zo zal ik dit jaar niet meer dan drie maanden thuis zijn. Dat is druk, maar ik moet dit nú doen, niet als ik vijftig ben. Andrews: Het eeuwige dilemma van de toerende muzikant. Die balans vinden is heel lastig, en meer dan over wat ook gaat de plaat over dat besef. Door die relatiebreuk realiseerde ik me hoe ver ik van al mijn vrienden en familie zat. Ik kon bijvoorbeeld niet gaan uithuilen bij mijn moeder. Zo drong het tot me door dat ik veel dierbaren had verwaarloosd, niet genoeg dankbaarheid had getoond voor wat ik aan hen heb. Dát heb ik in Leuven geleerd. Andrews: In feite is die ep een bijlage van Honest Life. Ik ben er Tom Vanstiphout en Bart Delacourt, uit Milows band, nog altijd dankbaar voor dat ze me geholpen hebben een studio te boeken en die nummers mee hebben ingespeeld. Andrews: (lacht) Omdat ik nauwelijks met andere mensen heb rondgehangen. Af en toe heb ik tegenover die vreemden met wie ik professioneel moest omgaan wel mijn hart voor een stukje gelucht. Maar ik heb me toch vooral afgezonderd. Gelukkig waren Milow en zijn entourage heel begripvol. Ik heb iedereen wel gezegd dat ik normaal de vrolijkheid zelve ben. Ik voel me nog altijd een beetje schuldig dat dat me net in die periode overkwam. Maar dat is het leven. Andrews: Ik wist ongeveer wat ik kon verwachten, ik had hier nog getoerd. Belgen zijn over het algemeen ernstiger dan Nederlanders, Fransen of Duitsers. Jullie doen me denken aan inwoners van Seattle, waar ik naartoe ben verhuisd: ook heel gereserveerde lui die zich moeilijk blootgeven. Andrews: Jullie klagen over de eeuwige regen, wij over de eeuwige zon. Seattle sprak me aan omdat het zo flagrant van Phoenix verschilt. Ik daag mezelf ook graag uit door nieuwe situaties op te zoeken. Phoenix is een grote stad, maar heeft de mentaliteit van een kleine. Op gebied van muziek en kunst gebeurt er wel iéts, maar niet veel. Verhuizen naar Seattle heeft me als artieste goed geholpen. Oké, het was nooit mijn bedoeling met Jimmy Eat World of Damien Jurado als extra zangeres en/of gitariste op tournee te gaan - ik ben en blijf een singer-songwriter - maar als ik moet kiezen tussen in een café werken of zingen om de eindjes aan elkaar te knopen, dan weet ik het wel. Andrews: Ik was ervan overtuigd dat ik mijn leven aan het vergooien was. Ik wilde een concrete job. Diep in mijn binnenste ben ik altijd al aan toeren en optreden verslingerd geweest, maar toch voelde ik de nood me te settelen, om ergens langer dan een avond of zelfs een maand te zijn. Omdat ik het gevoel kreeg dat ik nergens meer thuishoorde. Daar gaat de song Put the Fire Out over. 'There's a place for everything and I think I know mine now.' Maar goed, uiteindelijk heb ik dat vuur toch weer aangestoken. (lacht) Nu, ik vond in een café werken ook leuk omdat ik het, euh, zorgende type ben. Ik voorzie mensen graag in wat ze willen. Omgekeerd vertelden klanten me hun verhaal. Je ontmoet nieuwe mensen, en je verveelt je nooit. Neen, als je als muzikant toch moet werken, is een café ideaal.