Montréal, zijn Franse koloniale verleden, zijn metropolitane charme, zijn fietsvriendelijkheid, zijn Leonard Cohen en zijn Arcade Fire. En niet te vergeten, zo verklaart ons de afvaardiging van het groepje Corridor die zich bij ons in een Brussels café heeft genesteld, zijn wreedaardige winters. Maar niet geklaagd daarover, want zoals vele stadsgenoten vóór hen heeft Corridor die klimatologische omstandigheden in zijn voordeel omgebogen. Voor ons zitten de twee zangers: de olijke Dominic Berthiaume (tevens bas) en de niet veel minder snaakse Jonathan Robert (gitaar en toetsen).
...

Montréal, zijn Franse koloniale verleden, zijn metropolitane charme, zijn fietsvriendelijkheid, zijn Leonard Cohen en zijn Arcade Fire. En niet te vergeten, zo verklaart ons de afvaardiging van het groepje Corridor die zich bij ons in een Brussels café heeft genesteld, zijn wreedaardige winters. Maar niet geklaagd daarover, want zoals vele stadsgenoten vóór hen heeft Corridor die klimatologische omstandigheden in zijn voordeel omgebogen. Voor ons zitten de twee zangers: de olijke Dominic Berthiaume (tevens bas) en de niet veel minder snaakse Jonathan Robert (gitaar en toetsen). Dominic Berthiaume: Bij ons duurt de winter vijf maanden. Dat betekent dat je het beste moet maken van vijf maanden binnen blijven, in afzondering bijna. Tijd genoeg om muziek te maken! Misschien goedkoop, maar dat is mijn theorie over de creativiteit die Montréal typeert. Nu, het omgekeerde is ook waar: in de zomer hang je alleen maar buiten rond met vrienden en doe je dus geen klop. (lacht)Hoe zijn jullie - na twee lp's voor minuscule labels - op Sub Pop beland?Berthiaume: We hadden een demo met vier songs voor Junior gemaakt. Omdat onze tourmanager hier en daar het water wilde testen in de zoektocht naar een nieuw label, heeft hij dat ding naar enkele kennissen uit de business gestuurd. Jonathan Robert: Enkele weken later kregen we te horen dat iemand van Sub Pop helemaal vanuit Seattle naar ons optreden in New York zou komen kijken. Die mens moet ons goed hebben gevonden, want binnen de week zat het contract in onze mailbox. Berthiaume: Waarna we onze tourmanager prompt tot manager hebben gepromoveerd. Heeft Sub Pop het over jullie Franstaligheid gehad?Berthiaume: Er was wel een zekere bezorgdheid, ja. Robert: Ze wilden graag dat we de teksten voor hen vertaalden en er ook wat uitleg bij gaven. Om er zeker van te zijn dat wij - nou ja, zij - geen onwelvoeglijke dingen de wereld in zouden sturen. Berthiaume: Maar ook met het oog op eventuele toekomstige verzoeken vanuit de tv- of reclamewereld. Een dom voorbeeld: zodat ze een bedrijf dat kattenbrokken maakt geen song over honden zouden uitlenen. Waarmee we ongetwijfeld je volgende vraag hebben beantwoord: ja, wij zijn bereid onze muziek aan kattenvoerreclame te verkopen. (lacht)Robert: Montréal is een tweetalige stad waar de Engels- en Franstalige scenes gescheiden van elkaar bestaan. Wij zijn een van de weinige bands die in beide spelen. Hoe dat komt? Het oosten van de stad is voornamelijk Frans, het westen Engels, en wij wonen in het midden. (lacht) En trouwens, ook in Québec of Frankrijk luistert niemand naar onze teksten, dus ons Frans is verder ook geen punt. Er zijn voorbeelden zat van tekstuele tributes aan andere muzikanten. Songs over medebandleden bestaan ook, meestal wanneer die schielijk overleden zijn. Jullie zetten de volgende stap.Robert: Je bedoelt die song over Julian Perreault, onze gitarist? (lacht) Aangezien we de plaat absoluut nog dit jaar wilden uitbrengen, moesten we in enkele weken nog zes songs schrijven naast de vier die we al hadden. Dat was zo'n race tegen de klok dat we geen tijd hadden om zelfs nog maar aan het begrip concept te dénken. Dus nam ik als tekstschrijver mijn toevlucht tot heel nabije onderwerpen. Voor het titelnummer werd dat dus Julian. Het klinkt lullig, maar hij is écht ons idool. (lacht) Hij is met voorsprong de beste muzikant van ons vieren, onze joueur étoile. Niettemin komen we te weten dat zijn ouders teleurgesteld zijn in hem.Berthiaume: We hadden ooit een optreden in Québec-stad - op drie uur rijden - waarvoor hij zijn moeders auto had geleend. Na de show hadden we nog een feestje gebouwd en de volgende ochtend maakte hij ons wakker: 'Hebben jullie mijn broek gezien?' Bleek het ding onder aan de trap te liggen, met lege zakken, natuurlijk. Weg portefeuille, maar vooral: weg autosleutels. Moest zijn moeder even zes uur rijden om een reservesleutel te komen brengen. Robert: Ik beschrijf ook nog een andere stoot van hem in dat nummer. We hadden weer eens een beetje te hard gefeest, op de barbecue dan nog van een platenlabel waarvan we net een aanbod hadden afgeslagen - tja, we wilden gewoon beleefd zijn. Op een gegeven moment was hij bier aan het drinken uit een bloempot. Twee keer zijn we hem kwijtgeraakt: eerst was hij in een boom gaan zitten, daarna bleek hij gelukkig veilig naast zijn fiets op het trottoir in slaap te zijn gevallen. (lacht)Voor mensen het verkeerde idee krijgen: hoe meer de plaat vordert, hoe minder er te lachen valt.Robert: Bang, het laatste nummer, was ook letterlijk de laatste song die ik voor de plaat heb geschreven, en ik was stikkapot. Dus heb ik mijn geklaag de vrije loop gelaten: 'Al dat harde werk, ik zit er compleet door, hopelijk werpt het nu vruchten af...' In plaats van dolenthousiast te zijn: 'Een plaat voor Sub Pop, verdorie!' Daarom die laatste zin, over de zware last van de ergste klootzak te zijn. Moi, inderdaad. Maar kom, er is toch een treffelijke song uit voortgekomen, al zeg ik het zelf. Milan daarentegen gaat niet over iemand in de band, maar over jaloerse, zeurderige mensen die vanbinnen al dood zijn. Als een jong rockgroepje al bijzonder gemotiveerd moet zijn om de afstanden in de VS al tourend te overbruggen, hoe is dat dan in Canada?Berthiaume: Erger, want in het midden is er niks! Daarom touren wij ook niet in Canada. Nu, het vervelende aan de States is dat je er als buitenlandse groep niet binnenkomt zonder dure visums. De allereerste keer hadden we twee concerten in New York, het ene als support van Snail Mail, het andere met Protomartyr en Deerhoof. Kortom: shows met geweldige bands die we ons niet konden veroorloven te missen. We komen aan de grens, mét onze visums, maar helaas zonder carnet, de lijst van al ons materiaal dat we zogezegd in het land wilden invoeren. Dus mochten wij wel binnen, maar onze instrumenten niet. Uiteindelijk heb ik bijna drie uur aan de telefoon gehangen met de bevoegde instanties: 'Oké, het serienummer van de volgende gitaar is...' In totaal hebben we negen uur stilgestaan en heeft de afhandeling ons zo veel gekost dat we er geld aan hebben verloren. Maar dan nog: liever dat dan Canada! (lacht)Jonathan, jij houdt er ook nog een huiskamerproject op na.Robert: Dat heet Jonathan Personne. De meeste mensen denken dat ik zo extreem bescheiden ben dat ik mezelf 'Jonathan Niemand' noem, maar eigenlijk is het een andere woordgrap: spreek het op zijn Frans uit en je hoort 'je n'attend personne', 'ik wacht op niemand'. Tja, ik heb gewoon te veel artistiekerige grappen om ze alleen in Corridor kwijt te kunnen. (lacht)