Vrijdagnacht, ergens in de Kempen. Schrijver dezes krijgt de wervelwind die Young Fathers heet en net het publiek van de AB met wapperende manen heeft achtergelaten maar niet in woorden gevat. Bij wijze van ontspanning plukt hij Belgium's Got Talent van de digicoder. De laatste auditie-aflevering, en dus weet u wanneer u dit leest welke acts de volgende ronde hebben gehaald. Dat ze allemaal blij zullen zijn met hun selectie, lijdt geen twijfel. Of zou er toch geen enkele van die ballonnenplooiers, stemmenimitatoren en andere vanalleskunners het ooit overwogen hebben om zijn middelvinger op te steken naar Circus Medialaan?
...

Vrijdagnacht, ergens in de Kempen. Schrijver dezes krijgt de wervelwind die Young Fathers heet en net het publiek van de AB met wapperende manen heeft achtergelaten maar niet in woorden gevat. Bij wijze van ontspanning plukt hij Belgium's Got Talent van de digicoder. De laatste auditie-aflevering, en dus weet u wanneer u dit leest welke acts de volgende ronde hebben gehaald. Dat ze allemaal blij zullen zijn met hun selectie, lijdt geen twijfel. Of zou er toch geen enkele van die ballonnenplooiers, stemmenimitatoren en andere vanalleskunners het ooit overwogen hebben om zijn middelvinger op te steken naar Circus Medialaan? In dat geval hadden ze een voorbeeld kunnen nemen aan Young Fathers, drie Schotten die ooit een contract onder hun neus geduwd kregen van übertalentenjager Simon Cowell, de man achter Idool, The X-Factor en One Direction, maar vriendelijk bedankten, bij een klein hiphoplabel tekenden en zo de startknop induwden van een rollercoaster die nog niet aan zijn laatste looping toe is. Debuutalbum Dead leverde hen, naast gladiolen, ook de Mercury Prize op. Voor opvolger White Men Are Black Men Too sleepten we de sterren opnieuw in bulk aan. En toen de producenten van Trainspotting II een nummer zochten dat voor de film kon doen wat Born Slippy van Underworld had gedaan voor het origineel, kwam de band met Only God Knows, een kopstoot van een gospelbanger, inclusief koor. Moet het nog gezegd dat onze verwachtingen van Cocoa Sugar, vorige maand in onze oortjes gedropt, torenhoog lagen én ingelost werden? Dat het trio naar België kwam in het kader van BRDCST, mag geen wonder heten. Het festival van de Ancienne Belgique is, net zoals Young Fathers, van geen enkel genre vies en flirt graag met de randen van de mainstream. De eerste die daar van mag getuigen, is Chino Amobi, een elektrisch geladen mafkees uit Alabama die Frank Sinatra, Michael Jackson en andere stukjes American dream vakkundig vermassacreert op zijn draaitafels en ze onderstopt met een loden deken van gereutel en geraas. 'Gevaarlijke muziek voor gevaarlijke tijden', schreef Vice over Amobi, en die omschrijving kunnen wij niet verbeteren. Uit Zuid-Afrika kwam dan weer Faka afgezakt, een duo genderbendende boezemvrienden die het podium bestijgen - bijna schreven we: berijden - in zwarte badpakken, netkousen en met blonde krullenpruiken op. Achter hen ruggensteunde een dj hun gekonkelfoes met tropisch getinte housebeats. Net zoals Amobi is het geen act om tot je te nemen op de nuchtere maag, maar gevonden vreten voor de muziekjunks waar een festival als BRDCST zich op richt.Over naar de drie grootste prijsbeesten van de avond dan maar, die zwijgend naar hun microfoons wandelden. Voor Alloysious Massaquoi, de grote vriendelijke soulreus van de ploeg,volstond het om 'Brussels' in de microfoon zeggen om Brussels te laten jubelen. De krachtige verwelkoming mondt eindeloos echoënd uit in Wire. En dan is het alles uit het lijf sprinten, geven, jassen en vlassen. Als we de tel onderweg niet zijn kwijtgeraakt, jaagde Young Fathers er in een uur maar liefst 16 nummers door. Van de oudere songs, stuk voor stuk verstandig in elkaar gezette poptracks met een kartelrandje, onthouden we vooral Old Rock n Roll, meesterlijk ingezet door Graham Hastings met een drievoudige vocale uithaal waar Freddy Mercury zich niet voor zou schamen. Maar ook de nieuwe nummers bewezen meteen hun nut, zoals het compleet vertimmerde Lord - zonder gospelgezang, jazeker - en het met strak trommelwerk aangezette In My View. Betrouwbaar sluitstuk trouwens, die drummer, de enige die naast de jonge vaders op het podium mag staan. Of hij nu minutenlang hetzelfde tribale ritme in gang moet houden of los mag gaan op zijn vreemdsoortige cymbalen als een jakhals die een volgestouwde slagerstoog ziet, hij doet het allemaal met evenveel elan. En dan zwijgen we nog maar over het allure waarmee de drie frontmannen het podium annexeren. Nu eens krioelen ze als een hiphopcrew door elkaar en hoor je ineens uit de achterhoede een prachtige zanglijn komen, dan weer staan ze pal naast elkaar en vuren ze om de beurt een kogel van een tekstflard af. Maakt dat van hen een hiphopband? Bij momenten wel, maar met elk stukje rap komt er een ademwolk soul, een geut punkattitude en een druppel gospel mee naar buiten. Dat fans en muziekjournalisten zelfs na zes jaar nog geen naam hebben gevonden voor de verkaveling waarop Young Fathers zijn toren tot op eenzame hoogte heeft gebouwd, kan de weerbarstige Schotten de reet roesten, net als de conventies over wat een popconcert dan wel zou moeten zijn. Bindteksten? Nooit van gehoord, meneer. Outro's? In de wereld van Young Fathers eindigen songs in het midden van de actie, met één welgemikte knal boem trommelslag. Afgaan en weer opkomen voor de bisnummers? Eerst vragen aan het publiek of zij dat zien zitten.Deze band benadert een popconcert anders, meer vanuit de buik. Of de leden nu losbarsten in oerkreten, half fluisterend tussen rappen en zingen in blijven hangen of gewoon een minuut lang in stilzwijgen naar de grond staren, het is telkens weer net dat wat het publiek nodig heeft om zich te laten meezuigen in de maalstroom van goede muziek - de volgende keer dat u nog zo'n feestje bouwt op Shame, gelieve een uitnodiging naar onze redactie te sturen. Zelfs God heeft geen idee waarom Only God Knows in de kast bleef en de groep het zo kort hield, maar onze cardioloog is blij dat Young Fathers het na een uur in uiterste staat van muzikale opwinding voor gezien hield. Onze IT'er ook trouwens, zo moet hij in het weekend geen pogingen doen om een zesde ster in onze site in te bouwen. Strak, catchy, vurig, geestdriftig en tot op de laatste noot vol verrassingen: wij hebben het beste concert van 2018 tot nu toe gezien. Scotland's got talent!