DA GIG: Ty Segall & The Freedom Band in Trix, Antwerpen op 26/5.
...

Op zijn dertigste geldt Ty Segall met voorsprong als de productiefste rockmuzikant van dit tijdsgewricht. Niet alleen heeft hij, naar schatting, zo'n driehonderd songs op zijn naam staan, de jongste tien jaar bracht hij ook een twintigtal langspelers en dertig singles of ep's op de markt. Zijn jongste werkstuk, Freedom's Goblin, verscheen pas eind januari, maar op 20 juli laat hij met Joy alweer een nieuwe collectie liedjes op de wereld los. Op die plaat sluit hij, na Hair uit 2012, voor de tweede keer een alliantie met het psychedelicafenomeen White Fence. Segall, een behendige zanger-gitarist uit Laguna Beach, Californië, staat bekend als een muzikale alleskunner en Freedom's Goblin is een prima staalkaart van wat de man zoal in de vingers heeft. Steve Albini, het enfant terrible van de Amerikaanse underground, leidde de opnames in goede banen en door haar even ambitieuze als gevarieerde karakter wordt de plaat nu al vergeleken met de dubbele witte van The Beatles. Ty Segall mag dan al in hetzelfde straatje aanschuiven als die andere boegbeelden van de garagerock, Thee Oh Sees en King Gizzard & The Lizard Wizard, als songwriter is hij beslist niet voor één gat te vangen.Ook in Antwerpen toonden Segall en zijn Freedom Band, waarin we habitués als bassist Mikal Cronin en de van Cairo Gang bekende gitarist Emmett Kelly herkenden, zich van hun veelzijdigste kant. Alleen misten we tijdens zijn concert het reliëf en het heldere klankbeeld die van Freedoms Goblin zo'n belevenis maken. Wie op zijn verlanglijst vooraf de begrippen 'wild', 'rauw' en 'luid' had aangekruist, werd zeker op zijn wenken bediend, maar vanaf opener Wave Goodbye - denk aan Black Sabbath, aangevoerd door Marc Bolan - mepten de heren het publiek plat met louter volume. Dat één van Ty Segalls oudere nummers Fuzz War heet, is geen toeval: er werd zoveel vervormingsapparatuur in stelling gebracht dat er in de zaal vroeg of laat wel slachtoffers moesten vallen. Zij die hun hoofd eens goed leeg wilden laten blazen, kwamen anderhalf uur lang uitgebreid aan hun trekken, al vielen de songs onder de dikke geluidsbrij vaak nauwelijks te herkennen. Segall en zijn medeplichtigen schroeiden zoveel gaatjes in de trommelvliezen van de aanwezigen, dat in het dichtstbijzijnde brandwondencentrum prompt alarmfase rood werd afgekondigd.Segall staat bekend als een uiterst beslagen gitarist en flamboyante frontman. Vreemd dus dat hij zich de hele avond in een hoekje rechts op het podium verschanste, terwijl je hem pal in het centrum had verwacht. In Antwerpen kwam de Californiër bovendien met een bizarre mix van stijlen op de proppen. Metal, hardcore punk, glam, thrash, disco, garage, acid-, Kraut- en spacerock: het kwam allemaal voorbij en Ty Segall beheerste het tot in de puntjes. Maar tegelijk leek de man naar zijn toekomst op zoek te gaan in een achteruitkijkspiegel. In zijn oeuvre, dat aan elkaar hing van logge riffs uit de discografie van Cream en solo's met de signatuur van Tony Iommi, hoorden we voorts echo's van The Stooges, Hawkwind en The Sonics. Tussen de lange jams en instrumentale freak-outs hoorden we weliswaar enkele meditatieve passages en zelfs een naar free-jazz neigende sax, maar Segalls gitaaruithalen waren dermate 'all over the place'dat ze de nummers vaker hinderden dan dienden. Gevolg: de poppy melodie van Fanny Dog werd genadeloos overwoekerd, het furieuze Meaning ging ten onder aan eendimensionaliteit en Candy Sam slaagde erin tegelijk strak en slordig te klinken. Tijdens de intro van het verder puike She hield Ty Segall één noot zelfs treiterig minutenlang aan. In You're the Doctor, het naar T. Rex neigende My Lady's On Fire en de op Status Quo geënte uitsmijter daarentegen koos hij voor een rechttoe rechtaan aanpak. De leukste momenten waren die waarop hij de toeschouwers op het verkeerde been zette. Zo begon Alta als een pianoballad, om zich onverwacht te transformeren in een potig grungemonster. Het van Hot Chocolate geleende Every 1's A Winner luidde de geboorte in van het discogrunge-genre en ook in Despoiler of Cadaver werd de funkkaart getrokken. Ghost was het soort ballad waar Jimi Hendrix ooit de blauwdruk voor produceerde en in Cherry Red, een r&b-cover van The Groundhogs, dook zowaar een stukje op uit Syd Barretts Lucifer Sam.Ty Segall maakte in Trix dus geen geheim van zijn invloeden, maar op den duur begonnen wij de overdosis fuzz en feedback toch een beetje vermoeiend te vinden. Als fan van Swans kunnen we nochtans best wel wat lawaai verdragen. Alleen: op een landschap met enkel pieken en geen dalen, raak je snel uitgekeken. Jammer dus dat een topmuzikant als Ty Segall zijn krachten niet slimmer weet te doseren. Dat de man met de vingers in de neus de hele rockgeschiedenis tot leven kan brengen, is ongetwijfeld een prestatie. Maar een carbonnetje blijft een carbonnetje. En een superieure schilderijenrestaurateur is nog geen grote kunstenaar. We zien dus uit naar het moment waarop Segall zijn vele retrotrucs eens aanwendt om er iets nieuws en eigens mee te maken. Zijn tijd gaat nu in.