dEUS mag zijn 'Japanneke' niet afronden

'We hadden gehoopt het voorprogramma te kunnen zijn van de grote WK-finale, maar zijn het dessertje geworden van de kleine finale', zei Tom Barman, van kop tot teen in het wit, net nadat de Rode Duivels in Rusland het brons hadden gepakt.
...

'We hadden gehoopt het voorprogramma te kunnen zijn van de grote WK-finale, maar zijn het dessertje geworden van de kleine finale', zei Tom Barman, van kop tot teen in het wit, net nadat de Rode Duivels in Rusland het brons hadden gepakt. dEUS stond in Werchter voor een al even belangrijke match, want met gitarist Bruno De Groote had Antwerp's finest een nieuwe speler tussen de lijnen lopen, die na twee kleinschalige try-outs in thuisbasis Borgerhout zijn échte vuurdoop beleefde op TW Classic. En de opvolger van Mauro ging in If You Don't Get What You Want meteen onbevreesd in duel met zijn kapitein, en zette de Talking Heads-riff van zijn voorganger moeiteloos naar zijn hand in The Architect. Aan Fell Off The Floor, Man (die scheut disco!) en Theme From Turnpike (die outro!) kon je dan weer goed horen dat De Groote gepokt en gemazeld is in de blues. 'No more loud music', declameerde Barman in die laatste, maar tegen de tijd dat hij de afslag richting Instant Street had genomen, bleef er van die belofte allang niets meer over.Het rommelde hier en daar - in Girls Keep Drinking liet de gitaar van Bruno De Groote het even afweten, en de geluidsmixer had het ook niet altijd onder de markt - maar Barman was vastberaden 'een Japanneke' te doen: scoren in blessuretijd. En inderdaad: dEUS haalde zijn achterstand in met de slowburner Hotellounge (Be The Death of Me) en het naar een stevige climax toegroeiende Bad Timing. Meteen daarna zette Klaas Janzoons, met Belgische vlag om de nek, de vioolsirene van Suds & Soda aan, maar de belpopklassieker mocht van de organisatie niet afgewerkt worden. Over tijd, klonk de uitleg. 'Sorry schattekes', zei Barman. 'We komen snel terug'. En zo fnuikte TW Classic de apotheose van dEUS' grote comeback, een dessertje met wrange nasmaak. 'Meet me in the stairwell in a second, for a glass of gin', stak Matt Berninger van wal in Nobody Else Will Be There, met zijn knisperende elektronica een opener op z'n Radioheads. En ja hoor, uw favoriete dronkenman waggelde er weer vrolijk op los in Werchter - tijdens The System Only Dreams In Total Darkness tuimelde hij nét niet het podium af. Ondertussen schreeuwde hij zijn door het volle tourleven geraspte stem nog wat meer schor, terwijl de gebroeders Aaron en Bryce Dessner hun meest hoekige gitaarriffs bovenhaalden. Evil twins zijn de Dessners niet, want de geluidsarchitecten van The National weten evenzeer hoe je rustmomentjes inbouwt, zie Walk it Back en Guilty Party en wat later ook I Need My Girl, Carin at the Liquor Store en About Today. Alleen: op TW Classic waren het er net iets te veel, waarop het publiek aan het fezelen ging. Dan maar weer de aandacht trekken, moet Berninger gedacht hebben. Na zijn beker bier te hebben geledigd, vloog hij in de witte wijn, en onder het motto 'wijn na bier is plezier' ging hij ballonnen uit het publiek ophalen, om ze uit te delen aan zijn bandleden, gooide hij een flesje water op een securityagent, om hem bij wijze van verontschuldiging zijn wijntje cadeau te doen. En in Mr. November volgde het gekende rondje fans groeten. Been there, done that.Gelukkig was er nog Boxer, het tien jaar oude doorbraakalbum van The National, dat de groep eerder dit jaar integraal kwam spelen in Vorst Nationaal en waarvan ze de live-opname zopas op vinyl hebben gestanst. De Amerikanen plukten er Squalor Victoria, Slow Show en Fake Empire uit. In die laatste song, in Trumptijden weer brandend actueel geworden, trokken de Dessners nog eens stevig van leer. Ze hesen gelijktijdig hun gitaren de lucht in, en we waren weer méér dan half awake. Vliegende schotels op de wei van Werchter! Of dat is toch wat de 3D-bebrilde bezoekers van TW Classic te zien kregen bij Kraftwerk. In de jaren zeventig werden de musikarbeiter uit Düsseldorf misbegrepen en speelden ze niet zelden voor halflege zalen, intussen worden ze al jaren beschouwd als dé elektronicavisionairs bij uitstek - Rock Werchter 2005, iemand? Van de originele bezetting is Ralf Hütter de enige overblijver, maar ook het vierkoppig monster dat Kraftwerk nu is gaf op TW Classic een gevleugelde cursus mechanica. In 3D, dus, want met 3-D The Catalogue brachten de Duitsers vorig jaar een livealbum én Blu-ray uit, gemixt in Headphone Surround 3D-geluid en goed voor een Grammy in de categorie Best Surround Sound Album. Ook het livevervolg was bepaald indrukwekkend. In de Antwerpse Koning Elisabethzaal speelden ze maar liefst acht concerten, waarbij ze elk van hun laatste acht platen integraal opvoerden met 3D-projecties. In Werchter kregen we daar een bloemlezing uit, samengebald in één uur en 15 minuten. Autobahn, Radioactivity, The Man-Machine, The Robots: de hits werden aan elkaar geregen, en op het scherm achter de groep fladderden muzieknoten, passeerde een Tour de France-peloton en scheurde de Trans Europ Express voorbij. Wie zijn 3D-bril op had, kon het allemaal nét ontwijken.Droog? Statisch? Afstandelijk? Kraftwerk was het allemaal. Niettemin was het aangenaam toeven in hun spacelab. 'Is everybody feeling classic?' vroeg Tom Smith, die het 3D-brilletje van Kraftwerk nog op zijn neus had staan toen hij het podium op kwam hossen - opgefokter dan ooit, alsof hij zélf last had van de sleep twitches die hij in Papillon zo graag bezingt. Editors moet een van de jongste TW Classic-afsluiters ooit zijn - hun hele oeuvre dateert van na de millenniumwende - maar is wél met elke plaat weer dat beetje groter geworden in België. En dus mocht het zaterdag weer dat beetje meer over the top. Al in opener Cold werden de confettikanonnen bovengehaald, tijdens tweede song Hallelujah (So Low) werden we met vuurpijlen om de oren geslagen. En zo verschoot Editors meteen al zijn kruit, want in muzikaal opzicht viel er heel wat minder te beleven. Life is a Fear, Darkness at the Door, Formaldehyde: stuk voor stuk behapbare brokjes, pure eenheidsworst. Songs van het eerste uur als An End Has A Start, Blood en Munich werden dan weer snel-snel afgehaspeld - 'Komaf ermee!' leek het devies. Liever dook Smith het publiek in tijdens Nothingness, of liet hij het Bengaals vuur aanrukken tijdens pseudodiscotheekhit Violence. De eindspurt was er één van crowdpleasers, met Papillon en No Sound But The Wind voorop. En dan: méér vuurwerk, méér confetti. 'I'm not here for the show, I'm not buying it', zong Smith ergens. Wel, we didn't buy it either.