2014, een zonnige julinamiddag in Werchter. Uw recensent is getuige hoe KluB C, volgens optimistische schattingen voor een kwart volgelopen, ten diepste wordt verdeeld door het fenomeen Tune-yards, een zootje ongeregeld dat, uitgedost in kleurrijke veren en glitterkledij, vrank en vrij tussen lofi-pop en avant-garde fladdert.
...

2014, een zonnige julinamiddag in Werchter. Uw recensent is getuige hoe KluB C, volgens optimistische schattingen voor een kwart volgelopen, ten diepste wordt verdeeld door het fenomeen Tune-yards, een zootje ongeregeld dat, uitgedost in kleurrijke veren en glitterkledij, vrank en vrij tussen lofi-pop en avant-garde fladdert. De oppergaai heet Merrill Garbus en is, zo blijkt vanaf de eerste noten, in het bezit van een ebbenhouten strottenhoofd waarmee ze kan fluisteren, roepen, tieren en krijsen. Mijn vrienden de tent uit jagen, dat kon ze toen ook, maar toegegeven, dat lag aan hen. Sindsdien is er wat veranderd. Garbus staat tegenwoordig zonder opzichtige schmink op het podium en duldt bassist Nate Brenner, al jaren op post, als een vast bandlid. Samen brachten ze begin dit jaar het gesmaakte I Can Feel You Creep Into My Private Life uit. De nieuwe, vierde worp van Tune-yards klinkt voller en gelaagder dan hun vorige klankenperkjes, maar hotsebotst helaas wat minder op uw trommelvliezen dan pakweg whokill, nog steeds het beste dat ze ooit uitbrachten en Knack Focus' plaat van het jaar 2011. Live is Tune-yards gelukkig wél nog steeds het koningskoppel van de prettig gestoorde anarchie, zo bewees de groep donderdagavond in de Botanique. Openen deed Garbus alleen door drie lagen zang over elkaar te samplen tot een ijle klank waar de gemiddelde walvis bronstig van zou worden, tot iemand in de zaal 'Spelen!' riep en ze toch maar Home inzette.Voor het eerst in haar geschiedenis neemt Tune-yards een drummer mee op tournee, nadat Garbus en haar loopstation jarenlang zelf de percussie voor hun rekening namen. Dat creëert ruimte voor de zangeres om te ontbolsteren tot haar eigen, lichtjes geschifte idee van wat een popprinses anno 2018 kan zijn. 'Close your eyes', vroeg ze ons, maar wie dat deed, miste choreografieën die zowel op de heksensabbat als in het apenverblijf van de zoo van Antwerpen een glimlach van herkenning zouden ontlokken. ABC 123 eindigde met een meditatiemomentje, maar voor we 'Ingeborg van de popmuziek' in onze blocnote konden krabbelen, knalde een kermistoeter Water Fountain op gang. Een publiekslieveling, zo bleek uit de reacties van de Botanique, maar wel eentje die stevig werd verbouwd. Ook andere oude nummers kregen live een nieuwe draai, met als hoogtepunt Gangsta, waarvoor de drummer een solo opbouwde rond de saxofoonsamples in het nummer, die hij dan ook nog eens zelf uit een drumpad haalde. Powa stuiterde van lome beat naar ondefinieerbaar koebellengerammel en weer terug, Look At Your Hands is techno voor anarchisten, Free deed ons uitkijken naar een duet tussen Garbus en pakweg Fever Ray en in Bizness toonde de frontvrouw alweer aan dat ze een van de creatiefste zangeressen van de indiepop is. Als u dit jaar pas voor het eerst van Tune-yards hebt gehoord, was dat waarschijnlijk toen Garbus zich mengde in het debat over culturele toe-eigening. Voor wie het woord niet kent: de zangeres vraagt zich af of het wel zo koosjer is om als westerse muzikante pakweg Afrikaanse ritmes te exploiteren zonder met muzikanten uit dat continent te werken. 'I use my white woman's voice to tell stories about travels with African men', vat ze het samen in Colonizer. Door de muziek voor zich laat spreken - 'merci beaucoup' moet zowat de breedvoerigste bindtekst van de avond zijn geweest - heeft ze bij ons alvast één streepje voor op de meer protserige muzikale weldoeners van deze wereld (*kuch* Bono *kuch*). Af en toe overspeelde de groep zijn hand met langgerekte improvisaties, soundscapes bijna, die ons naar ons horloge deden kijken. Dat de lichttechnicus met dienst de groep op die momenten meestal in het donker zette, net wanneer we graag hadden willen zien welk overstuurd geluid uit welk instrument werd geperst, hielp ook niet. Dat neemt niet weg dat wie gisteren niet in de Orangerie van de Botanique was, een gedurfd en boeiend concert heeft gemist. Dat Tune-yards volwassener dan ooit klinkt en tegelijk met een kinderlijk genoegen muzikale conventies aan flarden blijft smijten als waren het blikken in een kermiskraam, deed ons én Garbus zelf zichtbaar plezier. Een welgemikte, van speelvreugde barstende woo-ha- woo-ha! is zelden meer op zijn plaats geweest.