DA GIG: Tjens Matic in ABClub, Brussel op 6/3.
...

Tjens Couter was een Oostendse groep die, met Arno Hintjens en Paul Couter als bezielers, actief was tussen 1972 en '78 en vooral rhythm & blues en aan de Stones verwante rock-'n-roll speelde. Platen van het gezelschap veranderden de jongste jaren tegen fabelachtige sommen van eigenaar, tot het onvolprezen Starman-label van Felix Huybrechts de langspelers 'Who Cares?' en 'Plat du Jour' heruitbracht op vinyl. Toen gitarist Couter vervangen werd door Jean-Marie Aerts, begon in 1980 het tijdperk van TC Matic, zonder enige twijfel de uniekste Belgische band van het pre-dEUStijdperk. Zelf verwees het kwintet naar zijn muziek met termen als 'Eurorock' of 'White Rhythm'. Het was een nooit eerder gehoorde maar hoogst opwindende mengeling van funk, new wave, hardrock, chanson en typisch Belgisch surrealisme die ook buiten de landsgrenzen hoge ogen gooide, maar door een gebrekkige omkadering helaas nooit internationaal doorbrak.Niettemin geniet TC Matic tot vandaag een legendarische status. Herhaalde pogingen van de AB om de groep, met het oog op de concertreeks 'Rewind', tot een reünie te bewegen, liepen tot dusver op niets uit. Blijkbaar omdat niet meer alle ex-leden met elkaar door één deur kunnen, maar zeker ook omdat Arno als solo-artiest zo goed boert dat hij het makkelijk zonder de anderen kan stellen. De muziek van zijn vroegere bands ligt hem echter wél nog na aan het hart. En ook al bevatten zijn optredens steevast een handvol TC Matic-klassiekers, nooit eerder heeft le plus beau zo uitgebreid door zijn back catalogue gebladerd als met Tjens Matic. Aanvankelijk was met die gelegenheidsgroep slechts één concert gepland, maar je kunt er nu al donder op zeggen dat de vraag zó groot wordt dat Arno en zijn maats hun kunstje binnen afzienbare tijd minstens enkele keren zullen overdoen.Kolken en zigzaggenArno, 67 jaar jong, stond op het podium als one of the boys en liet zich in de AB bijstaan door Bruno Fevery op gitaar, Mirko Banovic op bas en Laurens Smagghe op drums. Het kwartet speelde op het scherp van de snee en tegen een volume dat alle aanwezigen prompt gezandstraalde oren bezorgde. Tijdens opener 'Being Somebody Else' schuurde de zanger met een staafmixer tegen zijn microfoon aan, wat voor liefhebbers van easy listening meteen het signaal was om de zaal te verlaten. De muzikanten waren één voor één top, maar de ster van de avond was toch Fevery, die de erfenis van Jean-Marie Aerts op een fenomenale wijze uitdroeg. In 'Que Pasa?', een song van gewapend beton op een stotterend ritme, liet hij zijn gitaar krassen, gieren en zagen. En ook in 'Middle Class and Blue Eyes', het atonaal kolkende 'The Parrot Brigade' of het vervaarlijk zigzaggende 'Le Java' deed hij waanzinnige dingen op de snaren.De ritmesectie liet zich evenmin onbetuigd en de hoekigheid van Captain Beefheart of de jonge Gang of Four was nooit veraf. Maar hoe grillig de muziek, na meer dan 35 jaar nog altijd klonk, Arno bleef geheel en al zichzelf en bracht zowel een hommage aan Jean Cocteau als aan de Vlaamse folklore, met 'Viva Boema', dat nog het meeste weg had van een overkokende heksenketel. De songs van TC Matic klonken geenszins gedateerd en vormden nog steeds een aanslag op je zintuigen. Tegelijk gaven ze regelmatig blijk van humor. Toen er, tijdens de intro van 'Arreviderci Solo' plots gehijg weerklonk, meldde Arno doodleuk: "'t Is ik niet, godverdomme, c'est mon chât!"Status Quo-riffsDe nummers van Tjens Couter vielen tussen de andere makkelijk te herkennen, omdat ze wat traditioneler aandeden en op minder nerveuze ritmen waren geplant. 'Milk Cow', waarin Arno nog eens een geweldig staaltje bluesharmonica weggaf, en 'Dance With Me' ("Ut ahtntjeeveteh", dixit de zanger) steunden op stevige Status Quo-riffs. Ook 'Saturday Night Queen' kwam veel potiger voor de dag dan op de single van destijds: de accordeon was opzij geschoven, maar de tango-vibe zat er nog altijd in. En 'Gimme What I Need', dat tijdens de seventies zelfs zijn weg vond naar de jukebox van de befaamde New Yorkse rockclub CBGB's, sloeg gensters als vanouds. Jammer dat 'Asking Myself All Day', het beste nummer van Tjens Couter, op de setlist ontbrak, maar dat wordt hopelijk goed gemaakt tijdens één van de volgende shows.Af en toe smokkelde Arno ook een nummer uit zijn periode met Charles and the White European Blues Connection (het op louter ritme drijvende 'No Job No Rock') of The Subrovnicks (het in bluesnoise gedrenkte 'Meet the Freaks') de set binnen. Van een stijlbreuk was echter geen sprake: dat materiaal paste perfect tussen 'L'Union c'est la force' en het als bis opgespaarde 'Bye Bye Till the Next Time'. Met Tjens Matic bewees Arno dat cultureel erfgoed geen dode materie hoeft te zijn. Integendeel: deze muziek valt gewoon niet kapot te krijgen en klinkt nog net zo fris als toen ze uitkwam. Als de organisatoren van Pukkelpop slim zijn, halen ze dit groepje als de weerlicht naar Kiewit en geven ze het een prominente plek op het programma. Wedden dat het jonge volkje er met open mond naar zal staan te kijken?DE SETLIST: Being Somebody Else / Cook Me / Milk Cow / Que Pasa? / Middle Class and Blue Eyes / Dance With Me / No Job No Rock / Saturday Night Queen / The Parrot Brigade / Le Java / Viva Boema / Gimme What I Need / Arrivederci Solo / Living On My Instinct / Forget the Rest, Take the Best / Meet the Freaks / L'Union Fait la Force // Bye Bye Till the Next Time.