HET CONCERT: Thurston Moore & Band in AB, Brussel op 15/11.
...

Moore is inmiddels al 63, maar hij experimenteert nog met even veel appetijt als toen ik hem, begin 1985, voor het eerst op het podium aan het werk zag, in de Etc., een al lang verdwenen clubzaaltje in Schaarbeek. Sonic Youth was toen nog een obscure cultband, die uitsluitend appelleerde aan noisefreaks. Maar tyfusherrie was slechts een klein deelaspect van wat het New Yorkse gezelschap zou doen uitgroeien tot één van de belangrijkste en invloedrijkste groepen van de jongste veertig jaar. Samen met collega Lee Ranaldo ontwikkelde Thurston Moore een totaal nieuw gitaarvocabulaire door zijn instrument te onderwerpen aan ongebruikelijke tunings, de snaren te bewerken met drumsticks, schroevendraaiers en andere voorwerpen en volume en feedback te gebruiken als wezenlijk onderdeel van de compositie. De leden van Sonic Youth vormden de verbindende schakel tussen de punk van The Stooges en de avant-garde van Glenn Branca, maar toonden zich net zo goed schatplichtig aan de no wave van DNA en de artrock van Television. Het kwartet bestond uit kunstzinnige intellectuelen die met volle overgave de undergroundcultuur omarmden. Ze zochten steevast het avontuur op, stoeiden met atonaliteit en dissonantie en rekten zo de grenzen op van wat het publiek als beluisterbaar beschouwde. Tegelijk grossierden ze in toegankelijke, vaak betoverende melodieën die hun sound een uniek karakter gaven. Georganiseerde chaosToen Thurston Moores huwelijk met bassiste Kim Gordon op de klippen liep, kwam, na ruim dertig jaar, ook een einde aan de band en ging ieder zijn eigen weg. Ranaldo, de beatnik van de groep, koppelde op zijn soloplaten classic rock met psychedelia, Gordon bleef met het duo Body/Head rauwe punknoise ophoesten, maar uiteindelijk was het Moore die zich, zowel met Chelsea Light Moving als onder zijn eigen naam, opwierp als het consistentste ex-lid van Sonic Youth. Ook de vorig jaar verschenen, politiek georiënteerde dubbelaar By The Fire was weer een collectie van hoog niveau. Covid verhinderde de muzikant aanvankelijk met dat nieuwe materiaal de hort op te gaan, maar met enige vertraging stond hij, in de rug gedekt door zijn geweldige band, dan toch op het podium van de AB. Tot dusver had Thurston Moore op zijn soloplaten zijn voorliefde voor rechtlijnige rock-n'-roll (of akoestische folk) altijd gescheiden gehouden van zijn neiging tot experiment en improvisatie. Op By the Fire sloeg hij echter een brug tussen de twee, wat resulteerde in lang uitgesponnen nummers die de tienminutengrens vaak zouden overschrijden. Ook in Brussel kwamen tijdens de set van anderhalf uur slechts acht songs voorbij. Opener Locomotives, een kruising van potige psychrock met apocalyptische noise, kondigde al aan dat de toeschouwer zou worden meegenomen op een halsbrekende trip. De gitaren knarsten en piepten, terwijl fragiele passages werden afgewisseld met momenten van georganiseerde chaos. Nu eenieders eustachiusbuizen grondig waren ontkalkt, wisselden in Siren licht en schaduw, prikkelende melodieën en tegenmelodieën elkaar af. Moore en de zijnen trokken sierlijke spanningsbogen op en wisten de toeschouwer te bedwelmen met een combinatie van hypnotische motiefjes en pure poëzie. Geen toeval, want samen met zijn vriendin Eva Prinz geeft Moore dichtbundels uit via zijn bedrijfje Ecstatic Peace. Vanaf het begin viel het hechte samenspel op tussen de frontman en de van Nought bekende meestergitarist James Sedwards, een muzikale partner die Lee Ranaldo waardig is en regelmatig de gelegenheid kreeg om te soleren. Vrije vormSinds Thurston Moore zich in Londen heeft gevestigd, speelt hij met Britse muzikanten in een line-up die de jongste zeven jaar nauwelijks is gewijzigd. De onverstoorbare Deb Googe (zie ook My Bloody Valentine) hield met haar zessnarige bas de boel strak, maar de grote afwezige was drummer Steve Shelley, die dezer dagen wegens corona moeilijk heen en weer kan reizen tussen de VS en Europa. Hij werd vervangen door Jem Boulton, met wie Sedwards een impro-duo vormt. Hashish, een trefzekere, in verschroeiende riffs gewikkelde popsong waarin de liefde met een drug wordt vergeleken, hield de vaart erin en Cantaloupe was logge stoner rock met gitaarwerk dat herinnerde aan de hoogdagen van Cream. De groep bleef de vrije vorm hanteren in iets oudere, gedreven nummers als Aphrodite en Speak to the Wild, om te eindigen met het van The Velvet Underground geleende Temptation Inside Your Heart. Niet dat Moore & Co veel toevoegden aan het origineel, maar als eresaluut aan de band die hen ooit de weg had gewezen was het zeker op zijn plaats. De enige bis, het ruim twintig minuten durende, instrumentale Venus, was een naar abstractie neigende jam waarin de muzikanten haast letterlijk beeldhouwden met geluid. De klanken vielen te vergelijken met massieve brokken graniet waaruit geleidelijk herkenbare figuren werden gekerfd. De eeuwig jongensachtig ogende Thurston Moore doceert tegenwoordig aan het conservatorium van Kopenhagen, spreekt documentaires in voor National Geographic, schrijft soundtracks voor films, houdt er een eigenzinnig 12-string gitaarensemble op na, speelt black metal met Twilight en bracht onlangs nog een ode aan Boris Vian uit. Qua veelzijdigheid en productiviteit zijn er dus weinigen die zich met hem kunnen meten. Maar in de AB bewees hij andermaal dat grensverleggende rockmuziek zijn corebusiness blijft. Waarvoor hulde.