Vergeet Shakespeare. Nu ja, niet helemaal - het blijft een fijne bard - maar toch als het vandaag over Verenigd Koninkrijk gaat. De tijd dat to be or not to be het belangrijkste dilemma op de Britse eiland was, is lang vervlogen. Deal or no deal, that's the question.

Als gitaarliefhebber schreeuwen wij dan 'Deal!', want in pre-brexittijden spuwt de Britse rockscene de ene na de andere coole band uit. Op kop van de protestmars lopen Idles, dat met Joy as An Act of Resistance de beste punkplaat van het jaar heeft gemaakt, en Shame, het kwartet dat daar met Songs of Praise vlak na komt.

The Lick ging van start als Interpol op z'n vuilst, al zien we Paul Banks niet meteen een tirade afsteken over een bezoek aan een gynaecoloog

Terecht dat die twee bands in één adem worden genoemd, maar ook een beetje gemakkelijk, want Shame is, met die bij momenten peilloos diepe grafkelderstrot Charlie Steen en die postpunklicks, toch nog een fundamenteel ander beestje dan het vlammende Idles.

Luister maar eens naar Dust On Trial, waarmee de groep in Brussel opende. 'I'll always be here / To hold your hand / And walk you to / The promised land / Will you walk this land with me' debiteerde Steen, gekleed in hemd en bretellen, voor het nummer openbarstte en u met opgeheven vuist aan hem toonde hoe graag u met hem naar het beloofde land wilde wandelen. Of pogoën.

Shame brak voor het eerst écht het kot af met One Rizla, met voorsprong het beste nummer uit Songs of Praise en een mission statement dat netjes tussen The Cure en Oasis werd gemikt. 'You can choose to hate my words / But do I give a fuck?' spuwde Steen in ons gezicht met een blik van 'uiteraard geef ik geen fuck, stuk miserie dat je daar staat'.

Maar toch, Steen zag ons graag. 'Give us all that Belgian enthusiasm you have!' smeekte hij ons, met zijn vinger cirkeltjes makend rond zijn tepel. De man gooide zich nummer na nummer als een jaguar met een identiteitscrisis op zijn eigen lyrics, maar pakte de set tegelijk aan met de spreekwoordelijke tong in de wang. Nooit gedacht dat we zaten te wachten op het liefdeskind van Jello Biafra en Freddy Mercury. Wel dus.

Shame kan vijf keer The View From The Afternoon voorleggen, maar mist nog een I Bet You Look Good On The Dancefloor.

Ondertussen lag Steens hemd in een hoopje op het drumpodium en zaten we aan nummer zes op de setlist. The Lick ging van start als Interpol op z'n vuilst, al zien we Paul Banks niet meteen een tirade afsteken over een bezoek aan een gynaecoloog, waarvan we alleen onthouden hebben dat iets 'relatable, not debatable' was.

Tasteless was nog eens een ouderwets momentje, met Steen die, terwijl hij zijn bretellen op hun plek probeerde te houden, het ene catchy vers na het andere lanceerde en bassist Josh Finerty, met zijn zwarte bles een kopie van de jonge Alex Turner, die rondsprong als een kangoeroe aan de foute bloemsuiker. Meteen legde het nummer ook het grootste werkpunt van de groep bloot: de songs zijn degelijk en blijven even in je hoofd hangen, maar zelden langer dan een minuutje of vijf. Om het met een ander straf debuut van een Britse band uit te drukken: Shame kan vijf keer The View From The Afternoon voorleggen, maar mist nog een I Bet You Look Good On The Dancefloor.

Met Angie, een in rood licht gehulde, maar gitzwarte song, bewees Shame wel dat het nog meer in zich heeft dan het vierspan op haar debuut liet zien. Ook het nieuwe Exhaler, een smerige update van het vroege U2, deed ons het beste open voor de toekomst. Die komt er wel niet meteen, gaf Steen ons mee, want de band neemt een lange pauze om die moeilijke tweede plaat te pennen en op te nemen.

Maar eerst gooide Shame er nog bisnummer Donk tegenaan, op plaat één minuut eenenveertig en de kortste bisronde die we ooit hebben gezien. 'I had a dream / Just like Mr. King / You were there too / Dressed only in blue', schreeuwde Steen. Als hij mag dromen, wij dan ook, van een toekomst waarin we hopelijk nog veel mogen moshen, pogoën en schreeuwen, zonder schaamte, maar met Shame.

To punk or not to punk? Misschien is dát wel the question.