...

Voor wat het waard is: Chris Martin van Coldplay noemt de inmiddels 45-jarige Ashcroft "de beste zanger ter wereld" en Bitter Sweet Symphony "de beste song ooit geschreven". De Britse artiest wekt blijkbaar zoveel bewondering dat sommigen er hun gevoel voor proportie bij verliezen. Richard Ashcroft wordt zelfs gerespecteerd door de broers Noel en Liam Gallagher, die hem vol ontzag met Captain Rock aanspreken en hem tijdens hun Oasis-periode bij wijze van eresaluut met de song Cast No Shadow bedachten.Hoe dan ook, als frontman van The Verve was Ashcroft in 1997 met Urban Hymns mee verantwoordelijk voor één van de onbetwiste hoogtepunten van de Britpop-beweging. De cd leverde niet minder dan vier top-tienhits op en was wereldwijd goed voor een verkoop van meer dan tien miljoen exemplaren. Om te bewijzen dat hij meerdere pijlen op zijn boog had, werkte hij later nog samen met DJ Shadow en UNKLE. Iets recenter ging hij zelfs aan de slag met de elektrosoulband The United Nations of Sound, maar dezer dagen is hij weer gewoon actief onder zijn eigen naam.Zijn jongste langspeler, These People, volgde na een zes jaar durende stilte en was niet meteen een commerciële voltreffer. Niettemin zagen gezaghebbende bladen als NME de plaat als een creatieve piek, die herinnerde aan zijn beste werk met The Verve. Richard Ashcroft mocht dan al als volbloed romanticus door het leven gaan, de wereldproblemen waren in zijn nieuwe songs wel zeer nadrukkelijk aanwezig. Straatrellen, revoluties, terrorisme, de vluchtelingencrisis, incompetente en hypocriete politici, Ashcroft zag het allemaal met lede ogen aan en had er een mening over.Nieuw kleedjeIn Brugge trad de zanger -kortgeknipt en met een donkere bril, hoewel de zon al lang onder was- aan met drie begeleiders en sneed hij zijn set aan met enkele nummers uitThese People. Het groovende Out Of My Body knipoogde beurtelings naar disco en house, terwijl This Is How It feels ontworpen leek om de toeschouwers massaal naar aansteker of smart phone te doen grijpen. Richard Ashcroft heeft het Grote gebaar nooit geschuwd en heeft de gewoonte zijn liedjes zwierig te orkestreren. Vreemd was wél dat je af en toe een synth en strijkers hoorde, maar nooit zag waar die geluiden vandaan kwamen, wat ons sterkt in het vermoeden dat er af en toe een computerbestandje meeliep. Naast gitaren, bas en drums vielen er op het podium immers geen andere instrumenten te bespeuren.Ashcroft mag dan al vijf soloplaten hebben afgescheiden, van The Verve heeft hij zich duidelijk nog niet bevrijd. Vooral het materiaal uit Urban Hymns nam in Brugge een substantieel deel van de set in. Tijdens het eerste kwartier kregen we al Sonnet en Space and Time geserveerd, het laatste voorzien van knagende wah wah-gitaren. Ook tijdensBreak the Night With Colour (uit de Keys to the World) vertelde de gitarist Adam Phillips zijn eigen verhaal en vaak was dat zelfs spannender dan dat van zijn werkgever.Wél pleit het voor Ashcroft dat hij sommige van zijn oudere songs in een verrassend nieuw kleedje had gestopt. Het meest geslaagd was zijn vertraagde, sobere, haast Iberisch folky versie van A Song For the Lovers (uit zijn solodebuut Alone With Everybody). Velvet Mornings, dat de zanger twee decennia geleden met behulp van een megafoon had ingeblikt, bleek evenmin in steen gebeiteld. "Ik hoop dat het jullie ook met mijn natuurlijke stem zal bevallen", opperde de artiest.TraangasRichard Ashcroft schrijft prima popsongs, daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Alleen heeft hij live iets te vaak de neiging ze aan een elastiekbehandeling te onderwerpen, zodat ze tot oeverloos lange mantra's worden uitgesponnen en dat komt hun spankracht niet ten goede. Dat was helaas ook het geval tijdens 's mans beginselverklaring Music is Power, dat aanvankelijk een beetje kabbelde, maar dank zij de naar Mick Taylor verwijzende snaarverrichtingen van Adams alsnog van een potige coda werd voorzien.Hoewel Ashcroft stilaan de middelbare leeftijd heeft bereikt, is iedere vorm van cynisme hem vreemd. Hij spuwde zijn gal over de neo-cons en het feit dat zelfs politici uit het Westen een derde wereldoorlog blijkbaar niet langer uitsluiten. Zijn verontwaardiging daarover was zeker niet geveinsd. Hold On, een stuwende r&b-song waarin de Arabische lente, traangas en pepper spray hun opwachting maken, groeide haast vanzelf uit tot één van de hoogtepunten uit de set, die eindigde met fan favourites als Lucky Man en het onvermijdelijke Bitter Sweet Symphony. Dat laatste, zijn allergrootste hit, liet een wrange nasmaak na, omdat Richard Ashcroft al zijn auteursrechten op de song moest afstaan aan Mick Jagger en Keith Richards. Hij had namelijk een stukje gesampled uit de orkestrale versie van de Stones-classic The Last Time, en zoiets doe je niet ongestraft.Halverwege die uitsmijter brak er in het publiek om onduidelijke redenen een vechtpartij uit, die Ashcroft ertoe noopte de song te onderbreken en de heethoofden enig gevoel voor rede bij te brengen. Wat een mooie finale had moeten worden, kreeg daardoor iets van een anticlimax. Mochten Richard Ashcroft en zijn band een beetje strakker hebben gespeeld, dan was er in de set wellicht nog ruimte geweest voor The Drugs Don't Work,dat in Brugge helaas onaangeroerd bleef. Best een degelijk concert hoor, maar toch eentje dat enigszins onder de verwachtingen bleef.