HET CONCERT: Nick Cave & Warren Ellis in Stadsschouwburg, Antwerpen op 19/10.
...

Door de pandemie blijft toeren met The Bad Seeds voorlopig onmogelijk, maar eerder dit jaar kwam Nick Cave, vrij verrassend, op de proppen met Carnage, een lockdownplaat die hij opnam samen met Warren Ellis. De Australische multi-instrumentalist, bekend van The Dirty Three, trad in 1997 - dus bijna een kwarteeuw geleden- toe tot zijn band en wierp zich sindsdien op als Caves voornaamste creatieve soulmate. Ellis is ook verantwoordelijk voor alle muziek op Skeleton Tree (2016) en Ghosteen ('19), lp's waarmee Carnage een soort van drieluik vormt. In stilistisch opzicht sluiten die platen perfect bij elkaar aan: ze bevatten voornamelijk trage, elegische nummers waarbij de nadruk ligt op strijkers en ambient elektronica. Veel van de songs reflecteren - rechtstreeks of onrechtstreeks - het rouwproces dat Cave doormaakt sinds de dood van zijn zoon Arthur, inmiddels zes jaar geleden. Nick Cave en Warren Ellis schreven in de voorbije jaren samen heel wat filmsoundtracks, een ervaring die ook invloed had op hun aanpak als songwriters. De structuren van de nummers werden vrijer en experimenteler, minimalistischer en contourlozer. En doordat de ritmiek bij Cave dezer dagen steeds vaker in de verdrukking komt, sluiten ze tegenwoordig nauwer aan bij liturgische muziek dan bij rock. Op Carnage verwijst Cave, naar aloude gewoonte, regelmatig naar Christus, de wraakzuchtige God uit het Oude Testament en diens 'Kingdom in the Sky'. Maar de plaat staat ook in het teken van isolement, claustrofobie en noodgedwongen afscheid nemen van geliefden. Bepaalde tekstflarden keren terug in meerdere songs, wat de onderlinge samenhang nog versterkt. Carnage is Caves versie van Dark Night of the Soul, maar dan minder beklijvend. Het werkstuk klinkt ons bij momenten zelfs een beetje saai in de oren. Het was dus met gemengde gevoelens dat we naar Antwerpen togen, voor het eerste van twee uitverkochte concerten in de Stadsschouwburg. Het goede nieuws was echter dat Nick Cave en Warren Ellis tijdens hun huidige tournee uitsluitend theaters (en dus geen arena's) aandoen. ComedianDe set stond haast uitsluitend in het teken van Ghosteen en Carnage, al dient gezegd dat de songs live toch iets meer reliëf en dynamiek vertoonden dan op de platen. Het duo liet zich op het podium bijstaan door een driekoppig koortje (met Janet Rasmus, Wendi Rose en T Jae Cole) en de Fransman Johnny Hostile (levensgezel van Jehnny Beth van Savages), die pendelde tussen keyboards, bas en drums. Wie vreesde voor een avond in begrafenisstemming, werd aangenaam verrast. Want Nick Cave - wit hemd, donker pak - is niet langer het ongeleide projectiel van zijn begindagen. Hij gaat nu minzaam met zijn fans om, krimpt niet langer in elkaar bij de kreten van hecklers uit het publiek, maar heeft doorgaans een gevatte reactie klaar en geeft steeds duidelijker aan dat er een comedian in hem schuilt. Warren Ellis hield dan weer het midden tussen de Rattenvanger van Hamelen en Gandalf uit Lord of the Rings. Af en toe haalde hij zijn viool boven, maar doorgaans bespeelde hij een klein keyboard dat hij op zijn knieën hield. Hij zat de hele avond op een stoel, wat hem de gelegenheid gaf regelmatig zijn rechterbeen de hoogte in te zwieren. De songs mochten dan al zwaarwichtig zijn, Cave & Ellis zorgden, net als Shakespeare in zijn tragedies, samen meer dan eens voor comic relief scenes. Opener Spinning Song zette de toon. Het steunde op een elektronische drone en Cave -we hadden hem nog nooit zo direct 'I love you' horen zingen- haalde voor het eerst zijn falsetstem boven. 'This is so fucking good', riep hij enthousiast na het inderdaad prachtige Carnage. Opvallend was dat enkele van zijn recente nummers op het podium pas écht helemaal tot leven kwamen. Dat gold bijvoorbeeld voor het kolkende White Elephant dat, na expliciete verwijzingen naar blanke extremisten en de Black Lives Matter-beweging, plots een gospelstaartje kreeg. Een ander hoogtepunt: het door gesamplede strijkers ingeduffelde Hand of God, waarin het koortje volop werd uitgespeeld en de zanger een fraai staaltje van power-whispering ten beste gaf. Wie had ooit gedacht dat Koning Kraai tot een bevreemdende bijna-musicalscene in staat was? KippenvelHét kippenvelmoment bij uitstek was I Need You (uit Skeleton Tree), door Nick Cave met een gebroken stem en solo aan de piano gebracht. Het van T. Rex geleende Cosmic Dancer, met Warren Ellis op viool, ging hem live echter minder goed af, omdat hij slechts ternauwernood de hoogste noten haalde. Ook in God is in the House klonk Cave niet altijd even toonvast. Bovendien verviel hij af en toe in langdradigheid. Shattered Ground, Ghosteen en Galleon Ship leken wel inzendingen voor een wedstrijd traag-trager-traagst, waarin te weinig gebeurde om je aandacht vast te houden. Op die momenten was de aanwezigheid van extra stemmen een zegen. Toch stelden we na het concert vast dat sommige tekstregels door ons hoofd bleven spoken: 'There is no shortage of tyrants and no shortage of fools' (Bright Horses), 'Sometimes it's better not to say anything at all' (Waiting for You) of 'There's a madness in her and a madness in me, and together it forms a kind of sanity' (Shattered Ground). Jawel, Nick Cave beschikt nog altijd over de gave van het woord. En, zoals gezegd, over humor. 'Don't lick people next to you', monkelde hij, verwijzend naar de recente COVID-ellende. En tijdens de relatief optimistische afsluiter Balcony Man bestond hij het zelfs de toeschouwers op de balkons een kreet te doen slaken telkens wanneer het woord balcony voorbij kwam. Uiteindelijk zouden er nog drie bisronden volgen. Het huiveringwekkende Hollywood werd terecht aangekondigd als 'ten minutes of pure evil'. De murder ballad Henry Lee werd dit keer een duet met Janet Rasmus (als stand-in voor Polly Harvey), Nick Cave werd Nick Klef tijdens het obligate Into My Arms en op verzoek van een fan kregen we nog het fraaie Albuquerque, een song over het gevoel nergens meer naartoe te kunnen. De zanger toonde zich dankbaar dat hij zijn korte tournee in Antwerpen mocht afsluiten. 'Jullie komst betekent veel voor ons', zei hij. 'Eindelijk kunnen jullie weer leren hoe het is een publiek te zijn en wij hoe het is om in een band te zitten. Zet je maar schrap, want volgend jaar trekken we weer de hort op met The Bad Seeds'. Het definitieve slotmoment was dit keer helaas niet Watching Alice, over de pedofiele en voyeuristische neigingen van schrijver Lewis Caroll. In de plaats daarvan plukte Nick Cave Love Letter uit zijn binnenzak. Het was meteen een liefdesverklaring aan iedereen in de zaal die hem al veertig jaar trouw was gebleven. Beschouw dit concert maar als de bezegeling van een gezamenlijk groeiproces. En neen, Nick the Stripper viel nergens meer te bekennen.