De ontdekking: Stella Donnelly, een feministische folkheldin in wording

Deze Australische singer-songwriter van 25 noemde haar debuut-ep in 2017 naar een schimmelinfectie, mikte een oude foto van haar noodles slurpende zelve op de hoes en stanste het hele ding op dertig cassettes, 'voor mijn ouders en 28 andere naasten'.
...

Deze Australische singer-songwriter van 25 noemde haar debuut-ep in 2017 naar een schimmelinfectie, mikte een oude foto van haar noodles slurpende zelve op de hoes en stanste het hele ding op dertig cassettes, 'voor mijn ouders en 28 andere naasten'. Dertig bleken er te weinig, want een jaar later ontplofte ze. Fact Magazine noemde Stella Donnelly 'a feminist folk hero on the rise', het toonaangevende Australische festival voor nieuwe muziek Bigsound kende haar de Levi's Music Prize toe en de Amerikaanse independent Secretely Canadian, de thuishaven van Yoko Ono, Anohni en Whitney, bracht haar Trush Metal-ep dit jaar ook over de grote plas uit. En met haar toptracks overschrijdt ze dezer dagen makkelijk de kaap van het miljoen streams op Spotify. Wie haar aan het werk zag op Sonic City begrijpt waarom. La Donnelly spreidde niet alleen een stel Angel Olson-achtige nu-folksongs en een gitaartechniek à la Jeff Buckley tentoon, ze deed dat bovenal met een ontwapenende charme, een pienter gevoel voor humor én een niet mis te verstane feministische boodschap. 'Dit nummer gaat over een vriendin van mij die het slachtoffer is geweest van seksueel misbruik, waarop ze zélf in vraag gesteld werd door haar omgeving', zei ze in een content warning ter aankondiging van sleutelsong Boys will be boys, nota bene geschreven in pre-MeToo-tijden. 'We need to stop questioning women.' Van alle indierock chicks op Sonic City - geloof ons, het waren er veel - was Stella Donnelly veruit de overtuigendste. Onze content warning? Believe the hype. 'Ik denk dat die op het verkeerde festival staat', hoorden we een omstaander zeggen toen Beverly Glenn-Copeland zaterdag het podium betrad. Het was inderdaad wat ongewoon, een gewezen schrijver van Sesamstraat op Sonic City! Temeer omdat het een 74-jarige transgender betrof, met het soort monumentale vibrato dat je doorgaans enkel in operazalen hoort. Ook al is Glenn-Copeland - behalve kinderprogrammamaker ook klassiek zanger, multi-instrumentalist, acteur, toneelschrijver, boeddhist, psychotherapeut én elektronicapionier - actief sinds de jaren zeventig en bokste hij met Keyboard Fantasies (1986) een plaat in elkaar die achteraf gezien als een new-ageklassieker beschouwd kan worden, brede erkenning kreeg hij pas bij een re-issue van dat album in 2016 - Charles Bradley en Sixto Rodriguez achterna. In Kortrijk had de prettig praatzieke Amerikaan - 'I come from The Continent. Unfortunately', dixit de man zelf - een vijfkoppige, in folkjazz en verstilde ambient excellerende band rond zich verzameld, en zong hij tijdloos klinkende liedjes als Color of Anyhow en Let Us Dance, en de ooit ook door Barbra Streisand en Bobby Womack opgeviste traditional Deep River. Soms een beetje té musicalachtig, ja, maar ook en vooral: een verademing. Hoezo, verkeerde festival? Ze werkte met Avi Buffalo en Curtis Harding, producete voor Soko (die van I'll Kill Her, ja) en was tot voor kort de zelfverklaarde synth queen binnen rockband Cherry Glazerr. Maar het is solo dat Sasami Ashworth, all the way from L.A., dezer dagen de hoogste ogen gooit. The Fader doopte haar rock's next big thing, Domino Records gaf haar een contractueel dak boven het hoofd.Het is bij die platenstal - waar ook Arctic Monkeys het mooie weer maakt - dat ze eerder dit jaar haar eerste twee songs uitbracht. Die deden denken aan The Breeders - ze maakt herrie wanneer het kan en neemt gas terug wanneer het moet - en gaan over 'everyone I fucked and who fucked me last year'. Aan attitude geen gebrek bij Sasami, ook in Kortrijk niet. 'Thank you, you sluts!' schreeuwde ze er het publiek toe. Om dan gortdroog te vragen hoe je eigenlijk slut zegt in het Nederlands. 'Slet? Echt? How creative.' Hou haar in de gaten, want Sasami wordt de Mitski van morgen.'Het is zondag, en toch gaan we dansen', dixit Charlotte Adigéry, nu al zo'n twee jaar het wervende woelwater achter WWWater. Dat op tour gaan met een top-act als Young Fathers ernstige gevolgen kan hebben - Adigéry en de haren gingen dit voorjaar met de gewezen Mercury Prize-winnaars de hort op in Engeland en omstreken - werd op Sonic City nog maar eens in de verf gezet. WWWater is van het beste dat je dezer dagen op een Belgisch podium kunt zien, punk zonder gitaren, maar mét een grote P. Met dank aan Steve Slingeneyer, ex-drummer van Soulwax en nog altijd expert in de betere beukwerken. Aan Boris Zeebroek (Hong Kong Dong, The Germans), studiotechnicus bij de Dewaeles en live een knoppenkoning van het type stille kracht. En vooral: aan die duizelingwekkend elastische stem van Adigéry zelf, waarmee ze Solange of Santigold naar de kroon steekt, maar vast en zeker ook kandidaten van de Koningin Elisabethwedstrijd achter zich zou kunnen laten. Was de ep La Falaise (2017) al behoorlijk veelbelovend, dan zijn de nite versions die dit trio er live bij fantaseert nog zoveel keer straffer. Het helpt dat WWWater op Sonic City een van de weinige alternatieven voor al dat gitaargeweld was, maar toch: Wwwhat the fuck. 'Take your broken heart, turn it into art', zong Courtney Barnett in opener Hopefulessness, de valse trage die ook haar jongste album Tell Me How You Really Feel op gang rockt. En dat is wat de Australische indielieveling anderhalf uur lang stond te doen: haar onzekerheden verwerken in hoogwaardige stukjes artrock. Barnett was het gezicht van een ambitieuze Sonic City-editie, en ook al pretendeerde ze 'strangely calm' te zijn, het zorgde overduidelijk voor de nodige stress. Zeker toen haar gitaar het in het begin van de set ook nog eens liet afweten, en vooral City Looks Pretty daar onder te lijden had. Maar vanaf de wervelwinden Need a Little Time, Nameless, Faceless en doorbraakhit Avant Gardener - 'Dit nummer gaat over tuinieren. En angsten', aldus Barnett - kwam de vlam in de pan, en waren we vertrokken voor een rondje onversneden rammelrock. Én dead-pan humor, want de Australische blijft een van de beste woordgrappenmakers uit de hedendaagse muziek. Vooral toen ze met haar krasse stem 'I'm not your mother, I'm not your bitch' begon te kreunen, wisten we: geen betere rock chick om een festival met de slagzin 'The future is female' te vertegenwoordigen dan Courtney Barnett.