'Het toeval bestaat niet', onderstreepte Kurt Overbergh, de artistiek directeur van de organiserende AB, in zijn inleiding. Daarmee alludeerde hij niet alleen op het specifieke tijdstip waarop het concert plaatsvond, maar ook op de locatie en de uitvoerders. Het gebrachte werk, Virðulegu Forsetar (IJslands voor 'Geachte voorzitters'), beleefde in 2003 namelijk zijn première in de Hallgrimskirkja, de kathedraal van Reykjavik, en enkele van de uitvoerders in Brussel waren er toen ook al bij.

Onder hen: dirigent Guðni Franzson, de vader van celliste Hildur Guðnadóttir, die vaak met Jóhannsson samenwerkte, en bassist Skúlli Sverrisson. Adam Wiltzie, de van A Winged Victory For The Sullen bekende Brusselse Amerikaan die met de IJslander vaak als geluidingenieur samenwerkte, boog zich dit keer over al diens elektronische partijen. En ook het koperensemble Belgian Brass werd eerder al door Jóhann Jóhannsson ingezet, toen hij in ons land zijn werk The Miners' Hymns ten gehore kwam brengen.

Op de uitvoering en het kader viel volstrekt niets aan te merken. Alles klopte en er werd devoot geluisterd.

Jóhannsson stond vooral bekend als een componist die neoklassieke muziek vermengde met elektronica en avant-garde, maar eigenlijk was de man van alle markten thuis. Zo speelde hij ooit shoegaze met Daisy Hill Puppy Farm, metal met Ham, elektropop met Apparat Organ Quartet en industriële techno met Evil Madness. Als solo-artiest bedacht hij dan weer talloze soundtracks voor theater, dans en film. De jongste jaren was zijn werk steeds vaker in de bioscoop te horen. Dat leverde hem niet alleen een breder publiek, maar ook enkele Oscarnominaties en een Golden Globe award op.

In 2016 tekende Jóhann Jóhannsson een contract met het prestigieuze Deutsche Grammophon-label en vanaf dat moment werd hij dermate met opdrachten overstelpt dat hij het tempo amper bij kon houden. Kort voor zijn dood werd hij aangezocht voor de soundtrack bij de Disneyproductie Christopher Robin, en tijdens zijn laatste levensdagen sleutelde hij aan de muziek voor Mandy, een horrorfilm van Panos Cosmatos, waarvoor hij zijn krachten bundelde met gitarist Stephen O'Malley van Sunn O))). Het succes en de werkdruk zouden hem uiteindelijk echter fataal worden: hij overleed aan een hartstilstand, veroorzaakt door een noodlottige combinatie van voorgeschreven medicijnen en cocaïne.

Chaos

Jóhannsson was een graag geziene gast op de Belgische podia. Geen wonder dus dat de Begijnhofkerk helemaal vol liep voor de integrale uitvoering van Virðulegu Forsetar, een vierdelige compositie van een uur die destijds verscheen op zijn tweede soloplaat en werd geschreven voor elf koperblazers, percussie, orgel, piano en elektronica.

Virðulegu Forsetar hield het midden tussen minimalistische ambient en een even traag als statig hedendaags klassiek stuk waarin eenvoudige frazen en motiefjes, gespeeld door trompetten, tuba's en hoorns, voortdurend werden herhaald en met elkaar verbonden middels langgerekte drones.

We kunnen alleen maar hopen dat In Remembrance of Jóhann Jóhannsson het begin is van een jaarlijks terugkerende traditie. Want een componist leeft maar net zo lang als zijn werk wordt uitgevoerd.

De muziek deed aanvankelijk een beetje meditatief aan, maar zoals Jóhann Jóhannsson zelf ooit verklaarde, had ze meer te maken met chaos, spanning en transformatie dan met harmonie. Naarmate de compositie vorderde, hoorde je hoe de sfeer subtiel evolueerde van opgewekt naar droefgeestig en van hoopvol naar elegisch. Het ene moment werd je overvallen door de statige grandeur, veroorzaakt door een reeks lang aangehouden tonen, het andere leek de muziek op brak water en wogen de ingebouwde stilten zo zwaar dat je er als luisteraar dreigde door te worden verpletterd.

Tijdens de oorspronkelijke uitvoering in Reykjavik daalden tijdens het concert massa's heliumbalonnen tusen de aanwezigen neer en werden de muzikanten op verschillende plekken in de kathedraal gepositioneerd, waardoor het publiek letterlijk in een klankbad werd ondergedompeld. Dat was in Brussel niet het geval. Het ensemble vormde op het altaar een halve kring rond de dirigent, onder afwisselend blauwe en paarse belichting. Door de architectuur van de Begijnhofkerk was de zichtbaarheid voor de meeste toeschouwers beperkt, maar ook wie enkel op zijn oren was aangewezen, zal het zijn opgevallen hoe de muziek steevast een dialoog aanging met de ruimte.

Vreemde keuze

Op de uitvoering en het kader viel volstrekt niets aan te merken. Alles klopte en er werd devoot geluisterd. Het probleem was enkel dat Virðulegu Forsetar, althans naar onze bescheiden mening, niet tot het beste en meest dwingende werk van Jóhann Jóhannsson behoort. Het is één van zijn vroegste composities, waarin hij zich nog iets teveel spiegelt aan enkele van zijn invloeden. Zo hoorden we nogal wat echo's uit Also Sprach Zarathustra van Richard Strauss en terloopse verwijzingen naar het werk van Arvo Pärt, György Ligeti en Morton Feldman.

Daarmee willen we geen afbreuk doen aan zijn vele kwaliteiten. Alleen had Jóhannsson in de vroege nineties nog niet alle knepen van zijn metier onder de knie. Tijdens de uitvoering van Virðulegu Forsetar, die integraal werd gefilmd en opgenomen met het oog op een toekomstige release, voelden we onze gedachten meer dan eens afglijden. Het leek ons dan ook niet het meest aangewezen werk om het genie van de IJslander te gedenken. Waarom niet gekozen voor IBM 1401, A User's Manual, Fordlandia of Orphée?

Jóhann Jóhannsson zal zonder twijfel de geschiedenis ingaan als één van de interessantste componisten van zijn generatie. Hij was zelfs niet te bedonderd om zichzelf weg te cijferen als dat de kunst ten goede kwam. Zo trok hij ooit zijn soundtrack voor Darren Aronofsly's Mother, waar hij een vol jaar aan had gewerkt, terug omdat hij vond dat de film veel beter was zónder muziek. We kunnen alleen maar hopen dat In Remembrance of Jóhann Jóhannsson het begin is van een jaarlijks terugkerende traditie. Want een componist leeft maar net zo lang als zijn werk wordt uitgevoerd.