Het is er ons eentje, die Nils Frahm. Elke keer wanneer we denken dat de Duitser nu echt wel alles heeft gedaan met een piano, van hem bewerken met toiletborstels tot vilt op de hamertjes plakken, sluit de ti ta toetsentovenaar zich op in zijn klankenkabinet om eruit te komen met toch weer een verrassende plaat.
...

Het is er ons eentje, die Nils Frahm. Elke keer wanneer we denken dat de Duitser nu echt wel alles heeft gedaan met een piano, van hem bewerken met toiletborstels tot vilt op de hamertjes plakken, sluit de ti ta toetsentovenaar zich op in zijn klankenkabinet om eruit te komen met toch weer een verrassende plaat. Zo verscheen vorige maand All Melody, een kapelletje van schoonheid op de rotonde waar de wegen jazz, techno, ambient en neoklassieke muziek elkaar kruisen en dat tegenwoordig in ons hoofd ligt te gisten als we in de mood willen geraken voor eender wat. Andermaal is Frahm al zijn epigonen - check de Peaceful Piano-playlist op Spotify om te weten wat we bedoelen - te slim af, zijn voorsprong op de rest van het peloton der verstilde pianistieke schoonheid is stilaan merckxiaans.Voor zijn eerste van twee optredens in de AB lijkt Frahm wel zijn hele studio te hebben meegenomen waarin hij twee jaar onderdook voor All Melody. In twee grote set-ups verdringen de piano's, orgels en synths elkaar om bespeeld te worden door hun klaviermenner, daarin beconcurreerd door knoppenkastjes die evengoed hun plaats zouden vinden op de Enterprise of de Millennium Falcon.En laat een muzikale reis door tijd en ruimte nu net zijn wat een concert van Nils Frahm is. De Elon Musk van de piano - visionair en perfectionistisch - denkt groots, ook op het podium, en holt van instrument naar instrument om die grootste gedachten in klanken om te zetten. Een goed voorbeeld is opener Sunson, een introspectief stukje celesta dat uitdraait in pompende techno in driekwartsmaat, waar de heer Frahm dan ook nog eens een swingende orgelsolo bovenop legt. Laag voor laag bouwt Frahm zijn nummers op, met panfluitsamples die Arcade Fire zou kunnen gebruiken, hi-hats die we al hoorden bij The Prodigy en natuurlijk veel pianosolo's, nu eens beklijvend door het beperkt aantal noten waarmee de Duitser je bij de kladden kan grijpen, dan weer door de verbetenheid waarmee hij op hetzelfde akkoord blijft rammen. Keer op keer mondt de zoektocht naar geluiden, beats en sferen uit in een polyritmische sculptuur, voor de luisteraar zowel rustgevend als inspannend.Ook zijn vroeger werk, waarin de focus meer op de piano lag, komt aan bod, maar blijkt de nieuwe plaat wonderwel aan te vullen. Meer zelfs, na een portie dansmuziek op z'n Frahms besef je pas hoe groovy een nummer als Hammers altijd al geweest is, met dat verschil dat je er tegenwoordig de beats niet meer hoeft bij te denken. Wanneer hij de toetsen dan eens lost - hij speelde acht composities op twee uur - is het ruw ontwaken uit de droom, eens te meer omdat Frahm aan bindteksten doet. Over een kerkorgel dat in de backstage staat, over Trump, over verspilde tijd. Wel, in het geval van Frahm, die in interviews oreert dat hij de hersengolven van zijn fans wil beïnvloeden, is ouwehoeren met het publiek verspilde tijd. En dan moeten we het nog eens hebben over u, beste bezoeker, en uw omgang met de wisselbekers van de AB. We overdrijven niet als we zeggen dat we er meer tegen de grond hebben horen kletteren dan de piano van Nils Frahm toetsen heeft. De meester zelf kon niks anders dan opkijken en ongemakkelijk grijnzen, maar laten we het in zijn plaats zeggen: gooi de bar dicht wanneer je een artiest als Frahm ontvangt, die muziek maakt om te verdwijnen in sferen waar zelfs Ingeborg geen woorden voor heeft, maar waar wij alleen maar grateful voor kunnen zijn. Nils Frahm speelde een prachtconcert in de AB. Meer zelfs, we willen nog wel eens gaan kijken dit jaar, maar enkel als het één langgerekt fata morgana is, zonder geleuter en vallende pinten.