DA GIG: Lee Fields & The Expressions in Botanique (Orangerie), Brussel op 6/2.
...

Het genre is een tijdje uit de mode geweest, maar sinds het New Yorkse Daptone-label aan het begin van deze eeuw een soulrevival inluidde, mochten artiesten als Sharon Jones en Charles Bradley, in de herfst van hun leven, alsnog van het succes proeven. En na hun overlijden staat met Hannah Williams & The Affirmations en Shannon & The Clams alweer een nieuwe generatie te trappelen om de fakkel over te nemen. Gelukkig blijven ook enkele oude rotten nog altijd koppig aan de weg timmeren. Eén van de laatste der Mohikanen is Elmer 'Lee' Fields, wiens carrière inmiddels al zijn vijfde decennium is ingegaan. De artiest uit North Carolina nam zijn eerste single op in 1969, toerde tijdens de seventies met Kool & The Gang en leek tijdens de jaren tachtig totaal van de aardbol verdwenen. Maar ook toen niemand meer luisterde, bleef hij zingen. En hij bewees dat de aanhouder wint: almaar vaker werden stukjes uit zijn oude platen gesampled door jonge hiphoppers. De Franse DJ en houseproducer Martin Solveig vroeg hem als gastzanger op tracks als Jealousy en I Want You en na jarenlange zwerftochten langs kleine, obscure labels werd Fields uiteindelijk opgevist door Truth & Soul, een muziekbedrijfje uit Brooklyn dat aan de oorsprong lag van zijn renaissance, met vitale langspelers als My World, Faithful Man Emma Jean en het in 2016 verschenen Special Night. In Brussel bleek Lee Fields nog steeds over een imposante soulscheur te beschikken. Zijn raspende stem herinnerde aan die van James Brown, wat verklaart waarom de zanger ooit de bijnaam 'Little JB' kreeg opgeplakt. Fields is echter méér dan een epigoon: zijn gepassioneerde voordracht en genuanceerde frasering leunen bij momenten ook aan bij die van Bobby Womack, Edwin Starr en Otis Redding. Zijn muziek verraadt zelfs echo's uit het werk van The Delfonics en The Stylistics. Old school, dat zeker, al kun je ook van tijdloosheid en veelzijdigheid gewagen. Op het podium van The Botanique, waar hij werd geruggensteund door de strak spelende The Expressions (zijn eigen Booker T & The MG's, zeg maar), bracht Lee Fields een sprankelende synthese van al het moois dat we kennen uit de catalogi van Stax, Goldwax en Motown. Kenners weten dan dat we verwijzen naar het gouden tijdperk van de Deep Soul. De twee blazers zorgden afwisselend voor versiering en interpunctie en ook het spel van de overige -uitsluitend blanke- muzikanten zat vol subtiliteiten en originele vondsten. Vooral gitarist Thomas Brenneck, die nog samenwerkte met Amy Winehouse, en bassist Leon Michels deden je voortdurend de oren spitsen. Maar de man om wie alles draaide was natuurlijk Lee Fields zelf. De man schrok er duidelijk niet voor terug zijn emoties bloot te leggen en zijn songs, over het wel en wee van échte mensen, verschilden in thematisch opzicht niet zo veel van die van, pakweg, André Hazes. In Fields' universum is de liefde een natuurkracht die je kan optillen en ten gronde kan richten. In de southern soulballad Work To Do, betreurde hij zijn fouten uit het verleden -de drankzucht die zijn leven had verknoeid- en beloofde hij beterschap. In Just Can't Win, waarin het orgeltje spon als een kat, waande hij zich een speelbal van het lot en in Faithful Man had hij het over verleiding en ontrouw, onderwerpen die hem regelmatig een wanhopige oerschreeuw ontlokten. Hij schreeuwde zijn onmacht, smachtte en smeekte om spirituele verlossing en schuwde daarbij de clichés niet. Soms liet hij, omwille van het dramatische effect, de muziek even stilvallen, om er dan weer met volle kracht tegenaan te gaan.Maar tegelijk toonde hij zich hoopvol (het tussen Memphis en Philadelphia balancerende I'm Coming Home) en dankbaar om wat hem, op latere leeftijd, nog allemaal was overkomen (Special Night). Met Time gaf hij al een nummer prijs uit zijn voor dit najaar aangekondigde nieuwe plaat. En zoals het een échte soulzanger betaamt, had hij ook een simpele maar stichtende boodschap in petto. Tijdens Make the World, één van de weinige echt stomende, funky nummers uit de set, riep hij op tot eenheid en verdraagzaamheid ('We can make the world better, if we all come together'). Oké, een zekere neiging tot volksmennerij was Lee Fields niet vreemd en sommige van zijn songs leken wel carbonnetjes van classics, maar dat laatste kun je van de meeste bluesmuzikanten natuurlijk óók zeggen. Wat Fields zo bijzonder maakt, is niet zijn repertoire, maar zijn gegroefde, doorleefde stem en zijn voortreffelijke band. Echte soulmen worden tegenwoordig zeldzaam op het podium. Laten we er dus maar van profteren, zolang het nog kan.