'Some are one trick ponies but so am I', zingt Kurt Vile op zijn jongste boreling Bottle It In. Baarlijke onzin, want de voorbije jaren heeft de rocker uit Philadelphia zowat alle hoeken en kieren van zijn repertoire uitgekuist. Vile wordt te pas en te onpas neergezet als slacker, maar dat label doet oneer aan de vele kamers in zijn huis, waar de erfenis van de americana als Heilige Schrift vereerd wordt.
...

'Some are one trick ponies but so am I', zingt Kurt Vile op zijn jongste boreling Bottle It In. Baarlijke onzin, want de voorbije jaren heeft de rocker uit Philadelphia zowat alle hoeken en kieren van zijn repertoire uitgekuist. Vile wordt te pas en te onpas neergezet als slacker, maar dat label doet oneer aan de vele kamers in zijn huis, waar de erfenis van de americana als Heilige Schrift vereerd wordt. Tegelijk blijft Vile ongrijpbaar en onvoorspelbaar, laverend tussen manisch geweld en broeierige hypnose. In Loading Zones, een nummer om ramen en deuren bij open te gooien, werden vuilen dingen gedaan met Neil Young en Dinosaur Jr. - met dank aan de Violators, Viles begeleidingsband die de songs in de AB liet brommen, daveren, kirren en bulderen. Zie ook: Jesus Fever - voor de gelegenheid vertimmerd tot zomerse powerhouse - of de bezwerende gedachtestroom Bassackwards.Wat een goeie Kurt Vile onderscheidt van een sublieme Kurt Vile? Goesting. De valium had hij deze keer maar achterwege gelaten, waardoor zijn soms bedaarde, contemplatieve en verhalende songs soms onverhoeds ontaardden in venijnige uithalen. In Girl Called Alex stegen de gitaren en synths op in een wolk die plots bij Wowee Zowee van Pavement uitkwam. En dan snel van tempo wisselen, met Peeping Tomboy dat als een warm deken over je gespreid werd. De akoestische Vile was niet verdwenen, maar kreeg wel een voller geluid mee.Wie dacht dat hij toen al wist waar de avond naartoe zou leiden, had zich schromelijk vergist. In het tweede deel van de set verbouwde Kurt Vile zijn materiaal tot indrukwekkende monumenten. De wahwah-gitaren van klasbak Waking On A Pretty Daze deden Tom Petty uit het graf terugkeren, de nukkige outro knipoogde naar de kwaaiste versie van de E Street Band. Even weergaloos was de no-nonsense van KV Crimes, waarna een grandioos Check Baby de drietrapsraket compleet maakte: grandioze, meeslepende rock met vuil onder de nagels en stadionallures die je normaal bij de vrienden van The War On Drugs moet gaan zoeken. 'Ik zou doodgraag eens een radiohit hebben,' liet hij zich onlangs ontvallen - maar waarom zou je dat willen, als je dit kan? Dan liever deze vormzwangere Kurt Vile en nieuwe songs als Skinny Mini, dat broeit en zwelt tot aardedonkere drumsalvo's die rek zetten op je ribbenkast. Het was dan al hoog tijd voor de bisstonde, maar daar werd vriendelijk voor bedankt: in de AB geldt een vrij strikte avondklok, en Vile had nog wat muren te slopen. Eerst moest Pretty Pimpin eraan geloven, het dichtste dat Vile al bij een radiohit is gekomen. Uiteraard nog steeds geen straighte vierkwartssong, maar wel in bijtende onzekerheid gedrenkte heartland rock die de weg plaveide voor de rauwe pletwals helemaal aan het eind, een met hoekige grunge gestutte cover van Springsteens 34 jaar oude Downbound Train, dat in de handen van de Violators een woeste geloofsbelijdenis aan de americana werd. Nee, Vile is zoveel meer dan een slacker.