HET CONCERT: Kokoko! in de Orangerie van Botanique, Brussel op 4/12.
...

De jongste maanden was de groep te zien op zowat alle grote internationale festivals, maar eigenlijk is Kokoko! afkomstig uit Kinshasa, de chaotische hoofdstad van de Democratische Republiek Congo. Met zijn twaalf miljoen inwoners is het de derde grootste metropool van Afrika: een 'urban jungle' waar overleven voor iedereen een dagelijkse worsteling is.De band, die zijn oorsprong vindt in de wijken Ngwaka en Lingwala, bestaat uit vijf muzikanten, maar maakt deel uit van een multidisciplinair kunstcollectief dat alles bij elkaar een zeventigtal leden kent. Kokoko! ontstond in 2016 en maakt rauwe, energieke straatmuziek, die steunt op polyritmische grooves en dus vooral bedoeld is om op te dansen. Zelf omschrijven de muzikanten hun sound als tekno kintueni, een eigentijdse combinatie van Afrikaanse en Europese ritmen met elektronische muziek.Congo is een land dat al decennialang gebukt gaat onder despotische leiders en wordt geteisterd door etnische spanningen, burgeroorlogen en corruptie. De levensstandaard ligt er behoorlijk laag, waardoor de meeste mensen er met moeite de eindjes aan elkaar weten te knopen. Goede of betaalbare geluidsapparatuur valt er nauwelijks te vinden. Als muzikant dien je dus zowel ondernemend als inventief te zijn. Dat verklaart waarom Kokoko! zich vrijwel uitsluitend van zelf gebouwde instrumenten bedient. Ze zijn gemaakt uit op straat of op de vuilnisbelt gevonden afval, zoals conservenblikjes, plastic flessen en oud ijzer, of uit gerecycleerd materiaal, zoals onderdelen van ventilatoren, oude telefoons of afgedankte cassettespelers.Tweede- of derdehands is in Kinshasa heel gewoon, maar, zoals bleek in een uitverkochte Botanique, zet het bij KOKOKO! beslist geen domper op de experimenteerdrift. De bandleden, allemaal gekleed in knalgele overalls, huldigen een gezonde punkspirit en stralen op het podium opvallend veel energie en levensvreugde uit. Zeker, de bas had slechts drie snaren, de gitaar was bespannen met remkabels van een fiets en het drumstel moest met tape en elastiek bij elkaar worden gehouden. Maar de lofi-muziek van Kokoko!, die het midden hield tussen rebels en euforisch, klonk van de eerste tot de laatste noot onweerstaanbaar.De meeste nummers uit de set waren afkomstig uit Fongola ('De sleutel'), de in juli verschenen debuutplaat van het gezelschap dat uit vier Congolezen en één Fransman bestaat. Die laatste, Xavier Thomas alias Débruit, is een muzikale ontdekkingsreiziger die eerder al experimentele langspelers afleverde met Haïtiaanse hiphop en Turkse folk. Vandaag zorgt de producer met zijn synthesizers en loops voor de elektronische én melodieuze component bij Kokoko! Voor het overige wordt de groepssound gedomineerd door de frenetieke ritmen van drie percussionisten. Zelfs de krassende gitaar van Dido Oweke doet, net als bij de New Yorkse no wavers vroeger, vaak dienst als percussietuig.Tekst gaat verder onder de foto.Bij de aanvang van het concert werden de toeschouwers in de Botanique ondergedompeld in de verkeersdrukte van Kinshasa. Er weerklonken claxons, sirenes en motorgeronk, tot één van de muzikanten door een megafoon aankondigde dat de trein vertrokken was en er bandeloos mocht worden gefeest. 'On est chez nous, non?', stelde voorman Makara Bianco. Niemand sprak hem tegen.De set begon nog een beetje aarzelend met Likolo ('Ochtendlicht'), waarin Love Lokombe al trommelend voluit ging op een arsenaal aan elkaar geplakte flessen waarin ooit afwasmiddel had gezeten: op zich al een prima manier om te vermijden dat al dat plastic in de oceaan terecht kwam. Maar er werd net zo goed op potten en pannen gemept. Slim, want zo konden de heren hun instrumenten achteraf gewoon weer in de keuken gebruiken. Toegegeven, ons Lingala is voor verbetering vatbaar. Niettemin hebben we begrepen dat het dagelijkse leven in 'Kin' en de daarbij horende problemen in de nummers van Kokoko! centraal staan. Openlijk kritiek leveren op de politieke machthebbers is in Congo een heikele onderneming. Dat neemt niet weg dat goede verstaanders genoeg hebben aan enkele goed gekozen metaforen om te begrijpen waar de muzikanten het over hebben. Zo was Tokoliana ('Wij verslinden elkaar'), over de manier waarop de dieren in het woud zich tot elkaar verhouden, een soort fabel waarin de hebzucht van bepaalde corporaties en hun slippendragers aan de kaak werd gesteld. Andere songs handelden dan weer over identiteit en over een cultuur die, volgens de leden van Kokoko! altijd inclusief hoort te zijn. De muzikanten wisselden tijdens het optreden regelmatig van instrument en namen om beurten de leadzang voor hun rekening. Drummer Love Lokombe ging op een bepaald moment zelfs te keer op een plank met één snaar, die klonk als een Braziliaanse berimbau. Buka Dansa ('dans tot je erbij neervalt') was wervelende ghetto music, waarin we echo's hoorden van old school house en die er duidelijk op gericht was de toeschouwers in trance te brengen. Dat gold ook voor Azo Toke ('Geldproblemen'), dat, dank zij veel gewillige publieksparticipatie, uitgroeide tot een hoogtepunt.Malembe ('Zachtjes aan') dat tot de bissen werd opgespaard, deed zijn titel absolut geen eer aan: zowel in de zaal als op het podium had zowat iedereen de extase bereikt. Kokoko! was dus méér dan een klop op de deur. Het was een Afrikaanse stormram, die van de deur geen spaander heel liet. Of hoe het begrip 'grensoverschrijdend', dankzij deze Congolezen, een nieuwe betekenis kreeg.