U kent haar misschien als de vrouwelijke stem uit Dicht bij mij van Bart Peeters of van haar hommages aan Joni Mitchell, Nina Simone, Martin Luther King of Billie Holiday. Tutu Puoane (***) is een van oorsprong Zuid-Afrikaanse zangeres die aan de conservatoria van Kaapstad en Den Haag studeerde en uiteindelijk in ons land terechtkwam, waar ze een alliantie sloot met pianist Ewout Pierreux.
...

U kent haar misschien als de vrouwelijke stem uit Dicht bij mij van Bart Peeters of van haar hommages aan Joni Mitchell, Nina Simone, Martin Luther King of Billie Holiday. Tutu Puoane (***) is een van oorsprong Zuid-Afrikaanse zangeres die aan de conservatoria van Kaapstad en Den Haag studeerde en uiteindelijk in ons land terechtkwam, waar ze een alliantie sloot met pianist Ewout Pierreux. In Gent, waar ze met haar kwartet op het podium verscheen, droeg ze haar concert op aan haar grootvader, die op hetzelfde moment zijn 99ste verjaardag vierde. Puoane droeg een shirt met als opschrift 'Africa, Your Time Is Now' en dat was uiteraard geen toeval. Tijdens haar set bracht ze uitsluitend gedichten van de Zuid-Afrikaanse dichteres en activiste Lebogang Mashile, zoals Open Your Eyes, You and I, Love is Elastic, Pretty Black Girls, en Home, die ze, samen met Pierreux, in songs had getransformeerd. Daarbij passeerden weinig opkikkerende thema's als armoede, incest, verkrachting, zinloos geweld en moord de revue, fenomenen die in Tutu Puoanes land van oorsprong helaas nog altijd schering en inslag zijn. Maar tegelijk waren de songs ook een pleidooi voor menselijke waardigheid. Puoane toonde zich een beslagen én innemende jazzzangeres die over veel vocale souplesse beschikte en haar Afrikaanse roots trots in een rugzakje met zich meedroeg. Toch hadden veel van haar nummers iets beknopter gemogen. Sympathiek dat haar muzikanten regelmatig een solootje kregen, maar die uitweidingen haalden soms de spankracht uit de songs. Bovendien putte Tutu Puoane zich, tegen het einde van de set, uit om de aanwezigen aan het zingen te krijgen, wat uiteindelijk ook lukte. Alleen moest je de lang uitgesponnen vraag-en antwoordspelletjes met het publiek dan maar voor lief nemen. Sommigen zullen die wellicht als entertainment hebben beschouwd. Onze eigen conclusie luidde: tenenkrommend. Van maximalisme naar minimalisme is voor Lady Linn (****) slechts een kleine stap. Twee jaar geleden kreeg ze op Gent Jazz nog de ruggensteun van een bigband, maar dit keer hield ze het bewust klein en bracht ze haar liedjes in hun soberste vorm. Daartoe kreeg de chanteuse enkel een helpende hand van haar levensgezel Filip Vandebril (bekend van onder anderen Black Flower en The Valerie Solanas) op (contra)bas, terwijl ze zichzelf occasioneel begeleidde op piano. Gedurfd? Zeker. Maar het bewijst ook dat echte artiesten weinig nodig hebben om het publiek overstag te doen gaan. In Gent bestond de set uit oud (Slowly, The Beat, That's Alright) en nieuw materiaal ('Ik heb veel geschreven tijdens de lockdown', dixit Linn), aangevuld met enkele covers. Lien De Greef heeft een glasheldere, wendbare stem die met gemak de meest uiteenlopende genres aankan. Tussen openingsnummer Waiting, dat ze bedacht voor de soundtrack van de film Café Derby, en Loneliness, toverde ze de Gent Jazztent om in een zwoele nachtclub (Nobody But You), waagde ze zich aan een gospelhousenummer van de Amerikaanse DJ Kerri Chandler (Yellow), bracht ze een pianoballad in de stijl van Carole King en imponeerde ze met pure pop in het van Fleetwood Mac geleende Rhiannon. Het vingerknippende I Don't Wanna Dance, oorspronkelijk van Eddie Grant, bleef, naar de reacties te oordelen, een publieksfavoriet en in Remember werd zelfs een drumcomputer in stelling gebracht. Maar wat vooral indruk maakte was de manier waarop de bas van Vandebril Lady Linns stem ondersteunde en ermee dialogeerde. Ze stond zowel in voor de groove als voor de tegenmelodie en bewees zo hoezeer inventiviteit en intimiteit elkaar kunnen versterken. Functioneel naakt: het wérkt. Ook op een groot podium. De festivaldag werd in stijl afgesloten door pianist Jef Neve (****), een man die nooit nalaat te verrassen. Of hij nu solo, in trio of, zoals op Gent Jazz, met een septet aantreedt, voor fijnproevers is het altijd smullen geblazen. Neve is een muzikant met veel gedaanten: hij is even zeer thuis in klassiek als in jazz en ziet er geen graten in om tussendoor met Nathalia of Will Tura samen te werken. Op zijn jongste lp Mysterium toont hij vooral zijn kwaliteiten als ongrijpbare componist. De plaat in kwestie kwam in Gent integraal aan bod, al had Neve de volgorde van de nummers enigszins door elkaar gegooid. Hoewel de man de complexiteit niet schuwt, draagt hij er zorg voor dat zijn muziek nooit ontoegankelijk wordt. Ook met het oog op Mysterium zocht hij weer nieuwe uitdagingen op. Zo trad hij in Gent aan met een band zonder drummer, waarin met drie tenorsaxen, een trompet en een bastrombone vooral het koper domineerde. Zelf dirigeerde Jef Neve alles van achter zijn vleugelpiano en bewees hij andermaal zijn virtuositeit op het klavier, zonder al te nadrukkelijk de aandacht naar zich toe te trekken. Vanaf Happiness in E Major nam hij het publiek mee op een reis met wisselende landschappen. De muziek varieerde van lyrisch en dromerig (Sweet Sad Young Tenor) tot elegisch (het voor een overleden Keniaanse vriend geschreven Adagio), en van tintelend (Exhilaration) tot swingend (het naar Charles Mingus knipogende Desert Walk). Final Curtain Call, bleek dan weer geïnspireerd te zijn door een compositie van Brahms. Zelf omschrijft Jef Neve Mysterium als een fantasiewereld, waarin hij zich afkeert van een samenleving waar we dreigen te verdrinken in een onafgebroken stroom van informatie, en waarin hij op zoek gaat naar de schoonheid van het onbekende. Dat het publiek op Gent Jazz hem gewillig volgde op die zoektocht, zegt iets over de overtuigingskracht en trefzekerheid die Neve en zijn gezellen op het podium aan de dag legden. Grote klasse.