De Beren Gieren: ode aan het zwellichaam

'Jazz die met een gammele zeepkist een heuvel afjakkert en giechelt wanneer een snijtand sneuvelt', zo omschreven wij de demo van De Beren Gieren tien jaar geleden in Knack. Het mag een wonder heten dat de Gentse band een decennium later niets aan scherpte heeft ingeboet. Fulco Ottervanger (piano), Lieven Van Peé (contrabas) en Simon Segers (drums) blijven knutselen met touw en spuug, en het resultaat blijft verrassen.
...

'Jazz die met een gammele zeepkist een heuvel afjakkert en giechelt wanneer een snijtand sneuvelt', zo omschreven wij de demo van De Beren Gieren tien jaar geleden in Knack. Het mag een wonder heten dat de Gentse band een decennium later niets aan scherpte heeft ingeboet. Fulco Ottervanger (piano), Lieven Van Peé (contrabas) en Simon Segers (drums) blijven knutselen met touw en spuug, en het resultaat blijft verrassen. Voor hun tiende verjaardag presenteerden ze op Middelheim Iets Bijzonders. 'Zoals jullie zien klopt er iets niet', grijnsde Ottervanger bij het begin. Inderdaad: de akoestische instrumenten werden voor één keer ingeruild voor vintage synths en elektrische bas. Een uur lang zwol en kromp de band als een zwellichaam, met veel delay en de sound van Stranger Things. Wolkenkrabbers werd spookachtig uitgekleed, de bekende speelsheid van de band maakte plaats voor raadselachtigheid. Slow Tarnish begon als een remake van de soundtrack van Bilitis - naakte zestienjarige meisjes in flou artistique -, maar sloeg om in de horror van The Hunger Games. De bandleden schoten soms zelf in de lach bij wat er uit Fulco's toetsen kwam. Hier en daar dansten vrouwen alsof ze een attaque kregen. Kan tellen als compliment.'Klonk het nog wel als De Beren?' vroeg Ottervanger ons achteraf. Meestal niet, moesten we toegeven, maar nadrukkelijk wél tijdens drie stukjes Broensgebuzze, de korte schetsen die op elk album terugkeren. Speels-plagerig-naïef, maar nooit vrijblijvend. Bombataz is een band die de ongrijpbaarheid tot levensmotto heeft verheven. De vier vrienden, die samenhokken in een huis in Schaarbeek, houden niet van pasteltinten en schilderen bij voorkeur met felle fluokleuren. Net als echte jazzcats volgen ze spontaan hun impulsen, al zijn hun nummers, afwisselend gezongen in het Engels, het Spaans en het Nederlands, net zo goed schatplichtig aan funk, prog, disco en synthpop-met-een-eightiesvibe. Was hun in februari verschenen debuut-ep ¡Kapao! al een schot in de roos, ook op het clubpodium van Jazz Middelheim wisten de heren van Bombataz (met twee leden van SCHNTZL in de rangen) moeiteloos te imponeren. Zanger-gitarist Vitja Pauwels bediende zich consequent van elektronische stemvervormers, terwijl bassist Ruben De Maesschalck en drummer Casper Van De Velde strakke grooves uitrolden en Henrik Lasure frivole motiefjes uit zijn klavieren toverde. Bombataz serveerde in wezen catchy popsongs, waarin soms een paar schroeven los zaten en speelse humor geen taboe was. De Brusselaars schrokken er overigens niet voor terug hun songs door een virtuele versnipperaar te jagen. Het gekke is: ze werden er alleen maar mooier van. Dat bleek bijvoorbeeld uit Frankenstein, een prijsbeest dat in een ideale wereld minstens viermaal daags uit uw radio zou ontsnappen. Het tweede concert van artist in residence Ambrose Akinmusire werd een integrale uitvoering van het project Mae/Mae. Alles begon met field recordings van Mattie Mae Thomas, een vrouwelijke gevangene op de beruchte Parchman Farm in Mississippi, uit 1939. De opnames van Alan Lomax kwamen pas in de jaren tachtig boven water, en zouden recent de basis vormen voor (ook hier) een document rond sociale kritiek en raciale spanningen. Akinmusire laat het verhaal van Thomas botsen met dat van zijn eigen moeder, die ook Mae heette en opgroeide in de buurt van Parchman Farm. Materiaal zat voor een beklijvende voorstelling, zeker met lui als pianist Gerald Clayton en gitarist Marvin Sewell in de band - u kon ze vrijdag nog horen bij Charles Lloyd. Maar 'voorstelling' is het juiste woord. Ondanks de intense vocals van Dean Bowman en de gelaagde constructie met samples sloeg de vonk met het publiek zelden over. Een waardevol project, maar niet gebaat bij een festivalsetting. De Londense scene is the new thing. En the new thing. Oh, en las u ergens al dat jazz uit Londen the new thing is? Zelfs Fulco Ottervanger moet even glimlachen bij de hype van de Britse jazz. Natuurlijk is het een uitstekende zaak dat jazz plots een jong publiek aantrekt. En ja, het is voor het genre heel gezond dat de nieuwe influx net vanuit het clubcircuit naar boven komt - om het even sociologisch te bekijken: changes from below zijn tijdens de regeneratie voedzamer dan changes from above. Andere beats, andere referenties, invloeden uit dub en dance: laat maar komen. De belofte lokte vroeg op de dag héél veel mensen naar Park Den Brandt. Alleen was daar tijdens het concert van de jonge saxofoniste Nubya Garcia betrekkelijk weinig van te merken. Haar band is uitstekend ingereden, en rijgde de lange composities aan elkaar. Fly Free uit Nubya's 5ive was opvallend klassiek van snit - het kon zo het eindexamen van een conservatoriumband zijn. Pas met Source en Hold kwamen de eigen accenten naar boven, met langere dubs. De formule van de Londense school is helder: de rekkelijkheid van timing die veel jazz spannend maakt, is uit den boze. De beat zal strak zijn, de accenten op de crashcymbaal genadeloos. Dat danst lekker weg - en dat is precies wat het publiek wilde. Een goed concert, maar niet uitzonderlijk. Wie niet van gisteren is, herinnert zich misschien nog Matt Bianco. De supermarktjazz en softfunk van dat gezelschap uit de eighties is vandaag ook het handelsmerk van de Nederlandse songschrijver en producer Tim van Berkestijn, die dezer dagen muziek maakt onder het pseudoniem Benny Sings. De 41-jarige artiest heeft tot dusver een zestal langspelers uit, toert regelmatig in Japan en wordt blijkbaar op handen gedragen door internationale sterren als Anderson .Paak, Frank Ocean en Kanye West. Waaróm precies is ons niet geheel duidelijk, want Benny Sings en zijn band maken zonnige, compacte maar doordeweekse loungepop, versierd met een vrouwenstem en een naar Burt Bacharach verwijzend trompet. Zelf omschrijft Van Berkestijn liedjes als Beach House, Straight Lines en Shoebox Money als 'lofi Disney hiphop'. Opmerkelijk was in ieder geval dat Benny, door een effectje op zijn microfoon, regelmatig als een smurf klonk. Oké, storen deed zijn repertoire niet: het publiek in de clubtent deinde enthousiast mee. Maar als u het ons vraagt waren zijn nummers net als zeepbellen die meedreven op een zomerbries. Charmant voor even, maar vijf minuten later al vergeten. Euh... over wie hadden we het hier ook alweer? Met zijn eerste twee platen, die al bewierookt werden in binnen- en buitenland, sloeg STUFF. een sierlijke brug tussen avant-jazz, spacefunk, mathrock en hiphop. Naar het concert in Park Den Brandt te oordelen, wordt het dra te verschijnen derde album zelfs nog een graadje spannender en grilliger. De groep bestaat uit veelzijdige en beslagen muzikanten, die samen over de dynamiek van een elektronische dance-act beschikken. Stilstaan was voor de toeschouwers dus geen optie. Drummer Lander Gyselinck en bassist Dries Laheye vormen met hun hyperkinetische grooves de motor van het gezelschap, terwijl toetsenman Joris Caluwaerts en saxofonist Andrew Claes (vaak ook actief op een EWI, een elektronisch blaasinstrument waarmee hij de vreemdste klanken voortbracht) bepalend zijn voor de instrumentale composities.Bij STUFF. was interactie het sleutelwoord. Soms had je het gevoel dat er gelijktijdig vijf verschillende verhalen werden verteld. Ritmes botsten of schoven over elkaar zoals schurende continenten. Bovendien sloegen de nummers om de haverklap onvermoede richtingen in: DJ-scratcher Mixmaster Menno smokkelde zelfs flarden rap het STUFF.-universum binnen. De kibbelpartijen tussen de bandleden ontaardden af en toe in ontregelende chaos, al hoorde je even later weer de meest sexy motiefjes opkringelen. De muzikanten bleven het publiek altijd een stapje voor, maar zaaiden tegelijk verwarring. Om kort te gaan: een zenuwslopende beproeving voor de een, een zinnenprikkelend feest voor de ander. Wij vonden STUFF. helemaal te gek: het was alsof de brave lieden van Jazz Middelheim op het festivalterrein een heuse roetsjbaan hadden geïnstalleerd. Enkele jaren geleden kreeg ze een welkom duwtje in de rug van de broers Dewaele, die haar vroegen voor de soundtrack van Belgica. Sindsdien ging het voor de Gents-Caribische Charlotte Adigéry behoorlijk hard. Op Jazz Middelheim was ze te gast met WWWater, haar luidste, rauwste en meest persoonlijke project, waarvoor ze samenwerkt met Steve Slingeneyer van Soulwax op drums en Boris Zeebroek van The Honk Kong Dong op synths.Adigéry, die al lovende kritieken oogstte aan de overkant van het kanaal, beschikt over een even krachtige als flexibele soulstem, waarmee ze zowel explosieve punknummers als ballads aankan. In Antwerpen putte ze uit haar ep La Falaise uit 2017, maar bracht ze ook enkele minimalistische songs uit haar binnenkort te verschijnen eerste volwaardige langspeler (zie Ik kan da wel, 3 Rooms en Fallo & Swallo). WWWater sloop als een uitgehongerde leeuwin over het podium, danste alsof er springveren onder haar voeten zaten en gaf met uitsmijter Screen aan dat het haar nog steeds niet aan passie en daadkracht ontbrak. Voor ze van het podium verdween, bedankte ze het publiek 'voor de energie'. Goed voor het klimaat. Niemand wist écht goed wat we van Louis Cole mochten verwachten - Ottervanger en Gyselinck hadden deze headliner níét gekozen - en dat maakte het best spannend. Argwaan was er genoeg: woog deze midi-muzikant zwaar genoeg om te headlinen? En wat te denken van zijn groep, die in de communicatie van Middelheim volstrekt onnozel 'een zot straffe bigband' werd genoemd? Pennenzakrock in Park Den Brandt? De critici kregen lik op stuk. Was dit gefundes Fressen voor millennials? Big time. In zijn gevildehuid-T-shirt en spuuglelijke Cheetosbroek barstte Cole van de zelfspot, en de ironische eightiesverwijzingen werden er dik opgelegd. Tegelijk kun je er niet omheen dat het muzikaal ontzettend aanstekelijk werkte. Razendsnel maakte Cole live zijn loops, waarna zijn bigband (in de praktijk maar zes blazers, maar we gaan niet vitten) er funky overheen ging. Op de koop toe blijkt de man uitstekend te kunnen drummen. Zijn YouTubehits F it Up en Bank Account trokken de hele tent mee. Zullen wij eens iets zot strafs zeggen? Bij vlagen herkenden wij in Cole de jonge Prince. Alleen kon die een zaal op sleeptouw nemen tot de laatste minuut. Coles trucje was halverwege uitgewerkt, en hij keek tegen een halflege tent aan. De spurt naar het slotconcert op de Club Stage was ingezet. Een festival cureren: het is corvee. Fulco Ottervanger had De Beren Gieren al hertekend, Lander Gyselinck dampte nog na van het concert met STUFF, en dan moest BeraadGeslagen nog komen: hun ongewone duo van drums en synths, waarmee ze de festivaldag glorieus zouden afsluiten.Naar goede gewoonte speelden de twee op een podium (of moeten we het een boksring noemen?) dat te midden van het publiek stond opgesteld. Dat kwam de zichtbaarheid niet ten goede, maar voor wie oren had viel er toch veel te genieten. Ottervanger en Gyselinck voelen elkaar feilloos aan - ze komen mentaal uit hetzelfde Duizeldorp - en koppelen virtuositeit aan een geinige experimenteerdrang. Zelf definiëren ze hun werk tongue-in-cheek als stoepdisco, verandajazz of rotonderumba, waarmee ze aangeven dat ze als muzikale avonturiers toch vooral willen entertainen. Dat deden ze voor de gelegenheid met enkele speciale gasten. We kregen dus een onuitgegeven versie van BeraadGeslagen voorgeschoteld. Het eerste halfuur mocht gitarist Mauro Pawlowski het duo versterken, en aangezien de man zich thuisvoelt in improkringen vond hij moeiteloos zijn plek in het geheel. Vervolgens werden de schijnwerpers gericht op Charlotte Adigéry, die eerder al als gastzangeres te horen was in Isabellade, uit de debuutplaat van BeraadGeslagen. Op verzoek van het publiek mocht ze ook haar eigen Paténipat opdelven. En ook toen Zwangere Guy zijn opwachting maakte, toonden Ottervanger en Gyselinck aan dat ze er zelfs in een begeleidende rol nog in slagen origineel uit de hoek te komen. Naar de geestdrift van de aanwezigen te oordelen, had de set van Beraadgeslagen best wat langer dan anderhalf uur mogen duren. De heren hadden hun punt gemaakt: dwarsliggen kan ook op een toegankelijke manier.