'Alright Belgium, who's with me?' schreeuwde Jack White, vier nummers ver in zijn show aan een Main Stage waar het voor valavond al over de koppen lopen was. White slaat naar verluidt graag spullen aan diggelen met een baseballknuppel vlak voor hij het podium op kruipt, en dat moet hij voorafgaand aan zijn Werchterconcert óók gedaan hebben. Ziedend was het, hoe hij zich door zijn uit de catalogi van The White Stripes, The Raconteurs, The Dead Weather en hemzelf samengestelde set wurmde. Niks pose, gewoon spélen.
...

'Alright Belgium, who's with me?' schreeuwde Jack White, vier nummers ver in zijn show aan een Main Stage waar het voor valavond al over de koppen lopen was. White slaat naar verluidt graag spullen aan diggelen met een baseballknuppel vlak voor hij het podium op kruipt, en dat moet hij voorafgaand aan zijn Werchterconcert óók gedaan hebben. Ziedend was het, hoe hij zich door zijn uit de catalogi van The White Stripes, The Raconteurs, The Dead Weather en hemzelf samengestelde set wurmde. Niks pose, gewoon spélen. Als uitbater van het imperium genaamd Third Man Records - een label én vinylperserij - zou hij zich dezer dagen uitsluitend in zijn HQ in Nashville kunnen ophouden, achteroverleunend, met de pijp in de mond. Maar White is een rasmuzikant, die het podium nodig heeft zoals een slak zijn huisje. Een aftelklok luidde de komst van White en het vierkoppig rockmonster (inclusief zwartharige drumster die van ver veel weg had van Meg White) in zijn rug in. Het recente Over and Over and Over mocht de spits afbijten. Of zijn nieuwe songs nu nog impact hebben of niet - jongste worp Boarding House Reach verdeelde begin dit jaar de meningen - zijn gitaargeluid, diep in de blues geworteld, herken je uit de triljoenen. In het refrein leek het bovendien of er een heel gospelkoor mee op podium stond. Knap.Van die blues en gospel ging het naar hiphop in Ice Station Zebra, en naar country in een flink vertimmerd Hotel Yorba van The White Stripes. Connected by Love was dan weer even veel buitenaards wezen als ballad. Het is de kritiek die Jack White weleens te verduren krijgt, dat hij te gulzig is, en door honderd en één genres samen te gooien binnen de grenzen van één nummer de rode draad soms durft kwijt te raken. Ironisch, voor een artiest die jarenlang heeft moeten slikken dat The White Stripes te veel eenheidsworst was.Het waren overigens Stripes-songs die het hart van de set vormden. Dead Leaves and the Dirty Ground, Fell in Love with a Girl, Ball and Biscuit: ze hadden na al die jaren nog niks aan kracht verloren, omdat White ze nog met even veel drive speelde als tijdens zijn rood-witte periode. Voor My Doorbell nestelde hij zich op de drumkruk, en The Same Boy You've Always Known speelde hij helemaal alleen, eerst op akoestische en dan op elektrische gitaar. Het slotoffensief was er één met fun en hits (Steady, as she Goes, Sixteen Saltines) en met een opgestoken middelvinger richting Trump (Icky Thump, aan merch-standen allerhande herdoopt tot Icky Trump). 'White Americans, what? Nothing better to do? Why don't you kick yourself out? You're an immigrant too!' brieste nonkel Jack, terwijl drumster Carla Azar op het scherm achter hem dartspijltjes naar Trumps kop gooide. Met Seven Nation Army kreeg u, weliswaar met één dag vertraging, alsnog de ultieme soundtrack bij de Duivelse overwinning tegen Brazilië. Het anthem werd tot lang na het uitsterven van de laatste noot door de hele wei gescandeerd. 'You've been incredible and I've been Jack White', besloot hij. Maar hell, wat was hij toch weer góéd in Jack White zijn.