DA GIG: Isbells en Catbug in Het Depot, Leuven op 26/3.
...

Het voorprogramma werd voortreffelijk verzorgd door Catbug, een meisje-met-gitaar dat bij de bevolkingsdienst van Westmalle ingeschreven staat als Paulien Rondou. Ze maakt intimistische folk die aansluit bij die van de jonge Joni Mitchell, Judee Sill of, iets dichter bij deze tijd, Jessica Pratt, en doet dat met een mooie, wendbare stem die er niet voor terugschrikt regionen op te zoeken waar anderen steevast hoogtevrees zouden krijgen. Op het labeltje van Kevin Imbrechts van Illuminine verscheen eind november haar fraaie langspeeldebuut Universe, vol broze liedjes zoals How Then of Cat Prince over rare dromen, vluchtige momenten, dieren en de natuur als spiegel van haar gemoed. Catbug woont op een boerderij en presenteerde zich in Leuven als farmer-songwriter: tussen de nummers door vertelde ze trots dat ze die ochtend nog venkel en sla had geplant. 'Jullie mogen nu wegdromen over een onderwerp naar keuze. Zelf mijmer ik even over mijn poes Lateesha', vertelde ze, vóór ze I Like Cats inzette. Burrow handelde dan weer over een dassenfamilie 'die het zeer naar haar zin heeft in haar dassenburcht, waar ze naar hartenlust mag knorren en graven', legde Rondou uit. 'Bovendien heeft een das het voordeel dat hij zich geen zorgen hoeft te maken over mensenrechten'. Met Remslaap bewees de chanteuse overigens dat ze ook in het Nederlands originele dingen in petto heeft. Mocht Duyster nog hebben bestaan, dan was Catbug gewis tot één van de favorieten van dat radioprogramma uitgegroeid.Ook Isbells speelde in Leuven een overtuigende set. Een aangename verrassing, want even hing het voortbestaan van de groep aan een zijden draadje. Ongemak, frustratie, twijfels en wegebbende speelvreugde noopten spilfiguur Gaëtan Vandewoude ertoe het gezelschap enkele jaren op een waakvlam te zetten. Na het persoonlijke, maar ook ietwat donkere Billy uit 2015 overleefde hij ternauwernood een brand in zijn studio en moest hij noodgedwongen afscheid te nemen van zijn vader. De zanger raakte emotioneel geblokkeerd, werd geplaagd door prangende levensvragen en liet in recente interviews weten dat hij zijn mentale evenwicht pas terugvond na 'een lange tocht door de woestijn'.Vandaag zijn Isbells echter helemaal terug met Sosei, een plaat genoemd naar een Japanse boeddhistische priester uit de negende eeuw. De nummers zijn gevarieerd en veelkleurig, de instrumentatie klinkt rijk en verfijnd en intussen is ook het aandeel van elektronica aanzienlijk toegenomen. Maar behalve duisternis en verdriet, schuilt er in Vandewoudes nieuwe songs ook hoop en optimisme. Het resultaat is, zoals in Het Depot al meteen duidelijk werd vanaf de uitgesponnen, vaag aan The War on Drugs refererende opener Means to an End, dat de groep vandaag dynamischer dan ooit klinkt. De frontman hanteerde dit keer regelmatig een elektrische gitaar, drummer Christophe Vandewoude mepte er bij momenten flink op los, bassist Gerd Van Mulder zette de hakken stevig in het zand en ook barokke synths werden niet geschuwd.Het nieuwe materiaal stond in de set centraal. Father klonk opvallend gespierd: Gianni Marzo, die alles wat hij met zijn gitaar aanraakt in goud verandert, ging wild maar expressief te keer op een lapsteel en bracht laagjes aan die aan het klankenpalet van Daniel Lanois deden denken. De melodieuze folkrock van Pass It On en het op een walsritme geplante, semi-akoestische Tired waren echter vintage Isbells en ook de uitgekiende meerstemmige samenzang, kenmerkend voor de vroegste platen van het gezelschap, was intact gebleven. Gaëtan Vandewoude zong over de kleine en grote tragedies van het leven. Jules handelde bijvoorbeeld over de kat van het gezin die onder de wielen van een auto eindigde en het behoorlijk noisy 2 Words over het moment waarop iemand in één klap alles dreigt te verliezen. The Utmost Way, waarin toetsenspeelster en percussioniste Chantal Acda een bezwerende zangpartij aanleverde die herinneringen opriep aan Ofra Haza, was voor de gelegenheid van een dubby groove voorzien en klonk veel overtuigender dan de (iets te) lichtvoetige plaatversie.Heel af en toe trad de zanger solo voor het voetlicht, zoals tijdens het ingetogen en bespiegelende Looking for the Beauty in the World uit ep die vorig jaar verscheen. Die sobere momenten zorgden, door de contrastwerking, voor extra reliëf in de set. Een drietal keer greep Isbells ook terug op Billy, wat onder meer resulteerde in een knap opgebouwd Nothing Goes Away. Hand on the Chest begon als een stapvoets countrynummer, maar zwol qua tempo en volume geleidelijk aan, tot de regels 'Put your head up / And your hand on your chest / So in the end you wil have no regrets' een mantra werden.De bissen waren voorbehouden aan songs uit het debuut van Isbells, dat inmiddels, jawel, al een decennium oud is. B.B. Chevelle klonk ons iets te zoetsappig in de oren; het bucolische Reunite daarentegen hoefde in harmonisch opzicht niet voor Crosby, Stills & Nash onder te doen en was, ook dank zij de catchy snaarmotiefjes van Gianni Marzo, een memorabele afsluiter. Voor wie een conclusie nodig heeft: Isbells ligt niet langer aan het infuus en is aan een spannend nieuw leven begonnen. Enige hoera-kreten zijn daarbij zeker niet misplaatst.