Een festival openen is nog maar zelden een cadeau gebleken. Dat mocht ook Londenaar Obaro Ejimiwe, aka Ghostpoet, ervaren op deze eerste dag van Gent Jazz. Slechts een handvol mensen daagde op toen hij aan zijn set begon en Ejimiwe kreeg nooit meer dan tweehonderd man overtuigd, maar die deden er wel hun voordeel mee.
...

Een festival openen is nog maar zelden een cadeau gebleken. Dat mocht ook Londenaar Obaro Ejimiwe, aka Ghostpoet, ervaren op deze eerste dag van Gent Jazz. Slechts een handvol mensen daagde op toen hij aan zijn set begon en Ejimiwe kreeg nooit meer dan tweehonderd man overtuigd, maar die deden er wel hun voordeel mee. Ghostpoet, dat zich op de Gentse Bijloke aandiende als een vijftal in klassieke bezetting (zang, drums, synths, bass en gitaar) zette meteen sterk in met twee pareltjes: Many moods at midnight en X marks the spot, die laatste drijvend op een riff en baslijn verwant aan Interpol. Tussen de nummers door was Ghostpoet (gekleed in zwart maatpak, gouden paternoster rond de nek) weinig spraakzaam, enkel na het derde nummer richtte hij zich even tot de schaars opgekomen fanbase: 'I'm Ghostpoet and I'm going to play music for a while.' Korte pauze. 'That's it actually.' Verder liet hij de muziek spreken. Aanstekelijke gitaarrock, afgewisseld met een flard live drum'n bass (Meltdown), of ingetogen triphop (Trouble and Me). Obaro voerde zijn band aan als een boze priester voor het altaar van verdoemenis. Vrolijk word je niet van zijn teksten, maar je aandacht grijpt hij wel. Naar het einde toe wisselde toetseniste en backing vocaliste Clare Maguire haar keyboard in voor een viool, wat de aanzet bleek tot een bloedmooi en melancholisch Palm Trees. Wat ons betreft het hoogtepunt van een gebalde set waarin liefst zestien nummers passeerden in iets meer dan een uurtje. Neen, we hebben ons niet verveeld. Deze man verdient een hogere plek op de affiche, al was het maar omdat zijn muziek glorieert bij het vallen van de duisternis.The Sausage man, the Salamander, Mister Maserati, Morgan 'fuckin' Freeman. Baxter Dury is het allemaal. Het duurde tot de hitsingle Miami eer Dury aan zijn lijstje eretitels begon, afgetrapt met de zinsnede 'I don't think you realise how succesful I am', vooraleer het publiek helemaal mee was en het wellicht door had dat je de teksten en performance van de Brit niet te serieus moet nemen. De eerste helft van zijn show -de zaal was ondertussen aardig volgelopen- wisten de toeschouwers zich niet meteen een houding te geven, zo leek het. De in ironie gedrenkte en groteske teksten werden vertolkt met een vuistdik accent, alsof je live zit te luisteren naar een aflevering van Monty Python. Baxter Dury heeft al een prima oeuvre bijeen gepend sinds zijn debuut Oscar Brown (ook al een prima plaatje) in 2001, alleen blijft dat wat onderbelicht omdat hij zich zo over the top presenteert. Nochtans: dikke fun gegarandeerd met the Sausage Man. Tussen de nummers in als een volleerde Tom Cruise jonglerend met een wijnglas. Lekker keuvelend met zijn gitarist tíjdens een nummer. Dad dancing à volonté -het leek wel een ode aan hoofdact David Byrne later op de avond. Naarmate de set vorderde zagen ook de toehoorders er steeds meer de gein van in. Het gamma aan vreemde danspasjes van jong en oud - maar vooral oud - groeide exponentieel mee met de tirades en scheldwoorden die Baxter Dury er tegenaan gooide. Hilarisch ook hoe zijn twee zangeressen Madelaine en Lesley de in vitriool gedrenkte refreintjes met uitgestreken gezicht vertolkten. Punk, but not as you know it. Innovatief is zijn muziek niet. Puur muzikaal zou je het zelfs brave, sensuele synthpop kunnen noemen, maar met zijn scherpe pen en dito tong weet de zoon van wijlen punkboegbeeld Ian Dury zich te onderscheiden van de doorsnee popartiest. Een filosoof in het diepst van zijn gedachten, want, zo gaf hij ons nog mee: 'If you treat a dog like a human, what will happen? It will treat you as a dog.' Denk daar maar eens over na! Fascinerende kerel. Of hadden we dat al gezegd?Nneka begon het concert al neuriënd in de coulissen, terwijl haar muzikanten al op het podium stonden. Bijna hadden we 'mystieke sfeer' genoteerd, maar nauwelijks een minuut later ontvlamde de Duits- Nigeriaanse zangeres in een reggaevibe. Afwisselen tussen religieus en feestelijk is een van de handelsmerken van Nneka, van wie het op een groot podium pas echt opvalt hoe klein en frêle ze oogt. Maar wat een présence en wat een stem! In het begin van de set nog iets te schel en luid afgesteld in de mix, vanaf het derde nummer al makkelijker behapbaar. Er echt inkomen deden we pas vanaf het vierde nummer, de hitsingle My Shining Star: sommigen misschien meer bekend in de uptempoversie van Joe Goddard, maar in Gent solo op gitaar gebracht. Enig mooi. Maar Nneka Lucia Egbuna is meer dan dat. Geëngageerd en maatschappijkritisch, om maar iets te noemen. Door haar achtergrond in Nigeria -mishandeling door haar stiefmoeder- vluchtte ze naar Duitsland, het land van haar biologische moeder. Daar belandde ze als negentienjarige eerst in een vluchtelingencentrum. Stap per stap werkte ze zich op tot de grande dame van de afropop die ze nu is. Dat ze die status waard is, bewees ze vooral met de krachtige manier waarop ze haar set afsloot. Een emotionele monoloog waarin ze pleitte voor meer verdraagzaamheid, het aanvaarden van imperfectie ('That imperfection made me perform.') en empathie voor de minder gegoeden onder ons ('I don't believe we need to suffer first before we get enlightenment.'). Dat intermezzo, waarin ze tot tranen toe opriep tot eendracht -'I am, we are', herhaalde ze als een mantra-, mondde uit in een sprankelende en energieke versie van Heartbeat, die andere hit van haar. Een topnummer, dat live nog meer impact had, het hoogtepunt van de anderhalf uur durende set op Gent Jazz. Going out with a bang, heet zoiets. Alleen jammer van die paar iets te lang uitgesponnen jams aan het begin van de set en de nogal lullige ska-versie van White Stripes' Seven Nations Army. Niet doen, Nneka, je kunt zonder. David Byrne was de hoofdschotel van de avond, zoveel was duidelijk aan het talrijk opgekomen en hongerige publiek. Daaronder heel wat mensen uit de Talking Heads-generatie, met kruinen even grijs als het maatpak waarin David Byrne op de bühne verscheen, eenzaam op een stoel, met in zijn linkerhand een replica -zo hopen we toch- van een menselijk brein. David Byrne maakt er op deze American Utopia-tour een totaalspektakel van. Het meest intensieve en conceptuele muzikale project sinds de legendarische concertfilm Stop Making Sense, aldus de New Yorkse artistieke duizendpoot himself. Bij momenten had je dan ook de indruk naar een theaterstuk te kijken, of een muziekvideo. Voor Byrne, overduidelijk een product van de clipcultuur, is het visuele aspect haast even belangrijk als het muzikale in zijn performance. Choreografieën, lichtgebruik, timing van bewegingen of breaks: pure perfectie op elk vlak. Na zijn theatrale opener Here zette Byrne de tent meteen in vuur en vlam met de commerciële topper Lazy, vergezeld van een ingestudeerd dansje. Noblesse oblige voor de koning van de dad dance. Intussen kropen mensen rondom ons op stoelen. De remmen mochten en gingen los. Op dat moment zaten we aan song nummer twee. Als een stoomtrein denderde Byrne en zijn elfkoppige marching band (netjes gediversifieerd in blank, zwart, oud en jong) over het Gentse publiek heen. Slippery People, een klassieker uit het Talking Heads-repertoire, passeerde de revue. Gevolgd door I Should Watch TV, een nummer dat hij samen schreef met St Vincent. Het zijn die momenten dat je plots weer beseft hoe rijk geschakeerd dat oeuvre van Byrne is. Los dan nog van zijn bezigheden als auteur en beeldend kunstenaar. Zijn stembereik zal hem altijd wel beperken als zanger, maar niemand klinkt als Byrne en hij countert dat beperkte bereik bovendien met oog voor detail, visuele spielerei en spitsvondige teksten doorspekt met ironie en sarcasme. Zoals in Dog's Mind en Everybody Comes To My House, twee nummers uit zijn recentste plaats American Utopia, met als hoofdthema de politieke neergang van zijn thuisland. 'If you get the chance to vote, go and vote, it matters', smeekte de witharige, blootvoetse muziekprofessor ons in een van zijn bindteksten. Waarop Once in a lifetime ingezet werd en het dak er weer afging. Halverwege beleefde de set een dipje, met wat ons betreft een minder geïnspireerde versie van Talking Heads' Born under punches, waarop Byrne zich herpakte voor de laatste rechtlijn met het disruptief en grappig gebrachte I Dance Like This. Het moment waarop Byrne en zijn band enthousiast bleven dansen terwijl de muziek bewust wegvalt, toverde op menig smoeltje rond ons een brede glimlach. Met het positieve, funky trio Every Day Is a Miracle, Like Humans Do en Burning Down The House zette de 65-jarige Byrne de kroon op het werk. Dat heet dan oud worden in stijl, bedachten we ons. Aan optimisme, scherpte en energie amper ingeboet. Integendeel. De eerste dag van Gent Jazz heeft de lat meteen zéér hoog gelegd voor de rest van het festival. Een opening met bravoure door vijf persoonlijkheden die elk op hun manier begeesterden. Van de bezwerende, haast sjamanistische Ghostpoet, over de gespeelde arrogantie van Baxter Dury, het sociale engagement van Nneka en de creatieve alleskunner Byrne tot afsluiter Charlotte Adigéry, WWWater voor de vrienden. Want wie nog geen heup uit de kom had gedanst bij Byrne kon vanaf middernacht nog een klein uurtje terecht in de tent aan de Garden Stage, waar de Gentse Adigéry een 'thuismatch' speelde, zoals ze het zelf aankondigde. Geassisteerd door Steve Slingeneyer (Soulwax) achter de drums en Boris Zeebroek (Hong Kong Dong) aan de knoppen bracht WWWater een stomende set vol house, elektrosoul en verleidende beats. Met haar veelzijdige stem als sprankelende fontein waaruit de feestgrage festivalganger nog een muzikaal slaapmutsje kon tappen, dansend de nacht in.