Ode to Joy heeft zijn titel gemeen met een symfonische compositie die Beethoven zo'n twee eeuwen geleden op de mensheid losliet, maar verder hoeft u zeker niet naar een verband te zoeken. Wilco kiest op zijn nieuwste werkstuk vooral voor eenvoud en een subtiele, vrij relaxte aanpak. Het is een gedempte protestplaat, ingegeven door de vele politieke conflicten die dit tijdsgewricht kenmerken en, vooral, de autocratische en leugenachtige gezagsdragers die liever een haatcultuur propageren dan oppervlakkige verschillen te overstijgen. 'Ondanks het leed in de samenleving, heeft het geen zin onszelf het recht op plezier en frivoliteit te ontzeggen', zegt Jeff Tweedy. 'Want een positieve ingesteldheid is de motor van maatschappelijke verandering'.
...

Ode to Joy heeft zijn titel gemeen met een symfonische compositie die Beethoven zo'n twee eeuwen geleden op de mensheid losliet, maar verder hoeft u zeker niet naar een verband te zoeken. Wilco kiest op zijn nieuwste werkstuk vooral voor eenvoud en een subtiele, vrij relaxte aanpak. Het is een gedempte protestplaat, ingegeven door de vele politieke conflicten die dit tijdsgewricht kenmerken en, vooral, de autocratische en leugenachtige gezagsdragers die liever een haatcultuur propageren dan oppervlakkige verschillen te overstijgen. 'Ondanks het leed in de samenleving, heeft het geen zin onszelf het recht op plezier en frivoliteit te ontzeggen', zegt Jeff Tweedy. 'Want een positieve ingesteldheid is de motor van maatschappelijke verandering'.Tweedy is er de man niet naar om u met simplistische slogans om de oren te slaan. 's Mans observaties zijn altijd genuanceerd, hebben een poëtisch karakter en steunen steevast op een diepgeworteld humanisme. Zoals een recensent van Uncut al opmerkte: Ode to Joy is in zekere zin een folkplaat, zoals ook Bruce Springsteens Nebraska er één was. De elf songs steunen doorgaans op een akoestische gitaar, maar Wilco zou Wilco niet zijn mochten de overige groepsleden aan de minimalistisch gestructureerde liedjes geen eigen draai geven. Het sextet uit Chicago maakt nooit twee keer dezelfde plaat, laat zijn verbeelding de vrije loop en weet zichzelf én de luisteraar steeds weer te verrassen door van de geijkte paden af te wijken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verbluffende drum- en percussiewerk van Glenn Kotche en uit de verbeeldingsrijke gitaarsolo's van Nels Cline. Maar zoals in Antwerpen nog eens ten overvloede bleek: ieder bandlid draagt bij tot de unieke Wilco-sound en verstaat de kunst nooit een noot te veel te spelen.Hoewel Wilco in haar vijfentwintigjarig bestaan nog nooit een mainstreamhit heeft gehad, puilt haar discografie uit met wat volleerde gastronomen als delicatessen zouden omschrijven. Net zoals haar twee uitverkochte AB-concerten in juni kende ook de twee uur en een kwartier durende passage van Wilco in De Roma geen enkel zwak moment. Het gezelschap putte uit al zijn platen, maar dit keer werden de publieksfavorieten dus afgewisseld met een gulle portie vers materiaal dat op veel gespitste oren kon rekenen.De avond begon met ingehouden, afgekloven nummers als Bright Leaves en Before Us (opvallend citaat: 'When something's dead / We try to kill it again') en had nog een handvol extra verrassingen in petto. One and a Half Stars en het al eerder vrijgegeven Love Is Everywhere (Beware), door Nels Cline van een prachtig uitwaaierende intro voorzien, waren bevrucht door de geest van Elliott Smith. White Wooden Cross, met een slide-gitaar uit het arsenaal van George Harrison, spiegelde zich nadrukkelijk aan de Fab Four en verwees naar de kruisen die langs Amerikaanse snelwegen de plekken markeren waar onfortuinlijke automobilisten het leven hebben gelaten. Met de nieuwe, meezingbare single Everyone Hides, over de complexiteiten van de menselijke conditie, werd een versnelling hoger geschakeld en ook Hold Me Anyway hulde zich in het soort luchtigheid dat je nu eenmaal verwacht van een langspeler die de titel Ode to Joy opgeplakt heeft gekregen.Uiteraard plukte Wilco ook nu weer een handvol songs uit Yankee Hotel Foxtrot, de plaat waarmee de groep zich, kort na de eeuwwisseling, los rukte uit het alt.country-milieu en volop ging experimenteren met dwarse elektronische klanken. Het massaal meegezongen I am trying to break your hearten de bruisende pop van War on War, waarin The Beatles en Big Star onder één hoedje speelden, werden al vroeg prijs gegeven, en later volgden nog het bloedmooie maar kwetsbare Reservations ('I've got reservations / About so many things / But not about you') en de met een zacht spinnend orgeltje versierde klassieker Jesus, etc. Bassist John Stirratt zorgde daarbij consequent voor fijne vocale harmonieën.Eigenlijk kende de set meer hoogtepunten dan het Himalayagebergte, maar als we er dan toch enkele moeten uitpikken, planten we ons houweel graag in Via Chicago, het nummer waar iedere fan op zat te wachten en waarin tot drie keer toe een storm opstak die alle deuren uit hun hengsels lichtte. Zelden een stoorzender gehoord die zoveel moois toevoegde. Kregen ook een tien van de jury: het door krautrock geïnspireerde Bull Black Nova, waarin repetitieve toetsenmotiefjes in de clinch gingen met verzengende gitaarnoiseuitbarstingen, Handshake Drugs en zeker ook Impossible Germany, waarin Cline met zijn instrument - voor bijna iedere song diepte hij een andere gitaar op - een strijd op leven en dood leek aan te gaan. Dolletjes!Het pakkende How to Fight Loneliness lag qua sfeer een beetje in het verlengde van Springsteens Point Blank, en werd door Jeff Tweedy van een knappe Spaanse gitaarsolo voorzien. Voorts kwam Wilco op de proppen met veerkrachtige popnummers als Whole Love, Red-Eyed and Blue (waarin de zanger het op een fluiten zette) en het onbezorgd voorbij fladderende Mockingbird. I Got You (At the End of the Century) was dan weer en rechtlijnige funrocker, terwijl Misunderstood in een waas van psychedelica leek ondergedompeld.Aan het begin van de bisronde kondigde Tweedy nog enkele 'old timers' aan, en inderdaad: het bruisende Box Full of Letters kwam uit A.M., het debuut van Wilco uit 1995, California Stars was een overblijfsel uit een project rond de teksten van Woody Guthrie en kreeg door toetsenman (en occasioneel gitarist) Pat Sansone een pittige banjo-injectie toegediend. The Late Greats tenslotte, was een ode aan de geweldige undergroundbands die je nooit op de radio hoort. Wilco dong nooit bewust naar de gunsten van het publiek, maar wist juist daardoor enorm te imponeren. Wie erbij was had dus beslist geen telescoop nodig om te achterhalen waar die vijf sterren boven dit stuk vandaan komen. Dit was andermaal een concert met de b van briljant.