Een groep met drie gitaristen, in het ongezegende jaar 2018: hoe cool is dat? Mooneye had met opener This Thing een song in huis die hen moeiteloos naar de eindstrijd van De Nieuwe Lichting zou loodsen, wat naar het schijnt ook hun goede voornemen voor 2019 is.
...

Een groep met drie gitaristen, in het ongezegende jaar 2018: hoe cool is dat? Mooneye had met opener This Thing een song in huis die hen moeiteloos naar de eindstrijd van De Nieuwe Lichting zou loodsen, wat naar het schijnt ook hun goede voornemen voor 2019 is. De groep rond songschrijver/frontman Michiel Libberecht heeft daarnaast nóg een belangrijke troef: Michiel Libberecht. De jonge West-Vlaming heeft, behalve de slungelige charme die alleen een 24-jarige vlaskop kan hebben, namelijk een Stem, en die durft hij ook te gebruiken. Tegen het einde van de korte Mooneye-set, toen het laatste restje gêne uit z'n lijf was, zong hij ei zo na een gat in het dak. Hij was er zelf een beetje van geschrokken. Er rest Libberecht nog één ding, en dat is songs schrijven. Véél songs, om te oefenen en volgend jaar - of in 2020, er is tijd zat - nog beter te doen dan op de niet aldoor wereldschokkende Mooneye EP. Tikje minder braaf, stukje vaster op eigen benen, en dan heeft Mooneye geen muziekconcours meer nodig om het land in te nemen. Komt goed.Niks dan lof ook voor Mooneye uit de mond van Tony Dekker. De frontman van Great Lake Swimmers, die zelf ook een aardig mondje zingt, kwam elf jaar na doorbraakplaat Ongiara de fraaie zevende langspeler van z'n Canadese folkgroepje voorstellen. Dat The Waves, the Wake van eerder dit jaar een nieuwe sound had ingeluid, viel op het podium van De Zwerver niet echt op: bij gebrek aan een grote tourbus waren de houtblazers, harpisten en vibrafonisten in Ontario achtergebleven. Er was weliswaar een toetseniste met een toverdoosje, maar het gezelschap bediende zich vooral van de akoestische en elektrische gitaar, banjo, reguliere en opstaande bas, accordeon en drums. Toch is Great Lake Swimmers allang niet meer de groep van toen. De banjo wordt spaarzaam - en daardoor des te efficiënter - beroerd, folk deelt de bühne met een gedragen, rijk popgeluid dat, ook al omdat Dekker z'n innerlijke Michael Stipe de vrije loop liet, af en toe aan de ingetogen R.E.M. van Out of Time en Automatic for the People deed denken. Nieuwe nummers als In a Certain Light en Alone but Not Alone klinken niet langer alsof ze uit de Canadese vrieslucht geplukt zijn, er knerpen geen dennennaalden meer onder je voeten als je een dansje waagt. Maar de ruimte en de melancholie zijn intact gebleven. The Talking Wind, openingstrack van The Waves, The Wake, werd in Leffinge een experiment met stem en toverdoosje. Had niet gehoeven, Tony. Your Rocky Spine, dat in 2007 beleefd de poort naar de wereld openduwde, kreeg dan weer een heel mooie uitvoering. De banjo pikte tijdens de lang uitgesponnen intro een accordeon op, er werd in de handen geklapt en in het onverwoestbare refrein baarden de gletsjers andermaal een lief voor de zanger. Na honderdduizend uitvoeringen nog niet beu gespeeld of gehoord. Er was op dit optreden slechts één hogere piek te bespeuren, en dat was die van Moving Pictures Silent Films, het allereerste nummer op de allereerste plaat van Great Lake Swimmers. Dekker bracht het moederziel alleen op zijn akoestische gitaar, en gaf onbedoeld mee dat de cirkel voor zijn groepje rond is. De hipperds die hem tien jaar geleden omarmden, zijn allang weer weg, op zoek naar spanning, avontuur en een barbier die een goeie latte serveert. De zalen waren toen dubbel zo groot, maar De Zwerver in Leffinge had alles wat een mens echt nodig heeft: mooie muziek, koude pils en het gevoel onder gelijkgestemden te zijn.