What's the fuss?

Professioneel aankondiger, en ook een beetje programmator in de Ancienne Belgique, Kurt Overbergh, zette GGP op één lijn met Kamasi Washington, BadBadNotGood, Stuff., Thundercat, en De Beren Gieren; allen op hun eigen manier voortrekkers van de hedendaagse jazz. Hij citeerde in één adem speedfreak, nachtburgemeester van Rotterdam, dichter en jazzjunk Jules Deelder: "Jazz is. Jazz leeft. Gebeurt. Beweegt. Jazz neemt. Jazz geeft. Jazz spreekt. Jazz doet."

En jawel, de jazz van GGP beweegt, leeft en doet. De heren Chris Illingworth (piano), Nick Blacka (contrabas) en Rob Turner (drums) beschikken met z'n drieën tezamen dan wel over minder charisma dan het pinkje van Alex Turner, maar bij deze jongens komt de muziek wél op de eerste plaats, zónder kapsones! En daar blijkt warempel een publiek voor te zijn ook.

Toch niet beter de toog opgezocht?

Nope! Want GGP wervelt, verrast, en imponeert. Anders dan bij hun geestesgenoten BadBadNotGood overheerst veel minder een hiphopinvloed en wriemelen de addertjes onder hun jazzgras zich op het ritme van klassiek. Vooral Illingworth roept aan z'n piano echo's van Debussy, Shostakovich en Ravel op; filter de funky breaks van drummer Rob Turner weg en je wordt meegezogen in wat begin jaren '60 doorging voor 'third stream', de symbiose van jazz en klassiek waar destijds onder meer Miles Davis, het Modern Jazz Quartet en Charles Mingus zich in onderdompelden. Overduidelijke knikjes naar hedendaagse electronica (denk aan drum'n'bass en het Ninja Tune-label), rock en r&b zorgden ervoor dat de oren gingen tintelen van plezier.

Maar virtuositeit heeft op een festival zo z'n nadelen. Vanaf een meter of zes, zeven bij het podium vandaan viel meteen het onophoudelijke geroezemoes op. Zo overstemde het getater tijdens Branches Break, de meest recente single uit hun meest recente album Man Made Project (2016), nét niet de fluwelen piano-intro, alsof de helft van de tent had besloten om niet buiten maar binnen de schutskring van het Clubpodium hun koffieklets te houden. Nu zijn we maar wat blij dat jazz niet langer gedoemd is tot rokerige kelders, maar een klein beetje festivaletiquette moet er bij optredens als deze - de dynamiek van contrabas, drums en een vleugelpiano is niet dezelfde als die van een rockconcert of een dj-set - duidelijk nog ingepeperd worden.

Het drietal liet het niet aan hun hart komen, tenzij het pissige, aan Duke Ellington refererende Protest een subtiele hint aan hun toehoorders was. Deze drie pinguïns zorgden in elk geval voor happy ears bij deze luisteraar.

Materiaal voor uw Snapchatverhaal?

GGP schoot uit de startblokken als Usain Bolt die de laatste nachtbus moet halen. Wie toen op de eerste rijen stond kon het trio - met contrabassist Nick Blacka die de strijkstok hanteerde zoals Jimmy Page in z'n oude dagen - vastleggen zoals Jules Deelder z'n meest koortsige jazzvisioenen beleeft (zie boven).

Professioneel aankondiger, en ook een beetje programmator in de Ancienne Belgique, Kurt Overbergh, zette GGP op één lijn met Kamasi Washington, BadBadNotGood, Stuff., Thundercat, en De Beren Gieren; allen op hun eigen manier voortrekkers van de hedendaagse jazz. Hij citeerde in één adem speedfreak, nachtburgemeester van Rotterdam, dichter en jazzjunk Jules Deelder: "Jazz is. Jazz leeft. Gebeurt. Beweegt. Jazz neemt. Jazz geeft. Jazz spreekt. Jazz doet."En jawel, de jazz van GGP beweegt, leeft en doet. De heren Chris Illingworth (piano), Nick Blacka (contrabas) en Rob Turner (drums) beschikken met z'n drieën tezamen dan wel over minder charisma dan het pinkje van Alex Turner, maar bij deze jongens komt de muziek wél op de eerste plaats, zónder kapsones! En daar blijkt warempel een publiek voor te zijn ook.Nope! Want GGP wervelt, verrast, en imponeert. Anders dan bij hun geestesgenoten BadBadNotGood overheerst veel minder een hiphopinvloed en wriemelen de addertjes onder hun jazzgras zich op het ritme van klassiek. Vooral Illingworth roept aan z'n piano echo's van Debussy, Shostakovich en Ravel op; filter de funky breaks van drummer Rob Turner weg en je wordt meegezogen in wat begin jaren '60 doorging voor 'third stream', de symbiose van jazz en klassiek waar destijds onder meer Miles Davis, het Modern Jazz Quartet en Charles Mingus zich in onderdompelden. Overduidelijke knikjes naar hedendaagse electronica (denk aan drum'n'bass en het Ninja Tune-label), rock en r&b zorgden ervoor dat de oren gingen tintelen van plezier. Maar virtuositeit heeft op een festival zo z'n nadelen. Vanaf een meter of zes, zeven bij het podium vandaan viel meteen het onophoudelijke geroezemoes op. Zo overstemde het getater tijdens Branches Break, de meest recente single uit hun meest recente album Man Made Project (2016), nét niet de fluwelen piano-intro, alsof de helft van de tent had besloten om niet buiten maar binnen de schutskring van het Clubpodium hun koffieklets te houden. Nu zijn we maar wat blij dat jazz niet langer gedoemd is tot rokerige kelders, maar een klein beetje festivaletiquette moet er bij optredens als deze - de dynamiek van contrabas, drums en een vleugelpiano is niet dezelfde als die van een rockconcert of een dj-set - duidelijk nog ingepeperd worden.Het drietal liet het niet aan hun hart komen, tenzij het pissige, aan Duke Ellington refererende Protest een subtiele hint aan hun toehoorders was. Deze drie pinguïns zorgden in elk geval voor happy ears bij deze luisteraar.GGP schoot uit de startblokken als Usain Bolt die de laatste nachtbus moet halen. Wie toen op de eerste rijen stond kon het trio - met contrabassist Nick Blacka die de strijkstok hanteerde zoals Jimmy Page in z'n oude dagen - vastleggen zoals Jules Deelder z'n meest koortsige jazzvisioenen beleeft (zie boven).