Cowboy Junkies: vakmanschap zonder ziel

Cowboy Junkies leidde de avond in voor een op dat moment nog halfvolle tent. De Canadese countryfolkers braken in 1988 door met The Trinity Sessions, ondertussen ruim 30 jaar oud dus. Al die tijd bleef de bezetting van de groep ongewijzigd: Margo Timmins op zang, haar broers Michael en Peter op gitaar en drums, Alan Anton op de bass. Op zich al een waar huzarenstukje. Ze maken ook nog steeds nieuw songmateriaal, vorig jaar nog kwam All That Reckoning uit, in 2016 Notes Falling Down.

Openen deden ze evenwel met Cause Cheap Is How I Feel, een nummer uit 1990. Vervolgens trok Cowboy Junkies het blikje nieuwkomers open. 'Nadien zullen we weer een paar ouderen spelen', beloofde Margo dan al, alsof ze zich bewust was van de mindere kwaliteit. Want eerlijk: het duurde tot het bluesy, met harmonica benevelde Working On A Building, vijf nummers ver in de set, dat het Canadese viertal onze volle aandacht kon trekken.

Zeker, de inleidende ronde was verre van slecht. Muzikaal zat het strak, met afgemeten slagwerk, subtiele gitaartoetsen of mandoline, en beheerste, loepzuivere zang. Maar we misten ziel. En dat bleef eigenlijk gedurende de hele set zo, helaas. Ja, ze waren blij om op het podium van Gent Jazz te staan, vertelde Margo, en ze hadden genoten van hun tijd in 'this beautiful town', maar het inspireerde niet tot diep engagement, hadden we de indruk. Dat er in het midden van het podium een vaas met oranje aronskelken stond, meteen het enige decorstuk, en er theekopjes à volonté af en aan werden gebracht, droeg evenmin bij tot de begeesteringsfactor. Margo slaagde er zelfs in het memorabele, op plaat zo bezwerende Sweet Jane te zingen met een theekopje (zakje netjes eruit bungelend, alsof het een reclamefilmpje betrof) in haar hand.

Neen, ons was het allemaal iets te huiselijk. Al hoorden we achteraf enkele fans van het eerste uur vertellen dat het een set was die minstens even goed klonk als wat ze dertig jaar geleden brachten. Muzikaal dan toch. Maar gevoelsmatig?

Julia Holter: te moeilijk voor velen

Dan kon de 34-jarige Californische zangnimf Julia Shammas Holter sneller de aandacht van de bezoeker grijpen. Eindelijk had ze eens een paar dagen vrij gehad, vertelde ze. Vrije tijd die ze gebruikt had om 'het magische Gent' te verkennen. Waarna bedankjes volgden dat ze hier mocht zijn, ook en vooral omdat dat ze mocht openen voor Joan Baez, die later op de avond op hetzelfde podium zou staan. 'Mogen optreden vlak voor iemand die zo belangrijk was, voelt als een hele eer', stamelde Julia.

Waarna ze zich terugplooide in haar eigen universum, iets waar ze nu, acht albums ver in haar carrière, een patent op heeft. Ergens op een kruispunt tussen Kate Bush, Björk en Joanna Newsom. Met melodische zangpartijen die schipperen van opgewekt naar dramatisch en frêle. Vooral wanneer ze rechtopstaand plaatsnam achter haar keyboard kwam dat wisselende karakter in haar repertoire naar boven. De nummers achter de reusachtige Steinway-piano hapten iets makkelijker naar binnen.

Het was dan ook vanaf song drie, het nochtans prachtige Silhouette, wanneer ze de piano voor het keyboard inruilde, dat de eerste bosjes luisteraars afdropen. Te experimenteel voor een (ouder) publiek dat voornamelijk voor Joan Baez kwam.

De Amerikaanse indiefavoriete grabbelde aanvankelijk vooral uit haar recentste plaat Aviary. De teksten soms amper verstaanbaar, geregeld rolde ze simpelweg een klankentapijt uit, zoals in Colligere, dat wel intrigeerde door de subtiele strijkersarrangementen. De set ontplooide zich langzaamaan, ingetogen en beheerst, met soms paradijselijke momenten, zoals tijdens het wondermooie Feel You. Je verwachtte elk moment dat een cadeaubox geopend zou worden waaruit vlinders fladderen. Het gebruikte instrumentarium was al even afwisselend als haar stembereik: contrabas, sleigh bells, laptop, altviool, synths (twee stuks), doedelzak of een kinderlijke fluitcanon (in 'hitsingle' Sea Calls Me Home). Het kon allemaal.

Naar het einde toe bleken al heel wat rijen -deze avond waren het allemaal zittende concerten- flink uitgedund, zij ontliepen/misten (schrappen wat niet past) de weinig hapklare afsluiters Betsy On The Roof en I Shall Love 2. Neen, voor crowdpleasers moet u niet bij haar zijn. Julia Holter is niet voor iedereen weggelegd, zoveel werd nog maar eens duidelijk, maar zij die het kunnen smaken, kunnen heerlijk in haar universum verdwalen.

Joan Baez: geen nachtegaal, wel een legende

Drie kwartiertjes na haar jonge bewonderaarster, was het dan tijd voor folk- en protestzangeres Joan Baez, de hoofdschotel van de avond. 78 jaar jong is ze, zes decennia daarvan bracht ze door op de planken en de barricades. De Amerikaanse singer-songwriter begon alleen aan haar laatste Belgische concert en richtte zich, voor ze ook maar één noot had gezongen, op het tot haar zittende, zichtbaar vergrijsde publiek: 'Bedankt om zo laat wakker te blijven. Normaal gezien lig ik rond dit uur zelf al in bed.' Knap, de manier waarop ze haar eigen legende netjes weer herleidde tot menselijke proporties. In die optiek doet Joan Baez denken aan Leonard Cohen, die op een even waardige, gracieuze manier de nadagen van zijn carrière vulde.

Want bijna tachtig of niet, Baez straalt nog even veel levenslust en vastberadenheid uit als in haar jongere protestjaren. Wat ze evenzeer gemeen heeft met de man wiens repertoire ze zo graag gebruikt om te coveren (Suzanne passeerde hier in Gent op de catwalk), is de stem die langzaamaan uitdooft.

De nachtegaal van weleer is ze niet meer, Joan Baez, maar gelukkig beseft ze dat en laat ze de hoge noten achterwege, of haalt ze er een gastzangeres bij om die leemtes op te vullen. Vooral bij songs als House Of The Rising Sun viel dat verschil in timbre en bereik hard op. Maar iedereen vergaf het haar met de glimlach. In de plaats kreeg de devote fanbase (de zaal zat afgeladen vol) een doorleefde, maar nog steeds loepzuivere stem. Die bracht zowat alle klassiekers, zoals de twee hier boven vernoemde, maar ook Bob Dylan-toppers als Don't Think Twice, It's All Right (waarmee ze de set opende) en It Ain't Me Babe. Tom Waits passeerde de revue met Whistle Down The Wind, Woody Guthrie met Deportee. Al was het bij die laatste jammer dat de microfoon van Dirk Powell, de vaste multi-instrumentalist (hij beheerst de contrabas, banjo, gitaar, piano) naast haar, niet aanstond, waardoor de samenzang in het water viel. Het was een van de weinige mankementjes in dit verder zeer soepel afgewerkte optreden.

In de achtergrond keek Gabe, zoon van Joan Baez, vertederd toe vanachter zijn drumstel. Af en toe liet zijn pensioengerechte moeder nog eens haar tanden zien. Ze lastte een intermezzo in met een aantal spirituals en freedom songs. 'Omdat we die vandaag meer dan ooit nodig hebben', voegde er fijntjes aan toe. 'We moeten alles doen om migranten te steunen, het is geen tijd om muren te bouwen'. Ze verwelkomde ook Carles Puigdemont, volgens haar aanwezig in het publiek, en maande haar luisteraars aan om de Catalaanse zaak te ondersteunen. Een pleidooi dat haar op gemengde reacties kwam te staan: gefluit en applaus vermengden zich.

Dat was anders na goed een uur en een kwart spelen, wanneer Joan Baez onder een staande ovatie van de planken wandelde. Ze kwam terug voor een bisronde met een winnend kwartet: Forever Young, Imagine, The Boxer en Dink's Song. Fare thee well, indeed. België kreeg een waardig afscheid.