DA GIG: Flying Horseman in de Handelbeurs, Gent op 9/3.

IN EEN ZIN: Veelzijdig en bezwerend, soms een beetje saai, maar meestal zo bevlogen als het luchtruim boven Steenokkerzeel: de psychologische oorlogsvoering van Flying Horseman maakte ook in Gent weer 'slachtoffers' voor het leven.

HOOGTEPUNTEN: Bright Light, America is Dead, Deep Earth...

DIEPTEPUNTEN: waren er niet echt, maar tijdens 'Bee Season' en de eerste helft van 'Private Isle' dreigde de set toch even in te zakken.

QUOTE van Bert Dockx, nadat het eerste uur van de set erop zat: 'Hopelijk hebben jullie nog wel even tijd? Want we hebben nog lang geen zin om ermee op te houden.'

In de Belgische pers regende het, bij de release van Rooms/Ruins, onlangs weer de gebruikelijke superlatieven, maar ook in het buitenland beginnen ze stilaan wakker te worden. De vijfde langspeler van Flying Horseman doet zelfs de Britse critici overstag gaan. Een scribent van Q prees zowel de gelaagde melodieën als de 'fast-fingered guitar heroics'. Het magazine Uncut had het dan weer over 'a velvety mix of menace and romance' en concludeerde dat de plaat 'rarely less than intriguing' klonk. Zo hoort u het ook eens van iemand anders.

Officieel gold het haast twee uur durende optreden van de Vliegende Ruiters in Gent als cd-voorstelling, maar wie de groep vorig jaar aan het werk zag, had het materiaal uit Rooms/Ruins natuurlijk al eerder gehoord. Het kwam tot stand tijdens een zeven weken durende residentie in deSingel en werd uitgebreid live uitgetest voor Bert Dockx en zijn stalgenoten er de studio mee introkken.

De plaat heeft tijd nodig om al haar geheimen prijs te geven: de songs besluipen je op kousenvoeten en nemen je vervolgens in een wurggreep waar je je slechts moeizaam uit los kunt maken. Rooms/Ruins is een plaat van contrasten. Nu eens bieden de metaforische kamers van Dockx warmte en geborgenheid, dan weer veranderen ze in een kille gevangenis. Dat verklaart wellicht waarom de muziek voortdurend balanceert tussen meditatief en ontregelend, tussen lyrisch en chaotisch.

Bert Dockx is geen zanger van het type dat je een avond lang in zijn greep weet te houden.

In het universum van Rooms/Ruins wordt aan fysieke en psychologische oorlogsvoering gedaan en geen enkele bunker is stevig genoeg om het onheil buiten te houden. 'Eventually it will start crumbling down all around me', klonk het omineus in Gent.

Twee snelheden

Sinds het vertrek van gitarist/synthspeler Milan Warmoeskerken is Flying Horseman weer een kwintet, maar dat deed geen afbreuk aan de strakheid en de dynamiek waarmee het op het podium musiceerde. De meeste nummers namen epische proporties aan en bevatten uitgesponnen instrumentale passages, waarbij Bert Dockx zich andermaal manifesteerde als een van de veelzijdigste gitaristen van zijn generatie.

Maar ook zijn gezellen, drummer Alfredo Bravo op kop, toonden zich consequent van hun inventiefste zijde. Bassist Mattias Cré was een groove-meester par excellence, terwijl de zussen Loes en Martha Maieu intrigerende geluiden uit hun keyboards toverden en met hun ijle, etherische stemmen de songs van een onaards sfeertje voorzagen. In stilte hopen we nog altijd dat het vocale aandeel van de dames in de toekomst ooit nog zal vergroten, want zelf is Dockx geen zanger van het type dat je een avond lang in zijn greep weet te houden.

Het concert dat we vorig jaar zagen, noemden we al 'schaduwrijke nachtmuziek'. In die omschrijving kunnen we ons nog altijd vinden.

Niet zelden dreven de composities op twee snelheden. De langzaam gecroonde melodieën contrasteerden met een nerveuze ritmiek, maar zoals bleek uit Reverie weerstonden de muzikanten gelukkig de neiging alle kieren en gaten dicht te plamuren, zodat de nummers nooit zonder zuurstof kwamen te zitten.

Deep Earth verwees, met zijn circulaire structuur, naar West-Afrikaanse muziek. Na de synthbreak verhoogde echter het tempo en dook er eenmotorik beat op die aan een Krautrockband als NEU! deed denken. Fever Room was hoekige funk, in Stars ontwaarden we een krassende skronk-gitaar die pijlen afschoot naar eigenzinnige snarendrijvers als Arto Lindsay en James' Blood' Ulmer en het euforische Bright Light, waarin aanvankelijk een bos vol kwetterende vogeltjes werd gesuggereerd, groeide uit tot een schroeiende rocker met dodelijke drumsalvo's.

Souplesse

Toch noteerden we ook enkele minder spannende momenten: Bee Season had meer van stilstaand water dan van een klaterend bergbeekje en klonk - durven we het te zeggen? - een beetje saai. Ook het in ambient-sferen ondergedompelde Private Isle sleepte zich aanvankelijk voort, tot Bert Dockx, met zijn fraaie, aan David Gilmour herinnerende slide-spel, de song alsnog ten hemel deed stijgen. Opmerkelijk trouwens hoe de man je, middels een simpel wahwah-pedaaltje, in een oogopslag van een Pink Floyd-landschap in een denkbeeldige blaxploitation-soundtrack wist te loodsen.

Occasioneel greep Flying Horseman met succes terug op zijn vorige lp, Night Is Long, met het mooi uitgebalanceerde Faithfully Yours, het gedreven Money en het meeslepende Brother. Het openingsnummer uit City Same City accelereerde geleidelijk tot het TGV-gewijs zijn topsnelheid bereikte en in het sober gebrachte America is Dead (uit de ep Navigate) toonde Bert Dockx nog eens zijn indrukwekkende souplesse op de snaren. Het repetitieve maar bezwerende Ruins, opgespaard als eerste bis, was van een indringende bluesriff voorzien en bleef, ook tijdens onze autorit naar huis, nog nazinderen.

Het concert dat we vorig jaar zagen, noemden we al 'schaduwrijke nachtmuziek'. In die omschrijving kunnen we ons nog altijd vinden. En ook al liet Flying Horseman in Gent af en toe een steekje vallen, op zijn beste momenten blijft het nog altijd een (hippo)droom van een band.

DE SETLIST: Deep Earth / Fever Room / Reverie / Private Isle / Stars / Soldier / Bee Season / Bright Light / Faithfully Yours / America Is Dead / City / Money // Ruins / Brother.