Concertzalen zoals Le Trianon maken ze niet meer. De zaal heeft misschien niet dezelfde reputatie als de Olympia, maar ze is mooier. Een tempel van de goede smaak in het hart van Montmartre. In de nok van de zaal spoken nog altijd de geesten van Mistinguett en Frehel. Zelfs Jacques Brel kwam hier naar verluidt vaak.
...

Concertzalen zoals Le Trianon maken ze niet meer. De zaal heeft misschien niet dezelfde reputatie als de Olympia, maar ze is mooier. Een tempel van de goede smaak in het hart van Montmartre. In de nok van de zaal spoken nog altijd de geesten van Mistinguett en Frehel. Zelfs Jacques Brel kwam hier naar verluidt vaak. Ook al werd de zaal een paar jaar geleden gerestaureerd, toch liggen op de bühne nog altijd houten planken. Het lijkt een detail, maar niet voor Arno. Hij heeft graag dat een podium mee veert, daarom treedt hij hier zo graag op. De liefde is wederzijds: de zaal was al wekenlang uitverkocht. Zelfs zijn oude vriendin Jane Birkin was present. 'Gisteren is dood, morgen bestaat niet, ik leef vandaag' stond er dit weekend op de cover van de krant. En toch was het voorprogramma een stuk van zijn eigen verleden: Paul Couter, met wie hij zijn jaren zeventig deelde en Tjens Couter vormde. Intrigerend, onverstoorbaar figuur, die Couter. Een bluesman van de kust, die al jaren in Gent woont. 'The world will not be saved by any rock'-n'-roll singer'. zong hij en Parijs geloofde hem. Om halfnegen stapte Arno het podium op, onder een daverend applaus. They're coming werd een luid statement in complexe tijden. En dan moest hij Que Pasa nog zingen en The Parrot Brigade. Nummers uit de tijd dat 'Coca Zero nog uitgevonden moest worden', maar nog altijd stroomstoten. Ze klonken perfect in die oude zaal. De zanger was bijzonder goed gehumd. Geen woord over die kanker, geen spat treurigheid. Dit was een concert voor het leven. En ook een beetje voor zijn grootmoeder en grootvader. Af en toe keek hij hemelwaarts en riep: 'Dit is voor jou, pépé. Je suis à Paris.'Ostende bonsoir volgde, een lied met veel nostalgische kleuren. En dan: 'Mémé, je n'ai pas bu.'Naast een zanger blijft hij een entertainer die zijn vak kent. Hij probeerde Parijs wijs te maken dat Jezus eigenlijk een Belg was. Net als Johnny Halliday en de man die La Marseillaise geschreven had. 'Vive Macron' riep hij. Parijs: 'Boe.''Vive Mireille Mathieu', riep de hopman dan maar. Luid applaus. En toen vertelde hij Parijs over onze minister van Cultuur. 'Hij is geen vegetariër, maar hij heet toch Jambon. 'Een extreem-rechts figuur.' Ook Jan Jambon kreeg een luid fluitconcert van Parijs. Een van de vele hoogtepunten van de avond was Funky You're Not. Een prachtige donkere song uit Idiots Savants, ooit nog geschreven voor Dirk Schoufs van Vaya Con Dios. Maar vandaag kreeg het een andere betekenis. Minstens even mooi was het nieuwe Court-circuit dans mon esprit. De zanger zat op een stoel en vocht met zijn demonen: 'J'ai perdu ma jeunesse mais j'aime encore Elvis Les jolies chansons ne tuent pas la réalité.'Zo ontroerend hebben we hem in tijden niet meer gehoord. Maar na elke traan komt toch altijd weer een lach, tegen beter weten in vaak. Of een hilarisch lied als Les saucisses de Maurice of Tjip Tjip c'est fini. Rituelen zijn er om gevolgd te worden. Tijd voor de Arno-finale met O la la la en Putain Putain. En vooral de eeuwige klassieker Les Yeux de Ma Mère, met een prachtige piano van Tomas Vanderplaetse. De oude kraker klonk mooier dan ooit: dit was om nooit te vergeten en in moeilijke momenten weer op te roepen. Even redde een rock-'n-roll zanger de wereld. Le Trianon ontplofte en kreeg nog twee bissen: Vive Ma Liberté en de oude TC Matic-klassieker Haha, in laatste instantie aan de setlist toegevoegd. Misschien voor die ene toepasselijke zin: 'Give me power, haha ha hahahaha'. Na bijna twee uur stapte hij van het podium, en toch bleef Parijs nog lang roepen om meer. Le Plus Beau kwam niet meer terug. Voorlopig toch niet. God mag dan niet funky zijn, maar als de Heer een hart heeft voor rock-'n-roll, dan staat deze man op de Dag van de Arbeid terug in Het Depot in Leuven. Op een houten vloer, waar hij thuishoort. Concerthelden zoals hij maken ze niet meer.