Je zou kunnen zeggen dat Dido haar fans, en zeker haar Belgische, dit jaar verwent: in maart bracht de zangeres haar vijfde studioalbum Still on My Mind uit, maandagavond speelde ze voor een uitverkocht Koninklijk Circus en in november duikt ze nog eens op in de Antwerpse Lotto Arena. Daar hoort wel de bedenking bij dat die fans lang hebben moeten wachten: haar laatste Belgische concert tot nu, Vorst Nationaal in 2004, is volgens de normen van de muziekwereld bijna prehistorisch te noemen.
...

Je zou kunnen zeggen dat Dido haar fans, en zeker haar Belgische, dit jaar verwent: in maart bracht de zangeres haar vijfde studioalbum Still on My Mind uit, maandagavond speelde ze voor een uitverkocht Koninklijk Circus en in november duikt ze nog eens op in de Antwerpse Lotto Arena. Daar hoort wel de bedenking bij dat die fans lang hebben moeten wachten: haar laatste Belgische concert tot nu, Vorst Nationaal in 2004, is volgens de normen van de muziekwereld bijna prehistorisch te noemen. Het was eraan te zien het Koninklijk Circus, waar opvallend veel dertigers en veertigers herinneringen kwam ophalen aan de soundtrack van hun puberleed, eerste vrijpartijen en uitstapjes naar het winkelcentrum. De 47-jarige zangeres bediende hen op hun wenken met een bloemlezing van haar ganse werk, waarin de nieuwste songs - we telden er acht uit Still On My Mind - niet altijd de sterkste waren, maar wel naadloos pasten. Was het nu 2001 (het jaar waarin haar debuut No Angel een wereldwijde bestseller werd), 2008 of 2019: het was onmogelijk om jaartallen op de songs te kleven. Muzikale trends navolgen is duidelijke Dido's laatste zorg na ruim veertig miljoen verkochte platen, zeker sinds ze trouwde in 2010 en moeder werd van een zoontje dat nu zeven is. Dido Florian Cloud de Bounevialle O'Malley Armstrong - de naam verraadt haar Ierse en Franse roots - begon meteen sterk aan haar set met Hurricanes, het half-dreigende, half-dromerige openingsnummer van haar jongste album. De dramatische opbouw met akoestische stukken, Enya-achtige uithalen en een a capella gezongen slot gaf Dido meteen een kans om alle registers open te trekken en je omver te blazen met haar wonderbaarlijke, meteen weer vertrouwde stem. Zacht en broos of net krachtig en monumentaal: de Britse puurt alles uit haar strot wat erin zit.Een setlist en arrangementen met behoorlijk wat (semi-)akoestische momenten stelden de hypnotiserende vocals centraal, en dat was vooral bij het nieuwere werk een goede zaak. Have to Stay was in al zijn eenvoud een pareltje, maar Hell After This, Give You Up en Mad Love kabbelden net iets teveel voort om echt te beklijven. Karakteristieke stembanden hielpen Dido op zulke momenten om toch de aandacht vast te houden.Net als een ongekunstelde podiumverschijning. Wervelende podiumoutifts, op idolatrie gerichte standbeeldposes en andere divatruken komen er immers niet aan te pas bij het Londense kerstkind. Ze werkte samen met Brian Eno, Mick Fleetwood, Annie Lennox en Sting, zong met Youssou N'Dour, Carlos Santana en Rufus Wainwright, schreef nummers voor Britney Spears en Rihanna, verzamelde een hoopje Brit Awards en is een van de weinigen met een Wikipedia-pagina over haar coupe (de 'Dido split', voor wie het zich afvraagt), maar lijkt meer op een sympathieke buurmeid die gewoon haar liedjes zingt dan een wereldster.Opgewekte praatjes over een vakantieliefde met blauw haar die ooit bij haar ouders thuis aanbelde ('Deel nooit je nummer uit aan vreemden'), het moederschap ('Ik zou geen liedjes over kinderen schrijven, dus deed ik precies dat') en haar laatste concert in Brussel ('Ik was zo ziek dat ik bijna flauwviel in het hotel') werkten ontwapenend en compenseerden de strubbelingen met de liefde en relaties die Dido's voornaamste inspiratiebron vormen.Een ex-lief haten, maar die ook missen, vastzitten in een gedoemde relatie, willen maar niet kunnen of kunnen maar niet durven: de liefde is nooit zo ingewikkeld als in een songtekst van Dido. Nummers als Quiet Times, 'a pretty song about depression' waarbij Dido op de rand van het podium zat, en het smachtende Here with Me voerden ons zo weer mee naar de jaren dat we al onze hoop stelden op Clearasil, als mixtapes vermomde liefdesverklaringen en het bad van warmte en troost dat Dido's handelsmerk is.Dat een mens daar uit groeit, besefte de zangeres zelf ook, en dus had ze gelukkig niet alleen ballades en treurnis op zak. Nummers als Life for Rent en Sand in My Shoes klonken met behulp van de vijfkoppige band potiger en voller dan op plaat, en het aanslepen van een percussioniste met bongo's die af en toe in duel ging met de drums was zonder meer een geniale zet. Hunter werd er mee een hoogtepunt door, en je moest al een heel koele kikker zijn om het refrein niet mee te zingen.Toch lukte het niet helemaal om echt afwisseling in het concert te brengen en een gevoel van overkill te vermijden. Daarvoor heeft de schrijf- en productietandem die Dido al jarenlang vormt met broer Rollo Armstrong (oprichter van de band Faithless, waarbij ze ook haar eerste stappen zette) te zeer voor een herkenbare, maar ook wat repetitieve sound gezorgd. Knipogen naar electropop (Hell After This), new age (Grafton Street, Chances) en folk (No Freedom, Sitting on the Roof of the World) voelen dan ongeforceerd en harmonieus aan in Dido's tijdloze universum, de boel echt opschudden doen ze niet. Laat staan dat je de voormalige rechtenstudente en literair agente op rauwe emoties vertolkingen kunt betrappen. Dido maakt dan bewust niet-autobiografische liedjes waar iedereen zijn eigen betekenis aan kan geven en die moeiteloos hun weg vinden naar rom coms en televisieseries, bij de vertolking ervan primeerde de professionaliteit net iets te veel op de passie.Dansvoer als Friends, End of Night, Take My Hand, een lading onverwoestbare oorwurmen en met epische proporties flirtende uitvoeringen van hits als White Flag doen niettemin het beste verhopen voor het optreden in het najaar. Als de percussioniste meer ruimte krijgt en de band volop inzet op de nu al te vluchtige climaxen kan de Lotto Arena alleen maar ontploffen.