Jazz Middelheim nam op de slotdag fluks een loopje met de grenzen van het genre en hengelde ongegeneerd in de vijvers van blues, pop en rock. Over het muurtje heen kijken: het is van oudsher het essentiële waarmerk van goede jazz, de meest hybride, ongedurige en tolerante aller muziekgenres. Net zoals tijdens de afgelopen paar edities werd daarover bij het nichepubliek in en om het Park den Brandt niet één boompje, maar een heel bos opgezet én doorgezaagd. Met een halflege tent op donderdag voor de krasse jazzlegende Charles Lloyd en een grasveld dat gisteren door meer dan 6.000 enthousiast genietende bezoekers - jong en oud - onder de voet werd gelopen, bewijst de modale muziekliefhebber daar nauwelijks wakker van te liggen. TBC!
...

Jazz Middelheim nam op de slotdag fluks een loopje met de grenzen van het genre en hengelde ongegeneerd in de vijvers van blues, pop en rock. Over het muurtje heen kijken: het is van oudsher het essentiële waarmerk van goede jazz, de meest hybride, ongedurige en tolerante aller muziekgenres. Net zoals tijdens de afgelopen paar edities werd daarover bij het nichepubliek in en om het Park den Brandt niet één boompje, maar een heel bos opgezet én doorgezaagd. Met een halflege tent op donderdag voor de krasse jazzlegende Charles Lloyd en een grasveld dat gisteren door meer dan 6.000 enthousiast genietende bezoekers - jong en oud - onder de voet werd gelopen, bewijst de modale muziekliefhebber daar nauwelijks wakker van te liggen. TBC!De grote massa was nog maar net aan het binnendruppelen toen artist in residence Mark Guiliana voor de laatste keer de bal deed rollen met het jaarlijkse coachingproject van het Antwerpse conservatorium. Penny Freeman - dat zijn gitarist Willem Heylen, pianist Karel Ceulenaere en bassist Cyrille Obermüller - was uitverkoren om samen met de meesterdrummer te grasduinen in een breed repertoire van originals en covers. Het trio speelde voorbeeldig en zoals het hoort, maar hield angstvallig en voortdurend de voet op het rempedaal. Het was meer dan eens aan Guiliana om als goede gastheer voor wat broodnodige vaart in de set te zorgen. Daarom, we delen nog geen sigaren uit, maar het was een leuke binnenkomer die doet uitkijken naar wat deze jonge kerels in de toekomst zullen uitvreten.De Amerikaanse singersongwriter Becca Stevens stond vier jaar geleden al op het podium van het Gent Jazz festival, als coach van de Gentse conservatoriumstudenten. Haar passage was toen blijkbaar niet alleen de studenten bevallen, want gisteren mocht ze van de organisatoren ook voor het Antwerpse publiek komen bewijzen waarom The New York Times haar koos als hun best kept secret. Stevens is een delicate sopraan die meer van Kate Bush heeft dan van Ella Fitzgerald. Ze begeleidt zichzelf op gitaar, ukelele en charango en schrijft breekbare popdeuntjes van het folky slag die sommigen wat doen dromen van de grote Joni Mitchell. Daarvan heeft Stevens al een drietal albums vol geschreven, en op Jazz Middelheim kregen we een staalkaart te horen. In de jaren zestig zou ze opgroeien in het milieu van Greenwich Village of de Haight-Ashberry, maar vandaag de dag heeft iemand van haar leeftijd een heus jazzdiploma aan de New School in NYC op zak. Het doet wat denken aan een vergelijkbaar parcours dat de leden van Lake Street Dive, haar populaire collega's uit het New England Conservatory van Boston, doorliepen: opgeleid in de schoot van de jazz, maar met hoge popsensibiliteit. Jazzcredentials waren er ook voldoende bij haar sidemen: drummer Jordan Perlson kunt u ook aan het werk zien bij altsaxofonist Rudresh Mahanthappa en voor de gelegenheid kwam bassist Chris Morrissey van het Mark Guiliana Jazz Quartet invallen. De songs liepen lekker binnen, maar onvergetelijk waren haar woordeloze lalala-refreintjes en strak uitgevoerde arrangementen nu ook weer niet. Het ging moeizaam, maar tegen het einde van haar concert had de freule toch een deel van het publiek op haar hand gekregen. Onderwijl liep achteraan in de tent de jazzpolitie rood aan.Dan had die nog niet eens Dans Dans over zich heen gekregen. Dit Antwerpse trio van gitarist Bert Dockx (Flying Horseman), drummer Steven Cassiers (Dez Mona, DAAU) en bassist Frederic Jacques (Lyenn, Mark Lanegan) zag een kleine tien jaar geleden het levenslicht als Trio Rosso. In 2008 zorgde dat stelletje ongeregeld al voor onrust en tweespalt onder de juryleden van de Jong Jazztalent Gent wedstrijd met hun stukgereten interpretaties van Thelonious Monk. Ze wonnen het concours toen niet, en Trio Rosso ging ter ziele. Er kwam een nieuwe drummer en een nieuwe naam. Dans Dans was geboren. Ze bleven wel koppig hetzelfde artistieke pad bewandelen, maar deden dat, ter weerwil van die weerbarstige jazzscène, op podia in jeugdhuizen en rocktempels. Daar stond een jong en hongerig publiek wél klaar om zich breeduit te laven aan hun brede scala van stijlen, inspiratiebronnen en klankkleuren. Van Monk hadden die jonkies misschien nog niet gehoord, maar ze lustten er wel pap van. Dans Dans ontvouwde ook gisteren weer zijn aparte klankwereld met ongecontroleerde stootkracht en authenticiteit. Daarin loop je niet alleen Monk, John Zorn of Marc Ribot tegen het lijf, maar evengoed Ennio Morricone, Derek Bailey of, jawel, Van 'The Man' Morrison. Als dat tegenwoordig jazz heet, wel, schenk ze dan nog maar eens vol. Met dit energetisch concert dat de tent deed stomen, staarde de toekomst van de jazz ons misschien wel voluit en uitdagend in het gelaat.Verborgen achter een grote, donkere zonnebril en verscholen onder een breedgerande fedorahoed, zouden we Van Morrison niet eens meer herkennen, mocht hij gaan winkelen op de Meir. Maar zodra hij dat vorte keelgat van hem opentrekt en die snerpende stembanden door je trommelvliezen snijden, is er geen twijfel meer mogelijk: hij is herkenbaar uit de duizenden. Rijkelijk te leen gaan bij de traditie - lees gerust: pikken van de zwarte medemens - en toch volstrekt uniek blijven? Het is alleen de groten gegeven. Morrison heeft de reputatie van vaak humeurig concerten af te haspelen, maar daar was gisteren gelukkig niets van te merken. Hij was goed bij stem en blies tussendoor ook wat saxofoon en bluesharmonica. Daarbij werd hij keurig begeleid door een gedistingeerd spelend orkest dat steeds netjes het glas halfvol hield. Een setlist was er niet, die werd zoals steeds op het moment zelf door The Man samengesteld. Hij gaf het publiek waar het voor gekomen was. Vanaf de eerste noot was het prijs: hits als Moon Dance, Have I Told You Lately, Here Comes The Night, Brown Eyed Girl werden afgewisseld met songs uit een nieuwe plaat die er in september aan te komen staat. Afsluiten deed hij natuurlijk met Gloria, waarna hij - na stipt negentig minuten - zijn muzikanten voor het laatste kwartier nog het podium liet om de boel netjes af te sluiten. Achteraf maakten we ons de bedenking: Van The Man is geen uitzonderlijke harmonicaspeler, we hebben al betere saxofonisten gehoord en zijn vocaal bereik haalt nauwelijks het octaaf. En toch kan hij moeiteloos uren vullen met vertrouwde songs en zagen we overal in de tot de nok gevulde tent breed lachende gezichten en dansende mensen? Wel, chapeau!