Delv!s was gelukkig, en wij ook

Een festival openen voor twee uur 's middags op een hoofdpodium dat nog groter is dan vorig jaar, makkelijk is anders. Maar Delv!s is een gelukkig man en niets kan dat veranderen.

Met I Am Feeling Good stelde soul brother Niels Delvaux zich dan ook gepast voor. Zijn favoriete woorden waren dan ook feeling good en love. Love voor de mama's en de ladies in de zaal, aan wie hij zoals steeds nummers opdroeg. Ook het borst- en/of kinderloze deel van het publiek kreeg een liefdesverklaring of vijf. En dat allemaal zonder over te komen als je gehate hielenlikkende klasgenoot uit het middelbaar: deze man is écht gelukkig.

Met veel liefde en de danspasjes van uw vader stak Delv!s het publiek aan. Al waren die pasjes een pak spontaner dan de overgechoreografeerde dad dance waarmee David Byrne vorig jaar Gent Jazz opende. Delv!s kon zich niet gewoon niet inhouden. We geven hem graag gelijk: op het huwelijksfeest tussen funk, soul en disco dat hij organiseert, belanden de stoelen gauw aan de kant.

Zelfs toen de eerste helft, met een hoop nieuwe nummers, wat rommelig werd. De nummers hadden zoveel climaxjes dat je tussen al die hoogtepunten de weg kwijtraakte. De backing vocals mochten bovendien gerust wat luider in de mix om Delvaux voldoende te ondersteunen.

Delv!s op Gent Jazz 2019 © Bruno Bollaert

De band kreeg in de nieuwe nummers dan weer wel de nodige ruimte, met drummer Steven Van Gelder en gitarist Sebastian Leye in een glansrol. Leye opende met een heerlijk efficiënt dreampopgitaardeuntje alweer een nieuw nummer en echode later de rockfase van Delvaux, toen die laatste als tiener AC/DC en Nirvana coverde in de kelder van een vriend.

Voor Delv!s een funky rechte lijn naar het einde trok met bekenden Yeah Yeah Yeah, Come My Way en een doorleefde versie van Brother , kwam - je kan het al raden - een liefdesliedje. Het nummer begon als een krachtige pianoballade die voorzichtig voor het eerst een funkdeuntje neuriet. Gitaren in reverb, cimbalen in adrenaline, en synths die een ambulance nadoen. Ironisch genoeg pakte Delv!s het meest uit in het nummer met het minste funk.

Jasper Steverlinck heeft last van sterallures

Delv!s had één liefdesliedje, bij Jasper Steverlinck waren ze het allemaal. Als je bij wijze van drankspel een adje zou zetten telkens wanneer Steverlinck love zong, haalde je de helft van het concert niet.

Hoe oprecht en charismatisch Delv!s overkwam, zo glad en zelfvoldaan was Steverlinck. Bij het praatje voor So Far Away From Me zei hij: 'Ok dacht dat ik een lied van Leonard Cohen had geschreven, maar ik kocht al zijn platen en het stond er niet op'. Bescheiden is anders. Nu kunnen we hem dat wel eens vergeven - So Far Away From Me is geen slecht nummer.

Maar in de loop van de show liet hij ongeveer vijf keer de titel van zijn laatste album vallen - wat overigens niet nodig was, want Night Prayer kreeg al een gouden plaat - en verwees hij naar Bob Dylan, Miriam Makeba én Niels Destadsbader, die hij in het kader van het programma Liefde Voor Muziek coverde. Al ging dat laatste quasi verontschuldigend gepaard met 'geloof het of niet'.

Jasper Steverlinck op Gent Jazz 2019 © Bruno Bollaert

Steverlincks hoogvliegen maakte zijn nummers minder oprecht en dat is jammer. Vooral omdat hij met Night Prayer net wou terugkeren naar de essentie van wie hij is. Hij liet de hele plaat zelfs een tweede keer opnemen omdat hij de eerste versie te 'artificieel' en 'niet eerlijk genoeg' vond.

Nu was de show niet een en al sluikreclame en grote referenties. Steverlinck speelde enkele knappe covers uit Liefde Voor Muziek, zoals The One Thing I Can't Erase naar - jawel - Niels Destadsbader en Ice Queen, naar een nummer van metalband Within Temptation. Hier en daar deed zijn trillende stem je de sluikreclame vergeten. Op Broken ging je armhaar zelfs bijna rechtop staan.

Met Cave Song ruilde Steverlinck de tristesse eindelijk in voor mysterie. Met dreigende gitaren en teksten als 'riders on the sea' deed het nummer wel heel hard denken aan Riders On The Storm van The Doors. En deze keer komt de referentie niet eens van Steverlinck zelf.

Jamie Cullum breekt heel beleefd de regels

'It's so hard to see him!' klonk het tijdens het eerste nummer van Jamie Cullums set. Daarmee kunnen we al meteen cliché nummer één over Jamie Cullum afvinken: de Brit is niet zo groot. We zouden hier volledig aan voorbijgaan, ware het niet dat Cullum zijn laatste worp Taller doopte, een liefdesbrief aan zijn vrouw die een kop groter dan hem is. Met titelsong Taller beukte hij de deur in. En dat beuken hield Cullum bijna twee uur vol.

Zijn nummers hebben dan wel stadionallures, Jamie Cullum niet. Tussen de nummers grapte hij 'Het Verenigd Koninkrijk probeert de Europese Unie te verlaten, heb je het al gehoord?' en probeerde hij wat Nederlands: 'goedenavond Gent', 'dank u' en zelfs 'vrie wijs', gevolgd door een vertwijfeld 'is dat wel een woord?'

Na drie keer spelen op Gent Jazz leerde Cullum de taal. En de drankcultuur ook, zo te zien: hij stelde het nummer Drink voor als 'iets wat jullie heel goed doen in België'. Drink opende kwetsbaar en simpel met Cullum aan de toetsen. Ook zonder de backing vocals en de sterke gitaar- en trompetsolo's van zijn band gooide hij hoge ogen.

Jamie Cullum op Gent Jazz 2019 © Bruno Bollaert

Cliché nummer twee:Cullum is een rasentertainer, en dat is hij al sinds hij optrad in pizzarestaurants in Londen om zijn universitaire opleiding te betalen. Ondertussen is zijn debuutalbum twintig jaar oud en krijgt hij nog steeds moeiteloos twee uur lang de overvolle zaal mee. De pianist gebruikte dan wel het 'ik tel tot vier en dan moeten jullie springen'-trucje om zijn publiek te laten dansen, het was amper nodig. Zelfs de cameraman die de beelden voor de schermen aan de zijkant van het podium schoot, begon tijdens de drumsolo in You And Me Are Gone spontaan te springen.

Cullum verkeert in bloedvorm: in The Man huppelden zijn vingers over de piano in een knappe solo en ging hij beatboxen. Hij zong niet altijd even zuiver, maar dat kon niemand wat schelen.

Met Sinnerman waagde hij zich aan Nina Simone, en hoe. Ook een beklijvende interpretatie van Frank Sinatra uit Cullums debuutplaat (I've Got You Under My Skin), een gospelpopversie van Lauryn Hill (Ex-factor/Nice For What) en een cover van Louis Prima (Just A Gigolo) passeerden de revue. Steeds met de energie en bravoure van Jamie Cullum die weinigen evenaren.

'We're all friends now' klonk het verbroederend tijdens de uitgebreide bisronde, al zo'n tien minuten na het einde van zijn slot. Hij had ten slotte op voorhand aangekondigd dat hij 'de regels zou breken' want 'je weet dat ik de hele nacht wil spelen'. Heel lief vroeg hij aan de organisatie of hij nog een klein allerlaatste liedje mag spelen. Dat werd een grote cover van High And Dry van Radiohead.

Blow 3.0, of hoe je succesvol van straat- tot studiomuzikant evolueert: een handleiding

Sinds we voor het eerst hoorden van Blow was het 2011 en maakten ze van de straat hun podium. Sindsdien is er heel wat gebeurd. De groep kreeg een cijfer naast de naam, nieuwe effectpedalen, 3D-maskers gemaakt uit driehoekjes én een vers album.

Maar zo veel is er uiteindelijk niet veranderd. De groepsleden zijn nog steeds anoniem - hoodies met korte mouwen boden soelaas met dit warme weer - en maken nog steeds eigenzinnige dancejazz. Al prutsen de saxofonisten nu iets meer aan de knopjes van hun pedalen dan voordien. Een shoegazerevolutie voor saxmuziek?

Met die knopjes bezorgden ze hun eigen instrumenten een identiteitscrisis, en dat klonk niet slecht. Soms had de sax meer weg van een synthesizer met batterijproblemen, dan weer van een trompet of gitaar. Maar ook het 'gewone' saxgeluid klinkt in de handen van Blow 3.0 ongelofelijk sterk, met een schurend Sorry Bob en Project People op nummer één en twee.

Meer dan een hand in de lucht gooien om het publiek te bedanken, deed de groep niet - hun stem zou hen namelijk verraden. Maar het is wel handig als je je laatste nummer kan aankondigen, iets waarvoor het trio zich bediende van een sample. Konden ze ook meteen reclame maken voor Equality, de nieuwe plaat die het zogenaamde 'derde hoofdstuk' van de band inluidde.

Blow 3.0 is eerst en vooral een liveband, en dat hoorde je. Ze schopten tegen de schenen van genres zoals Beraadgeslagen doet, met de repetiviteit van Mammal Hands met te veel koffie op en een saxgeluid waar Nordmann-aanvoerder Mattias De Craene van zou opkijken, gaf het trio de dansbenen die na Jamie Cullum wilden uitrusten, ongelijk.

Blow 3.0. op Gent Jazz 2019 © Bruno Bollaert