De tijd dat je Counting Crows regelmatig op de radio hoorde, ligt alweer een poosje achter ons, maar met hun vorig jaar verschenen cd 'Somewhere Under Wonderland' vonden de heren toch iets van hun oude vitaliteit terug. De Crows brouwen nog steeds hun eigen organische variant op classic rock en knipogen beurtelings naar Van Morrison en The Band. Niettemin hebben ze met Adam Duritz een begeesterde én literair begaafde frontman in huis, die op de nummers zijn eigen stempel drukt.

Wouter Van Vaerenbergh
© Wouter Van Vaerenbergh

Duritz is veeleer een verteller dan een zanger, die in zijn songs regelmatig beschadigde personages ten tonele voert en die live ook telkens op een geloofwaardig manier tot leven weet te brengen. Dat was in Werchter al meteen het geval in 'Round Here', een traag, druilerig en behoorlijk uitgesponnen nummer waar de meeste andere bands nooit een festivalset mee zouden durven te openen. En in plaats van 'Mr Jones' op te sparen tot het einde, gaven ze het al prijs tijdens het eerste kwartier. Zoiets heet: eigenzinnigheid.

Counting Crows deden dan ook precies waar ze zin in hadden. Nu eens knipoogden ze naar Lynyrd Skynyrd ('Scarecrow'), dan weer flirtten ze met bluegrass ('Cover Up the Sun'), coverden ze Joni Mitchell ('Big Yellow Taxi') of speelden ze een lange, filmische suite waar meerdere songs verstopt zaten ('Palisades Park'). Uiteraard waren de oudere jongeren in het publiek vooral blij met werk uit de beginperiode van de Crows: 'Rain King', het met mandoline en accordeon omzwachtelde 'Omaha' of 'A Long December', waarvoor Duritz plaats nam aan de piano.

Neen, voer voor hipsters zijn Counting Crows nooit geweest. Maar naar de zee van wuivende armen vóór het podium te oordelen, telt de Belgische Federatie van Ornitologen nog steeds een hoop enthousiaste leden.

De tijd dat je Counting Crows regelmatig op de radio hoorde, ligt alweer een poosje achter ons, maar met hun vorig jaar verschenen cd 'Somewhere Under Wonderland' vonden de heren toch iets van hun oude vitaliteit terug. De Crows brouwen nog steeds hun eigen organische variant op classic rock en knipogen beurtelings naar Van Morrison en The Band. Niettemin hebben ze met Adam Duritz een begeesterde én literair begaafde frontman in huis, die op de nummers zijn eigen stempel drukt.Duritz is veeleer een verteller dan een zanger, die in zijn songs regelmatig beschadigde personages ten tonele voert en die live ook telkens op een geloofwaardig manier tot leven weet te brengen. Dat was in Werchter al meteen het geval in 'Round Here', een traag, druilerig en behoorlijk uitgesponnen nummer waar de meeste andere bands nooit een festivalset mee zouden durven te openen. En in plaats van 'Mr Jones' op te sparen tot het einde, gaven ze het al prijs tijdens het eerste kwartier. Zoiets heet: eigenzinnigheid.Counting Crows deden dan ook precies waar ze zin in hadden. Nu eens knipoogden ze naar Lynyrd Skynyrd ('Scarecrow'), dan weer flirtten ze met bluegrass ('Cover Up the Sun'), coverden ze Joni Mitchell ('Big Yellow Taxi') of speelden ze een lange, filmische suite waar meerdere songs verstopt zaten ('Palisades Park'). Uiteraard waren de oudere jongeren in het publiek vooral blij met werk uit de beginperiode van de Crows: 'Rain King', het met mandoline en accordeon omzwachtelde 'Omaha' of 'A Long December', waarvoor Duritz plaats nam aan de piano.Neen, voer voor hipsters zijn Counting Crows nooit geweest. Maar naar de zee van wuivende armen vóór het podium te oordelen, telt de Belgische Federatie van Ornitologen nog steeds een hoop enthousiaste leden.